Voor wie eens een heel goed boek wil lezen…

Een goed boek is voor mij een goed verhaal. Punt. Ik moet het kunnen navertellen. En als het bovendien waargebeurd is, of toch bijna, of er zit een whodunnit-kantje aan, dan vind ik dat altijd een pluspunt. En daar bovenop wil ik ‘toegevoegde waarde’. Wat van alles kan zijn: weetjes, inzichten, emotie, mooie zinnen, originele gedachten.. En vooral ook moeten ze mij goesting geven om nog andere boeken te lezen. ‘t Éen woord brengt ‘t ander mee’, zegt men. Voor mij is dat met boeken ook zo: ze moeten mijn eindeloze en levenslange nieuwsgierigheid sturen.

Ik heb er zo een gelezen. En ik ben er zo enthousiast over dat ik het hier voor één keer niet over politiek of media ga hebben. Wel over De Asse waait de tuin weer binnen van Jürgen Pieters. Pieters is prof literatuur aan de universiteit van Gent. [foto kaft van dat boek]  

Het verhaal is doodsimpel. Hoofdrolspelers zijn 74 boeken die vandaag te vinden zijn op de min 3de verdieping van de Gentse universiteitsbibliotheek. Ze zijn geschonken door de Ninoofse auteur, germanist en jazzkenner Willy Roggeman (°1934) die ze op zijn beurt in 1953 heeft gevonden in zijn Gentse studentenkamer. Ze vermelden bijna allemaal de naam van de eigenares: Suze Esberg. Wat je kan zien aan een heel mooi ex-libris [foto].  

Een vrouw uit het Duitse Wolfenbüttel, waar tot de jaren 30 heel veel joden woonden. Suze was de vrouw van een welgestelde joodse paardenhandelaar. Iemand die Vlaanderen goed kende, want hij was gespecialiseerd in Vlaamse paarden.  

Maar Suze is allicht nooit in Gent geweest. Wie wel in Gent is geweest, en die boeken heeft meegebracht is haar zoon Joachim Esberg, die (niet toevallig) in 1933 in Gent eerst in het atheneum en daarna Germaanse Filologie is komen studeren, en in dezelfde studentenkamer heeft gewoond als Willy Roggeman. Joachim heeft ze daar weinige jaren later moeten laten staan. Ze zaten in een kast achter weckpotten met ingemaakte groenten, en daar waren goede redenen voor, zo blijkt.  

Ziezo. De baselines van het verhaal zijn verteld. Maar dat is zonder Jürgen Pieters gerekend. Pieters is én met de passie én het monnikengeduld van de wetenschapper alles gaan uitzoeken, en die zoektocht is spannender dan het beste detectiveverhaal, omdat, simpel gezegd, niets blijkt te zijn geweest wat je op het eerste gezicht zou veronderstellen. Eén voorbeeld. Willy Roggeman, die de 74 boeken van Suze Esberg meer dan 50 jaar lang heeft bewaard,  is er altijd van uitgegaan dat Suze Esberg allicht omgekomen was in de vernietigingskampen van de nazi’s. Dat blijkt helemaal niet te kloppen… Maar de rest moet u zelf lezen. U zal er geen spijt van hebben. [foto Suze Esberg]  

Omdat het levende geschiedenis is. Ik heb dat ooit gelezen bij Sebastian Haffner (de beste journalist-historicus van de 20ste eeuw): dat je een historisch feit (genre: in 1933 komt Hitler aan de macht) maar ten volle kan verstaan als je ziet wat dat in de levens van mensen heeft veranderd, en dat daarom individuele verhalen moeten worden verteld om de geschiedenis echt door en door te begrijpen.  

Meerwaarde dus. Zo heb ik bijvoorbeeld nooit geweten dat België vanaf 1934 nogal wat Duitse joden heeft opgevangen, maar wel op voorwaarde dat ze niet werkten. Omdat men niet wou dat ze van het eigen volk jobs zouden wegnemen. Maar tegelijk heeft uitgerekend het feit dat die mensen bij ons waren opgevangen, voor nogal wat van die vluchtelingen vanaf 1940 betekend dat ze een gewisse dood tegemoet gingen. Ook dat lees je in De asse waait de tuin weer binnen. Hoe bescherming naar de dood kan leiden, waarbij die dood er waarschijnlijk nooit zou zijn gekomen als die bescherming er niet was geweest…  

Maar er is nog meerwaarde. Je komt terloops Jef Turf tegen. Toen student kernfysica, die zijn bestaan aan de Belgische Communistische Partij heeft besteed, en naar het eind van zijn leven voor commotie zorgde toen hij zei dat hij in 2010 voor de N-VA had gestemd, eraan toevoegend dat hij in een zelfstandig Vlaanderen weer voor links zou opteren, en dus tegen de N-VA. Je komt de bioloog Philip Polck tegen, die in mijn kindertijd bij Nonkel Bob op televisie zeer boeiend kon vertellen over dieren en planten. Je komt de in Gent wereldberoemde joodse bakker Bloch tegen.  

Pieters gaat uiteraard ook kijken in Wolfenbüttel, en vindt er onder meer een monument opgericht voor de gevallen soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Er staat in sierlijke letters op Dulce et decorum est pro patria mori, een citaat van Horatius. Maar vermoedelijk in de jaren 30 heeft iemand geprobeerd de namen van joodse oorlogsstrijders weg te krassen… Of hoe toen zelfs de doden niet gelijk waren.  

En omdat Pieters een literatuurprof is, baadt dit boek in andere boeken met – jawel – canonieke namen. Ik heb titels op mijn lijst ‘te lezen boeken’ gezet. Onder meer De man zonder eigenschappen van Robert Musil. Eigenlijk omwille van één zinnetje dat twee keer voorkomt: als er werkelijkheidszin bestaat, bestaat er ook mogelijkheidszin. Ik versta dat niet, maar net daarom. Daarom lezen wij.  

En omdat je na het lezen van goede boeken altijd ervaart wat Pieters uitlegt met een citaat van Rilke: eine Welt wird über Sie kommen, das Glück, der Reichtum, die unbegreifliche Grösse einer Welt. Daarom lezen wij. Bij Pieters is die rijkdom er overvloedig, bijvoorbeeld ook via links met schilderkunst en vooral muziek, jazzmuziek. Achteraan het boek is er een hele Spotify-lijst…   

God is in the details, weten we. En die details krijg je ook. Wetenschappelijk onderzoek gebeurt nauwgezet, grondig en zo volledig mogelijk, zo blijkt. En dat heeft charme. Het betekent eigenlijk niets dat je weet dat x toen in de Sportstraat woonde, op nummer 25, en dat dat thans nummer 29 is. Ik vind dat heerlijk, zeker met dat woord thans. Stel dat er nu had gestaan, ik zou dat maar half zo aantrekkelijk vinden. Dat is overigens bijna altijd te Gent, en niet in Gent. Idem dito. En ik ben hier geen satire aan het bedrijven. 

Daarnaast bedenkt Pieters voor zijn hoofdstukken titels om van te smullen. Ik denk aan De wandelstok van de herinnering. Of De werkelijkheid van de fictie. Hoe mooi is dat! En tegelijk is er – ook dat is zo mooi – de zelfrelativerende paradox van de onderzoeker: we vinden misschien niet altijd wat we zoeken, maar we blijken wel steeds op zoek te zijn geweest naar datgene wat we gevonden hebben. Heerlijk!


Eerder

Twitterende kinderen

Er zit aan onze politieke malaise een paradoxaal neveneffect: zelden tevoren is de onverschilligheid tegenover de politiek zo groot geweest. Ik beklaag al diegenen die vandaag om den brode politiek...

Lees het hele artikel

Twitterende kinderen

Er zit aan onze politieke malaise een paradoxaal neveneffect: zelden tevoren is de onverschilligheid tegenover de politiek zo groot geweest. Ik beklaag al diegenen die vandaag om den brode politiek...

Lees het hele artikel

Zuid en Noord

De Coronacrisis heeft grote schade aangericht. Maar het is zonder meer een pluspunt dat ze ook problemen op scherp heeft gezet die er eigenlijk al langer waren, maar alsnog onder de waterlijn bleve...

Lees het hele artikel

De Duistere Hoeken in het Huis van Vertrouwen

Frederik Delaplace heeft op zijn eerste VRT-dag een aantal keren dezelfde vraag moeten beantwoorden: of de VRT wel genoeg geld kreeg? Vraag waarop een verstandig antwoord kwam: eerst het verhaal, d...

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder