De onvolprezen onvolmaaktheid

God bestaat niet; zeg dat ik het gezegd heb.

Ja, ik ben ooit heel gelovig geweest (zelfs een maand of twee overwogen om mijn leven ten dienste te stellen van Onze Moeder de Heilige Kerk). Maar in de maand mei van het voorlaatste jaar van de humaniora ben ik – uitgerekend in de godsdienstles – mijn geloof plots kwijtgeraakt. Zo plots als – in de omgekeerde richting - Paulus op weg naar Damascus. Ik ben gemakshalve daarna een aantal jaren agnost geweest. Maar nu ben ik zeker: Hij bestaat niet. De dood is het einde. Perfect vergelijkbaar met de periode voor onze geboorte: het Eeuwige Niets.

Ik ben desondanks zeer religieus. Ik smelt bij toestanden met schemerlicht, kaarsen en gepaste muziek. Een overblijfsel van de Schola Cantorum Gandavensis. Rituelen maken mij stil. Kerkelijke gezangen, heerlijk. Liefst in het Latijn. Ik ken ze, ik zing ze, ze brengen mij in de gepaste gemoedsgesteldheid.

Ik was nog een kind ten tijde van het Tweede Vaticaanse Concilie. Mijn grootvader had  er geen vertrouwen in. Talloze keren zei hij: ’t Geluef es noar de klueten, manneken. Nog niet zo lang geleden dacht ik exact hetzelfde op het Sint-Pietersplein in Rome, toen de duizendkoppige menigte het Ave Maria bad. De tekst verscheen autocue-gewijs op een groot scherm van Sony: ’t geluef es noar de klueten!

En toch… In deze in onze contreien zeer profane tijden is De Kerk is fantastisch van Rik Torfs aan zijn vierde druk toe. Dat hoeft niemand te verwonderen: de nood aan verdieping is groter dan ooit, en het boekje van nauwelijks 130 bladzijden is ook van het allerbeste dat ik in lange tijd heb gelezen. Zeg dat ik het gezegd heb: lezen!

De eerste woorden zijn in romans, gedichten, films, boeken en zelfs Doobraak-stukken van een niet te schatten belang. Nog belangrijker dan de laatste. Bij Torfs is dat: ‘De titel moet een vergissing zijn.’ Voor mij kan het dan al niet meer stuk. Zelfs als dat amper een paar bladzijden verder wordt rechtgezet.

Die voortdurende (schijnbare?) tegenspraak is trouwens alom tegenwoordig en heel typerend. Dat is buitengewoon aantrekkelijk voor de lezer, en voor Torfs zelf blijkt dat tot de essentie van zijn geloof te behoren: hij houdt van paradoxen, en heeft een bloedhekel aan het definitieve einde. Dat laatste in ongeveer alle betekenissen, en in schril contrast overigens met nogal wat kardinalen, of zelfs de paus.

Die worden uitgebreid maar nooit tot vervelens toe geciteerd. De ene poneert dat de onontbindbaarheid van het huwelijk voortvloeit uit het sacrament zelf – wat kan het toch eenvoudig zijn! En paus Johannes-Paulus II decreteert dat ‘door de goddelijke ordening van de Kerk’ vrouwen geen priester kunnen worden, en voegt daaraan toe dat daarmee daarover het Laatste Woord gesproken is.

Geheel terzijde, en dat staat niet bij Torfs, maar uitgerekend op de dag dat de paus probeerde dat machtswoord te spreken, deed het Grootoosten van België exact hetzelfde over hetzelfde onderwerp: de vrijmetselaarsobediëntie was exclusief mannelijk, en daarmee was de discussie gesloten, zei men. Toen ik die perfecte gelijktijdigheid zag, dacht ik heel even dat God bestond…

Torfs gaat met die kardinale zekerheden mild en vriendelijk om. De Kerk zal altijd mindere trekjes hebben, zegt hij. Ecclesia sancta semper et purificanda, heeft hij geleerd. De heilige Kerk zal altijd zichzelf moeten zuiveren. En hij voegt eraan toe dat dat in het Latijn meer waar is dan in het Nederlands. Dat laatste klopt, dat staat buiten  kijf.

Heel aantrekkelijk is ook de scheut melancholie over het Ware Roomse Leven uit Torfs’ kinderjaren. Met een in Vlaanderen voor de Kerk totaal dominante, vanzelfsprekend juiste en onomstreden positie. Toen het geluef nog niet noar de klueten was. Al hebben de kinderen uit de jaren 50 ook de switch gezien. Torfs vertelt over zijn godsdienstleraar: met een onderwijsopdracht tussen zijn priesterroeping en zijn journalistenbestaan in. Zijn vriendin, schrijft Torfs, spoorde hem aan te kiezen voor de derde wereld en voor haar. Een zeer herkenbaar verhaal.

Torfs is allicht de bekendste professor van het land. Ik vermoed zelfs dat heel veel Vlamingen weten dat hij een kerkjurist is. Maar De kerk is fantastisch is allesbehalve een kerkrechtelijk werkstuk. Het canonieke recht komt eigenlijk maar zelden ter sprake. En als dat gebeurt is dat in een zeer ruime verhelderende context.

Het doet me denken aan een van Torfs’ Leuvense voorgangers die me ooit zei dat kerkelijk recht het mooiste vak ter wereld was. Het is meer dan een vak, zei hij. Het is een manier om naar de wereld te kijken. Al lezend heb ik dat nu pas begrepen: niets is wat het lijkt, zelfs niet wat het blijkt. Een pleidooi voor en een ode aan de onvolprezen onvolmaaktheid. Heerlijk!

Ook omdat ongeveer de halve intellectuele wereld erbij te pas komt. Van La Rochefoucauld tot en met Roland Barthes en Julia Kristeva. Het overkomt mij zeer zelden, maar deze keer heb ik ook de bibliografie achteraan gelezen, en een paar van die boeken ook meteen gedownload.

Ook omdat Torfs en passant afrekent met de misvattingen van onze tijd: de hypercorrectismen, de goed klinkende maar ongefundeerde clichés. Het idee bijvoorbeeld dat je alleen in de stad open kan leven, en dat een leven onder de kerktoren per definitie bekrompen en gesloten is. 

En natuurlijk is het ook geestig, ja zelfs grappig. Gewild grappig: over de jezuïet die in Rome de weg naar het Vaticaan niet vindt omdat hij hem niet kán vinden - rarara. Ongewild grappig: een standaardwerk van een Duitse kardinaal over de paus. De man heet Müller en de titel is ‘Der Papst: Sendung und Auftrag.’  Zo Duits kan je het nooit verzinnen. Je hoort er ‘Aufmachen!’ bij. Een werk vol zekerheid, vertrekkend vanuit de heilige samenhang tussen Christus, Kerk en Paus.

Torfs kiest systematisch voor een andere benadering. Als hij ooit over de functie van de paus moet schrijven wordt dat zonder twijfel iets als Le Pape, ses Amours, Passions, Doutes et Questions.

Etienne Vermeersch was ooit – en terecht, denk ik - dé leidende intellectueel van Vlaanderen. Bij hem stond de positivistische zoektocht naar de waarheid centraal. Ook over God. Torfs zou best wel eens die rol kunnen overnemen, terwijl zijn uitgangspunt net het omgekeerde is. Dat maakt het allemaal nóg interessanter. ‘Er wordt veel gelogen als het om de waarheid gaat,’ merkt hij op. En ook: ‘Wie denkt God te kennen mag zeker zijn dat wie hij kent, God niet is.’ Of: ‘Het is een kunst in de hemel te geloven en hem niet te beschrijven.’

Mooi, vind ik, prachtig zelfs. Mocht ik zo zeker niet zijn, ik zou na het lezen van De Kerk is fantastisch nog gaan twijfelen ook.    


Eerder

De Groot-Viroloog (2)

Iedereen maakt fouten. Ik, u, Jeff Hoeyberghs, de Groot-Viroloog. Ontsnappen kan je alleen in de Stad der Blinden, en soms heeft onze samenleving daar veel van weg. Maar zelfs daar blijkt altijd we...

Lees het hele artikel

Over de Groot-Viroloog (1)

Het bestaat al minstens 30 eeuwen en het is het voorrecht van de allergrootsten. Hector, de Helmboswuivende en Apollo de Muizenverdelger (Σμινθεύς – in de humaniora moest ik daarom lachen). Dik twi...

Lees het hele artikel

De Grotbewoners van de Reyerslaan

‘Ik loop al enkele dagen over iets na te denken, namelijk wat loopt er nu eigenlijk fout bij VRT en VTM? Ik heb de indruk dat beide zenders naar elkaar zitten te kijken en hetzelfde brengen. Ik kri...

Lees het hele artikel

Schone schijn

Zouden ze daar nog altijd hele dagen Netflix kijken? Of raken contact tracers ook dat uiteindelijk beu? En wat komt er dan in de plaats? En hoeveel contacten worden er gemiddeld elke dag opgespoord...

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder