Siegfried Bracke

Iedereen kan iets

11 augustus 2010

De tweede stad van Nederland, Rotterdam, wil tegen eind 2014 werkloosheidsvrij  zijn. Een wethouder (schepen) van de socialistische Partij van de Arbeid zegt het in Het Laatste Nieuws. Het bewijst dat ook linkse jongens het N-VA-programma genegen kunnen zijn.

Wethouder Schrijer van Sociale Zaken en Stedelijke Economie gaat alle Rotterdamse werklozen oproepen en hen doen kiezen: of een job, of een opleiding, of vrijwilligerswerk. Wie niet  kiest, verliest zijn/haar uitkering.

Schrijer weet waarover hij spreekt. Toen hij begon als wethouder, kreeg hij van zijn ‘diensten’ te horen dat de helft van de toen 37.000 werklozen ‘definitief’ waren: uitkeringstrekkers ten eeuwigen dage. Maar Schrijer is een politicus die zich, zoals het hoort, niet  neerlegt bij opvattingen en dictaten van ambtenaren. In vier jaar tijd slaagt hij erin om van die 37.000 werklozen er maar liefst 25.000 aan de slag te krijgen. De helft daarvan heeft gewoon een job; de rest houdt de uitkering maar leert, of doet vrijwilligerswerk. Poetsen in de kerk, onderhoud van volkstuintjes, er is werk genoeg.

In Rotterdam spreekt één partij, de links-populistische SP, over dwangarbeid. Alle andere vinden dat ok. Ik ook.

Want ja, de gemeenschap heeft de plicht te zorgen voor wie uit de boot valt, maar elk gezond mens heeft evenzeer de plicht tot de gemeenschap bij te dragen; naar godsvrucht en vermogen, zoals ze dat vroeger zegden. Het is trouwens, met de vergrijzing die massief voor de deur staat, wat moet. Wie dat niet ziet, is of dom, of kwaadwillig, of conservatief.

Intussen bij de VDAB…  Mensen verplichten aan de slag te gaan, blijkt daar niet goed te liggen. ‘Je kunt je … afvragen,’ zegt de woordvoerster in Het Laatste Nieuws, ‘of een werkgever veel heeft aan iemand die gedwongen en dus weinig gemotiveerd naar het werk komt’. Versta: wie geen goesting heeft, mag bij ons gewoon thuisblijven. Tja…

Ter herinnering: de VDAB heeft 14.000 vacatures voor mensen zonder ervaring of diploma. 50.000 werklozen hebben geen diploma of ervaring. Heel politiek correct wist de website van de VRT daarover te melden: knelpuntberoepen blijven…

Is daar wel over nagedacht en gesproken?

27 juli 2010

Ik las met verwondering al die artikels in de krant over de nieuwe iPad, de jongste van Apple, een zogeheten tablet , groter dan de i-phone maar kleiner en handiger dan de laptop. Verwondering omdat het per slot van rekening maar gaat om een nieuwe variant van wat in wezen al bestaat, zij het dus in een ander formaat. Verwondering ook omdat er zo véél over te lezen viel. Terwijl zo’n ding eigenlijk al bestaat, vernam ik nog, maar van een ander merk. En bovendien liggen er zeer binnenkort in de winkels nog andere gelijkaardige tablets, waarvan tussen haakjes werd gemeld dat ze een stuk goedkoper zijn.

Het kan zijn dat ik het niet snap, of dat ik niet voel waar het ‘nieuws’ zit, maar ik ruik wel enig opzet… En voor alle duidelijkheid: ik pik er De Standaard uit, maar dit had allicht even zo goed gekund met andere kranten.

Ik merk namelijk dat de lezers/abonnees van De Standaard bij hun krant voor een prikje ook de iPad-handleiding kunnen krijgen. En ik zie ook dat De Standaard voor zijn eigen iStandaard een paginagrote reclame maakt van een Standaard op… iPad. Niet dat ik daar iets op tegen heb, maar ik vraag me dan wel af of die uitgebreide redactionele aandacht voor de iPad dan onderdeel is van een deal tussen de commerciëlen van Corelio en de commerciëlen van Apple? En hebben die van Corelio aan die van Apple beloofd dat ze flink wat redactionele aandacht konden krijgen?

Want De Standaard heeft, lees ik in de krant van zaterdag, mensen nog middelen gespaard om die iPad grondig te kunnen duiden. Vijf bekende mensen hebben het toestel een dag lang mogen uitproberen. Het betrof een door de redactie in het buitenland gekocht exemplaar, wordt ons gemeld. En het strekt de krant tot eer: de vijf konden zeggen wat ze wilden, zelfs als ze voor zichzelf hadden beslist dat ze het ding niet gingen kopen, of erger, dat ze gingen wachten op hetzelfde van een ander merk, maar goedkoper.

Al kan je je afvragen of de tekst van die beoordelingen wel enig belang heeft. Als ik alleen de kopjes bekijk, dan gaan die van ‘Even wennen’ (Marc Reynebeau) naar ‘Leuk, maar duur’ (Ruben Mooijman) tot en met ‘Een uitkomst’, ‘Een nieuw tijdperk’ en ‘Apple op zijn best’ (respectievelijk Mia Doornaert, Fons Van Dyck en Dominique Deckmyn). Men zou dat eens moeten omzetten in reclametarieven…

Nog eens: mij allemaal niet gelaten. Ik hoop alleen maar dat daarover op de Standaard-redactie minstens is gepraat. En dat er goede redenen waren om…

En à propos: ik denk niet dat ik zo een iPad koop. Ik heb een BB en een laptop, en ik hou vooral van bedrukt papier. Als ik de kranten al eens elektronisch moet lezen, dan heb ik nadien zelden dat tevreden gevoel dat ik de gazetten heb gelezen. Ik ben 57…

Een truc van Luie Charel

22 juli 2010

Het 21 juli-idee van Patrick Janssens is interessant: hij vindt dat grote steden zelf moeten kunnen beslissen over belangrijke infrastructuurwerken op hun grondgebied.

In algemene termen heeft Janssens gelijk: steden moeten niet bevoogd worden. Maar als het over De Lange Wapper gaat, volg ik niet. Daar speelt hij een aloude Antwerpse truc van luie Charel.

Maar – laat ik daar toch mee beginnen - wat Janssens aanbrengt is wel een stevig debat waard. Wie beslist wat, en wie is bijgevolg waarvoor verantwoordelijk, is een cruciale vraag. Dat is een Leitmotiv  voor de staatshervorming, en die is, zoals bekend, vitaal: België behoeft een grondige hervorming, maar ook binnen Vlaanderen is die herdenking van taken en verantwoordelijkheden levensbelangrijk.

Meer en meer krijg ik immers de indruk dat Vlaanderen in feite niet zo goed bestuurd wordt. Toegegeven, Vlaanderen wordt anders bestuurd – België wordt gewoon niet (meer) bestuurd, en hoe aan de andere kant van het land beleid wordt gevoerd, dat zie je, exempli gratia  aan de kwaliteit van het onderwijs. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat Vlaams bestuur staat voor beter bestuur. Terwijl dat nochtans de essentie is van alle overdracht van bevoegdheden, de essentie ook van alle m.i. zeer terechte vragen over splitsing, over noord en zuid die elk hun eigen ding moeten kunnen doen.

Ik heb het al eerder geschreven: het Vlaams bestuur lijdt aan het syndroom van De Batselier. De verdienste daarvan is dat het vertrekpunt zeer integer is geweest, maar het gigantische nadeel is dat de politiek daarmee zijn primaat en zelfs zijn zeggenschap heeft opgegeven, en het beleid heeft overgelaten aan de ambtenarij.

Ik leg uit. De zogeheten Zwarte Zondag van 1991 heeft destijds aanleiding gegeven tot wat toen werd genoemd de Nieuwe Politieke Cultuur (NPC). Dat kwam er, kort gezegd, op neer dat daar waar je vroeger iemand moest kennen om iets geregeld te krijgen, er voortaan geobjectiveerd zou worden. Je kreeg bvb niet langer een sociale woning vanwege het dienstbetoon van een politicus, maar omdat je er volgens objectieve criteria recht op had. Gevolg, anno 2010: ondanks de nood aan sociale woningen, staan er een paar duizend leeg, omdat… de papieren niet in orde zijn…

Eén (kras) voorbeeld, maar de klachten over dat soort traagheid, dat soort papieren toestand hoor je in Vlaanderen overal. (Ik ben de laatste weken op veel plaatsen op bezoek geweest, om goed te luisteren; ik heb heel veel geleerd.) Overal hoor je hoe de papieren werkelijkheid de bovenhand haalt op de echte werkelijkheid, hoe ambtelijke tijgers de decision makers zijn geworden. En telkens wordt dat naar voren geschoven als hinderpaal om beleid te voeren, of zelfs om de dingen te laten werken.  

Baseline is dat het in de wereld overal sneller en efficiënter moet, maar dat  de Vlaamse structuren ook eenvoudige beslissingen totaal onmogelijk dreigen te maken. Als allerlei procedures, o.m. ter bescherming van de rechten van het individu, aanleiding zijn om het beleid totaal te verlammen, dan schieten die hun doel voorbij.

Je hoort dat soort klachten over onwerkbare paperasserij in het onderwijs, in de culturele sector, bij de werkgevers. Je hoort het zelfs uit de mond van de minister-president zelve. In de laatste Keien van de Wetstraat ging het over de traagheid in een aantal dossiers, en dus ook Kris Peeters zei het. “Dan stuit je op de administratie,…” zei hij. Heel merkwaardig: de baas die naar zijn diensten verwijst als hinderpaal of beletsel. Dat geeft een totaal andere en perverse invulling aan het woord diensten, dat is doodeenvoudig de wereld op zijn kop.

Als Vlaanderen dat probleem niet grondig aanpakt, is alle staatshervormend streven umsonst. Vlaanderen dat zijn interne staatshervorming niet doorvoert, is even erg als het status quo in de bevoegdheidsdiscussie.

De steden en gemeenten – terug naar Janssens - klagen overigens al langer dan vandaag over wat ze de regelneverij noemen, maar ze hebben dus gelijk. Het probleem is wijd en zijd verspreid. En in die zin stelt  Janssens een zeer terechte vraag: wie doet wat, en wie is daarvoor verantwoordelijk. En het antwoord is dat dat ‘zo laag mogelijk’ moet zijn, dwz het bestuursniveau dat het dichtst bij de mensen staat. Het principe van de subsidiariteit: je moet nooit op een hoger niveau afhandelen wat je ook kan doen op een lager niveau.

Vraag is alleen hoe je dat bepaalt. Minstens twee vragen zijn daarvoor relevant. Ten eerste: wie heeft er baat bij/last van? Het spreekt vanzelf dat steden bijvoorbeeld niet met eigen milieunormen moeten werken: wind, stof, stank, … stoppen niet aan de grenzen. Ten tweede: wie betaalt de rekening? Om het met de oude meester Louis Tobback te zeggen: wie betaalt, bepaalt.

In die zin moet Patrick Janssens er niet aan denken op zijn eentje te beslissen over De Lange Wapper. De brug/tunnel is van vitaal belang voor héél Vlaanderen, en dus is het de logica zelve dat de Vlaamse regering beslist, en niemand anders. (Terzijde: storend aan dat referendum vorig jaar was dat daarmee de indruk werd gewekt dat De Lange Wapper een exclusief Antwerps probleem is. Quod non!)

En ik ga er niet van uit dat de Antwerpenaren de brug/tunnel zelf gaan betalen. Maar dat is dus een reden te meer om de beslissing in Vlaanderen te leggen, en nergens anders.

Los daarvan weze nog opgemerkt dat Patrick Janssens in deze nog wat andere trucen  gebruikt om zijn zin te krijgen. "Als Vlaanderen vindt dat het groot genoeg is om niet aan het handje van de federale overheid te lopen, dan moet het begrijpen dat Antwerpen groot genoeg is om niet aan het Vlaamse handje te lopen", zegt hij. Daar zitten nogal wat denkfouten in: Vlaanderen loopt niet aan het handje van de federale overheid, want dat zou impliceren dat die weet waar naartoe; helaas, die blijft staan. Net daarom… En ook op het vlak van belang en financiering heeft Vlaanderen in de relatie met het federale niveau alle recht van spreken.   

Het zou natuurlijk wel eens kunnen dat Janssens in deze niet zo gerust is over het zogeheten Dubbelbesluit van de Vlaamse regering. De beslissing om uit te zoeken of een tunnel een even goede oplossing is (even duur, even snel) als een (aangepaste) brug. Janssens en de SP.A zijn daarvan overtuigd, maar naar verluidt blijkt dat niet uit het studiewerk… Vanuit dat licht bekeken zijn de woorden van de Antwerpse burgemeester enigszins anders te begrijpen.

Mocht dat waar zijn van dat studiewerk, dan moet de Vlaamse regering haar eigen besluit ook wel uitvoeren. Ik schreef bijna onverwijld. Want dit heeft al veel te lang geduurd. Dit is een zaak van dringend en dwingend algemeen belang.

We leven in een land met vijf regeringen. Dat er één daarvan niet/nauwelijks werkt, of onnozele beslissingen neemt over nummerplaten, allez vooruit, we zullen proberen daaraan iets te doen. Maar twee niet-beslissers is teveel. Veel teveel.     

11 juli

10 juli 2010

 Mijn eerste 11 juli-toespraak; gehouden op zondag 4 juli in Zottegem, en op 8 juli in Gent.

Dames en heren, Goede Vrienden,

Ik weet het, ik heb het zelf gezocht, maar ik ga het toch zeggen: u heeft mij wat aangedaan! U heeft mij namelijk de eerste 11 juli toespraak uit mijn bestaan doen houden, een zogeheten feestrede. Maar tegelijk moet ik u danken, want u heeft mij verplicht over een en ander na te denken. U kent mijn recente geschiedenis… Ik ben, maanden geleden, aan het denken geslagen, en ik ben bij u Uitgekomen. Bij de N-VA. Ik ben intussen volksvertegenwoordiger van een expliciet Vlaamse partij, van een Vlaams-nationale partij. En ik ben daar trots op. Hoewel… Toen ik zo aan het denken was, en al een stuk gevorderd was, wist ik bijvoorbeeld dat als ik tot aan het eind ging, ik – om maar iets heels stoms te noemen – mails zou krijgen met als eindzin “Vlaamse groeten”.  Nu is dat ook maar wat het is.  Het maakt me niet zoveel uit of er staat “Vlaamse groeten, ” dan wel “kameraadschappelijke groeten” of “liberale groeten” of zelfs “broederlijke groeten”. Wie veilig wil spelen sluit trouwens het beste af met “Met de bekende groeten”, dan zit je altijd goed. Maar dit terzijde. Die groeten dat is maar een symbolische uiting van iets anders. Ik besefte – en ik kom tot het punt ten gronde – ik besefte dat toen ik de stap zette naar de N-VA er zonder twijfel wel iemand mij zou vragen: “Siegfried, zijt ge Vlaams”? Of nog ‘erger (!)’ “Siegfried, zijt ge Vlaams- nationalist?” Dat is in de praktijk trouwens ook zo gebeurd…

Ik zal nu tot bekentenissen overgaan: wie mij geweldig heeft geholpen in dat ‘bekerings’-proces – want dat is het eigenlijk – wie mij goed heeft geholpen, is mijn oud-professor Etienne Vermeersch. Vermeersch heeft mij in de lente van dit jaar, toen ik dus nog geen politicus was en er zelfs niet aan dacht er een te worden, Vermeersch heeft mij een van zijn artikels toegezonden over Vlaamse identiteit en natiegevoel.  Ik wist/weet tussen haakjes uit mijn kinderjaren wel wat dat Vlaams gevoel betekent. Hoe die mensen redeneren, hoe ze zichzelf voelen. Want, laten we wel wezen, emotie is in deze stukken belangrijker dan verstand. Maar het is/was een emotie waarvan ik met de jaren ben vervreemd.

Terug nu naar dat voor mij zo belangrijke artikel van Etienne Vermeersch; zo belangrijk omdat het voor een wending in mijn denken en zelfs in mijn leven heeft gezorgd. Dat artikel begint met een argument dat het bij mij altijd geweldig doet, met name, een verwijzing naar de oude Grieken. Aristoteles. Die wist niet alleen dat de mens een sociaal wezen is dat van geboorte tot anderen nodig heeft om te overleven, maar ook dat een mens om zichzelf te zijn nood heeft aan een groep waarmee hij zich één voelt. Wat mutatis mutandis impliceert dat hij zich ook afzet tegenover anderen die hij beschouwt als buitenstaanders, vreemden. Voorts wijst Vermeersch erop dat er zoiets bestaat als heimatgevoel, verbondenheid met de omgeving, een bijzondere band met een gebied, stad of streek.  En  vanzelfsprekend ook met de mensen die er wonen. Denk aan het bekende vers van Petrus Pictor, uit de late 11de eeuw,

“ O Flandria, dulce solum // super omnes, terra beata”. Dat is dat heimatgevoel. En je vindt dat even zo goed in de 20ste eeuw bij Will Tura. Ik citeer:

Waarom loop ik toch zo graag met de zeewind in mijn haar
Langs het Noordzeestrand te dromen, in de winter, in de zomer
Dikwijls stel ik mij die vraag.
Waarom voel ik mij zo blij, steeds zo veilig en zo vrij
Als ik wandel door de steden, die getuigen van ‘t verleden
‘t Antwoord vind ik diep in mij: omdat ik Vlaming ben,
En ik m’n land bemin , met hart en ziel

En, ik herhaal: wie zijn land bemint, bemint uiteraard ook de mensen die er wonen, zeg maar ‘het volk’.

Ik mag erop wijzen dat wij in Vlaanderen een wat eenzijdige kijk hebben op het begrip ‘volk’.  In de klassieke Vlaamse beweging is het volk de verzameling van mensen die dezelfde taal spreken.  Denk aan “de Tael is gantsch het Volk” van Prudens van Duyse, die dat heeft geschreven in 1829. Maar Van Duyse was een orangist, en dus is dat volk in zijn hoofd veel meer dan de, in actuele termen omgezet, zes miljoen Vlamingen. Maar die opvatting, de taal is gans het volk, is in Vlaanderen taai, terwijl het volk ook met andere criteria kan worden gedefinieerd. Bij andere volkeren gaat het om bvb geloofsgenoten. Een Vlaams-nationalist die alleen Frans spreekt, dat is onzin, denkt u allicht, maar een Ierse nationalist, die alleen Engels spreekt, dat is niet alleen perfect denkbaar, dat is in Ierland vaak de realiteit. In Griekenland gaat het niet om godsdienst, niet om taal, daar heeft identiteit van doen met gemeenschappelijke geschiedenis. En bij joodse mensen draait het niet om taal, godsdienst of geschiedenis, maar wel om afstamming. U moet maar eens rondlopen in Antwerpen. U zal snel merken dat vrijzinnige joden even joods zijn als de chassidim. Merkwaardig is trouwens, en ook dat vind je overal terug: overal probeert men dat identiteitsgevoel te versterken door verwijzing naar gemeenschappelijke geschiedenis, vaak ook gemeenschappelijk geleden onrecht, of – denk aan 11 juli – gezamenlijk verworven overwinningen.

Veel van die dingen zijn historische ficties. Leugens eigenlijk, gefabriceerd pour les besoins de la cause.

U weet dat in 1302 op de Groeningenkouter in Kortrijk – er bestaat daarover een zeer interessant boekje van wijlen historicus Theo Luyckx – de Vlamingen hebben destijds de  Guldensporenslag gewonnen omdat ze niet konden weglopen. Ze waren namelijk zodanig opgesteld dat ze wel moesten vechten, en dat was heel goed gezien, want de Vlaamse troepen hadden de gewoonte om bij het zien van de vijand de benen te nemen. Hier dus niet, want ze konden niet weg. En dus moésten ze wel vechten, en wonnen ze nog ook. En hebben de romantici van de 19de eeuw daar ons nationaal feest van gemaakt. Bijkomend vallen trouwens in die fabricages op hoe het telkens ook gaat om ethisch hoogstaand gedrag, al zijn ook dat meestal ficties. Ik sprak u eerder over de Vlaamse voorman en dichter Prudens van Duyse.  In ’s mans biografieën vind je de altijd terugkerende vermelding dat hij bij de Belgische revolutie van 1830 uit orangistische trouw naar Nederland, is gevlucht. Welnu, in werkelijkheid is hij naar Nederland gegaan vanwege een Haagse vriendin die, geestig detail, dubbel zo oud was als hijzelf. Dat is natuurlijk een beetje om te lachen, maar – laat ook dat duidelijk zijn – datzelfde identiteitsgevoel is ook eeuwenlang misbruikt. Tussen de 16de en de 20ste eeuw heeft dat maar al te vaak het Europese continent in vuur en vlam gezet. Denk aan het “dulce et decorum est pro patria mori”.

Het is de verdienste geweest van de Vlaamse Beweging om na de Groote Oorlog dat zeer foute gevoel om te draaien, en resoluut te kiezen voor pacifisme, voor het ‘Nooit meer oorlog!’.

Op dat eigenste moment is trouwens de kiem gelegd voor een mechanisme dat je óók overal terugvindt: vanuit dat identiteitsbesef ontstaat de vraag naar eigen politieke structuren. En één keer die in gang zijn gezet – bij ons was dat rond 1970 – is dat niet meer te stoppen. In 1970 sprak Gaston Eyskens over het einde van de unitaire staat. Vandaag gaat het om het einde van de federale staat. En, dat is mijn overtuiging, dat zal einden bij die al zo vaak genoemde verdamping van de staat tout court. Er is trouwens op het einde van de 20ste eeuw nog iets anders begonnen dat in dat verband nog veel belangrijker is dan die eigen, in het begin prille, aparte politieke structuren. Vanaf 1990 spelen de media als het over gemeenschapsvorming gaat, een niet te overschatten rol. Het Vlaanderen van vandaag is echt een mediaproduct, dat amper 20 jaar oud is.

Toen ik begin jaren 80 bij de openbare omroep ging werken, was dat nog niet uitgesproken het geval. De BRT – let op die naamsverandering; dat is echt geen toeval – werkte toen vaak en nauw samen met de Franstalige RTB. En dat was ook normaal: het nieuws was het nieuws, alleen de taal was verschillend. Ik kan u zeggen dat op vandaag niet of nauwelijks nog het geval is. Vanwege het verschil: het nieuws in Vlaanderen is niet langer het nieuws in Wallonië…  Dit is van het allergrootste belang. Er is zelfs meer dan dat. De Vlamingen worden welhaast uitsluitend ‘bediend’ door de eigen Vlaamse media. In het zuiden van België kijkt 30 à 40 % van de mensen op vrijwel constante basis niet naar de eigen televisie, maar naar de FRANSE televisie. Ook dat heeft zo zijn gevolgen in de hoofden van die mensen. 

Ik wil overigens een nuance aanbrengen in mijn eigen betoog. Vanzelfsprekend is identiteit meer dan één laag… Anders gezegd, en voor alle duidelijkheid: het is niet omdat iemand zich Vlaming voelt, dat hij of zij over vanalles en nog wat hetzelfde denkt. Natuurlijk niet! Elke identiteit bestaat uit meerdere lagen, en dat eindigt bij het individu, en dat is vanzelfsprekend uniek. Dat betekent overigens niet dat het fout zou zijn in de eerste plaats bezorgd te zijn om diegenen met wie je die identiteit deelt. Ik schuw hier lelijke woorden noch risico’s, maar het eigen volk eerst principe is tegelijk juist, en verderfelijk. Juist omdat het een normale psychisch gezonde reactie is, het eigen belang uit te breiden naar de “naasten”, dat wil zeggen - ongeveer in die volgorde - familie, vrienden, stads- of streekgenoten, landgenoten.  Verderfelijk op het moment dat het de reeks van daarnet stopzet, en alle anderen die niet worden opgenoemd uitsluit. Uiteindelijk gaat het over een gevoel van medemenselijkheid, en daar zit wel een gradatie in, maar geen eindpunt, tenzij men dat laatste definieert als “alle bewoners van deze planeet”, maar dan nog zal de discussie blijven of ook fauna en flora daarbij inbegrepen zijn.

Los daarvan is er aan dat identeitsbesef ook een tijdsdimensie, en in twee richtingen: er is verbondenheid met voorbije generaties, maar ook vanzelfsprekend met de komende.

Het is, samenvattend, door dat soort overwegingen dat ik na enige tijd niet de minste moeite had met de keuze voor een expliciet Vlaamse, ja zelfs Vlaams-nationale partij. Vlaamse identiteit, heb ik immers geleerd, ze bestaat, ze is gekoppeld aan het besef van gemeenschappelijke noden en belangen, en ze leidt zelfs tot wat je “natiegevoel” kan noemen. Een gevoel dat dus gegroeid is, en vooral het werk is geweest van de media. Daar waar in de jaren vijftig van de vorige eeuw, het Belgische natiegevoel nog voelbaar aanwezig was, zo is dat gevoel op vandaag bijna weg. Wij delen noh héél weinig met het zuiden. En dat uit zich in duizend en één fenomenen. Zelfs in ethische kwesties. Het verschil in euthanasie-aangiftes (meer dan 80% in Vlaanderen) of het verschil in de aangiftes van kindermisbruik door kerkelijke gezagsdragers (meer dan 90 % uit VL), het wijst allemaal op dat verschil. En het zou een politiek fatale misrekening zijn daar geen rekening mee te houden.

Ik citeer Etienne Vermeersch: “het erkennen van de feitelijke onloochenbaarheid van een Vlaamse identiteit en dus een zeker natiebesef, moet het uitgangspunt vormen van een gemeenschapsbeleving die alle immorele aspecten van het misvormde nationalisme uitbant.” 

En daarmee heb ik meteen een haakje gemaakt naar die andere vraag waarop ik in de eerste plaats voor mezelf een antwoord diende te hebben. De vraag namelijk: “Siegfried, zijt gij een Vlaams- nationalist?” Zoals zo vaak hangt het antwoord af van wat men daarmee bedoelt.

Ik heb als journalist ooit te maken gekregen met iemand die zichzelf omschreef als hévig Vlaams-nationalist, en toen ik vroeg wat dat in de praktijk betekende, antwoordde ze dat dat voor haar als gevolg had dat alle werklozen van Antwerpen een bezem ter beschikking werd gesteld, waarmee ze de leien konden keren, want die lagen er allesbehalve netjes bij. Overigens bleek verder in het gesprek dat de werklozen in kwestie allemaal autochtonen waren, want de anderen waren in het hoofd van de betrokkene al lang verdwenen, versta buiten gezet.

Ik hoef u niet te zeggen 1. dat dit met nationalisme niets te maken heeft, en 2. dat mocht het ermee te maken hebben, quod non, dit een nationalisme is dat Etienne Vermeersch, en ik volg hem daarin, volkomen terecht omschrijft als misvormd en immoreel.

Maar, hoeft het gezegd, nationalisme vandaag is net het omgekeerde van uitsluiting, het gaat om in-sluiting.

Het is nauwelijks overdreven te zeggen dat de staatshoofden van de V.S. en van Frankrijk mooie voorbeelden zijn van inclusief nationalisme. In het ene geval gaat het om de zoon van een Hongaarse immigrant, en in het andere de zoon van een jongeman uit Kenia. Voorbeelden van hypergeslaagde integratie. Niemand ter wereld zou het in zijn hoofd durven halen om te zeggen dat Sarkozy geen echte Fransman is, of Obama geen echte Amerikaan.  Niet alleen omdat het klopt met hun papieren, maar het klopt ook en vooral in culturele zin.  Waarbij overigens opvalt dat in het Amerikaanse voorbeeld er geen tegenstrijdigheid is tussen aan de ene kant Amerikaan zijn, en aan de andere kant zich toch nog verbonden weten (in het geval van Obama) met letterlijk broeders en zusters, neven en nichten, op drie verschillende continenten van deze planeet.

Anders gezegd,  nationalisme staat haaks op exclusie, staat daarom ook haaks op fanatisme.

Dat inzicht heeft ervoor gezorgd dat ik mij probleemloos thuis kan voelen in het Vlaams-nationalisme.  Zelfs in de wetenschap dat die beweging een recente geschiedenis torst die zeer bezwaard is door zeer zware vergissingen en fouten.

Maar fouten kunnen ook worden rechtgezet. En het is mijn stellige indruk dat wij, alle Vlamingen samen, daar ook goed mee bezig zijn. Het middel daartoe is onze partij, de n-va. Niemand kan er om heen dat die partij het Vlaams-nationalisme in zijn moderne vormen en gedaanten weer sexy heeft gemaakt. De Vlaming kiest daarvoor, en dat wil op zijn minst zeggen dat de Vlamingen complexloos en zelfbewust zichzelf willen zijn.

110 jaar na datum klinkt de boodschap van August Vermeylen actueler dan ooit. ‘Om iets te zijn, moeten we Vlaming zijn. We willen Vlaming zijn om Europeeërs te worden’.

Het wordt tijd om daaraan praktische gevolgen te verbinden. 

En dus, dames en heren, goede vrienden, besluit ik mijn allereerste 11 juli-toespraak met woorden waarvan ik twee jaar terug zou hebben gezworen dat ik ze nooit zou uitspreken… Nu wel, complexloos, behoorlijk zelfzeker, trots en luidop: ja natuurlijk ben ik Vlaming, ja natuurlijk ben ik een nationalist. Ik heb géén probleem; ik weet van u hetzelfde.

Ik dank u voor uw aandacht.

11 juli 2010

Verslag van twee kanten

03 juli 2010

Toespraak gehouden op 1 juli aan de Universiteit Antwerpen, bij de proclamatie van de afgestudeerden in Politieke en Sociale Wetenschappen.

Dames en heren,

Lang geleden, toen ik nog journalist was, heeft Louis Tobback mij eens uitgelegd wat een politicus eigenlijk wil. Een politicus, zei hij, wil in zijn ideale wereld om acht uur ’s ochtends voor de televisiecamera’s gaan zitten, en dan onafgebroken tot ’s avonds laat zijn ideeën en plannen aan de bevolking bekend maken en uitleggen. Helaas, zei Tobback, helaas zal niemand dat programma bekijken…

Waarmee ik alleen maar gezegd wil hebben hoe blij ik ben dat ik hier vandaag voor u mag en kan staan.

Professor Stefaan Walgrave heeft mij in tempore non suspectu, op vrijdag 30 april rond tien uur ’s ochtends gevraagd of ik op deze proclamatie wou spreken.  Citaat: ‘De verkiezingen zijn dan een aantal weken achter de rug, en het zal voor veel van onze studenten en hun ouders interessant zijn daar iets over te horen van een insider'.

Ik heb laten weten dat ik dat wel wou doen, al wist Walgrave toen niet hoe dubbel zijn laatste woorden waren.

Hij bedoelde toen een insider van de VRT, een programmamaker, een politiek journalist.  Ik had toen al in mijn hoofd de switch gemaakt naar de politiek, al moest het laatste en definitieve gesprek daarover nog plaatsvinden. Dat vond plaats de maandag nadien.

De dag dáárop, dinsdag 4 mei, was de dag dat ik – eigenlijk van het ene moment op het andere - geen journalist meer was. Geen programmamaker meer. Geen moderator meer van politieke debatten.

Op slag was ik politicus. Kreeg ik met journalisten te maken. Werd ik gevraagd in programma’s van anderen. Nam ik deel aan debatten, en moest dus niet langer vragen stellen, maar ik werd verwacht antwoorden te geven.

Maar – in deze niet onbelangrijk ! – ik mocht van Stefaan Walgrave wel nog naar Antwerpen  komen. Voor een verslag van twee kanten: over hoe ik als jong, of minstens nieuw politicus de journalistiek heb ervaren. En dat ten behoeve van prille communicatiewetenschappers, politologen en sociologen, zeg maar (vanaf vandaag) gebreveteerde kenners van de samenleving.

In de journalistiek heb ik geleerd dat je zelfs voor kenners geen programma kan maken, geen interview kan doen, geen debat kan voeren, geen artikel kan schrijven zonder baseline. Niemand heeft dat beter begrepen dan Piet Huysentruyt. Zijn En Georgetje, wat hebben wij geleerd vandaag?, dat is oersterk.

Ik hoop overigens – maar dit geheel terzijde – ik hoop dat u ook hier proffen hebt gehad die hun college van pakweg anderhalf uur helemaal op het eind konden samenvatten in hooguit twee of drie regels. Want alleen de heel goeie kunnen dat. Maar dit dus geheel terzijde.

Maar terug nu naar MIJN les: wat heb ik in mijn nieuw vak geleerd over mijn oud vak? wat heb ik in de politiek geleerd over journalistiek?

  1. Ik heb in de politiek mensen leren kennen waarvan ik niet wist dat ze bestonden.
  2. Niets is wat het lijkt: dat geldt ook voor journalisten.
  3. Het is beslist niet altijd de schuld van de media.
  4. Men moet in de media beducht zijn op perverse effecten.
  5. Een goed en eerlijk verhaal is ijzersterk.

1. Het is heel erg dat te moeten zeggen, maar eerlijk is eerlijk: ik heb mensen leren kennen waarvan ik niet wist dat ze bestonden.

Ik denk dat het voor jonge mensen die hun brood willen verdienen in de massa media een nuttige stage zou kunnen zijn. Ga eens naar kermissen, markten, volksbijeenkomsten, en probeer daar iets/een gedachte/jezelf te verkopen.  Je weet niet wat er je overkomt. [ … ]

Je ontdekt een wereld/mensen die je niet kent. Voor een politicus zijn dat kiezers/stemmen. Voor een mediamens (in mijn geval) kijkers.

Ik had als journalist een reputatie: ik ben volgens sommigen de oervader van de versimpeling, de popularisering, de verbreding; de wereld in 16 seconden, de verkleutering, de verleuking (maar die laatste drie zijn uiteraard apocrief).

Na mijn ervaring aan de andere kant, blijf ik erbij: je kan in dat verband nauwelijks ver genoeg gaan. Ik krijg de wubbe van het politiek correcte gedoe over (bijvoorbeeld) het niveau van Het Laatste Nieuws. Met deze krant is niets mis, bien au contraire. Het is geen toeval dat HLN de meest gelezen krant van Vlaanderen is. Die is ook heel goed gemaakt. Weinig fouten, of in elk geval niet meer dan bij andere, helder, en dicht bij The Wisdom of Crowds.

En dat de massa slim is, heb ik ook ervaren. Ik heb de heerlijkste discussies en debatten meegemaakt over de meest diverse onderwerpen op markten en pleinen. De meeste waren qua duur overigens zeer geschikt voor televisie. Soms wat chaotisch, maar zo is ook het leven zelve. Ik heb er geleerd wat de mensen bezighoudt en ook wat de mensen beslist NIET bezighoudt. Dat laatste is overvloedig terug te vinden in de media. Het eerste veel minder, en dat is m.i. problematisch.

Zegt dus vandaag deze politicus: media gaan voor een groot stuk waarover het niet gaat. En ik heb mijn ex-vak zó lief dat het mij pijn doet dat te zeggen.

2. iets is wat het lijkt, en dat geldt ook voor journalisten.

Wat mij betreft een al even pijnlijke mededeling. Nee, ze zijn niet allemaal even goed. En soms klopt het imago niet met de werkelijkheid. Ik zal geen namen noemen, maar als ex-hoofdredacteur roep ik mijn ex-collega’s op om nauwer toe te zien op wat er afgeleverd wordt. Want ze bestaan: dommeriken, luiaards, afschrijvers; ze bestaan: mensen die het al lang weten, en volstrekt niet meer nieuwsgierig zijn (en dat is nochtans de conditio sine qua non); ze bestaan slordige en vooral vooringenomen geesten, ook bij wat dan ‘gevestigde waarden’ heten te zijn..

Al zijn er gelukkig ook nog anderen. Mensen met een scherp verstand, een dito pen en/of tong. Die laatsten zijn het leukst om mee te werken, ook al kunnen die je al eens in de moeilijkheden brengen. Maar zo lang dat fair is, is er geen probleem. Dan wordt het spel gespeeld zoals het hoort.

Zegt dus vandaag deze politicus: er is geen reden tot paniek, maar verhoogde aandacht voor échte kwaliteit, het mag.

A propos. Ik deed dat al als journalist, maar ik doe het nog altijd, ook als politicus. Ik probeer alles of toch zoveel mogelijk te lezen, te beluisteren, te bekijken. En vooralsnog lukt dat, ook al kost me een paar uur per dag. Ik maak daar trouwens tijd voor.

Ik merk dat dat in de politiek vrij uitzonderlijk is. Politici plegen al eens van het een naar het ander te hollen. Ze zijn zo druk bezig dat ze geen tijd hebben voor kranten of televisie. Radio horen ze in de auto. Vreemd is dat volksvertegenwoordigers nauwelijks weten wat datzelfde volk via zijn media te horen, te lezen, te zien krijgt. Ik herhaal: dat is vreemd, en ik vind dat niet goed. Ik hoop dat het mij nooit overkomt.

3. (Laat dat duidelijk zijn) Het is beslist niet altijd de schuld van de media.

Politici zijn in verkiezingstijd in verhoogde staat van sensitiviteit. Ze weten dat ze kunnen scoren, maar dat ze ook kunnen afgaan. In dat laatste geval zijn ze geneigd de schuld aan de media te geven; gemakshalve zien ze dan een of ander complot. Ten onrechte !

Politieke partijen, de mijne en de andere, zijn soms verrassend slordig. Ze bereiden soms te weinig voor. Ze sluiten de ogen voor het feit dat zelfs heel geleerde mensen misschien niet geschikt zijn  voor een wat ruw en per definitie algemeen gevoerd debat. Hard kunnen lopen is in voetbal zonder twijfel aangewezen, maar het zou fout zijn te denken dat goede hardlopers ook goede voetballers moeten zijn. Toch maken partijen dat soort fouten.     

Zegt dus vandaag deze politicus: ook in de politiek kan meer kritische zin over het eigen doen en laten beslist geen kwaad.

4. Men moet in de media beducht zijn voor perverse effecten

Dit is eigenlijk een uitbreiding van mijn geloof in The Wisdom of Crowds. Mensen zijn niet alleen slim; ze zijn ook rechtvaardig. Er ontstaan daardoor correctiemechanismen. Wie al te veel inhakt op… en wie mensen bruskeert in hun gevoel voor rechtvaardigheid, genereert net het omgekeerde dan wat hij of zij beoogt. Dat geldt voor media even zo goed als voor vakbondsleiders, mensen van de Nationale Bank, enz… Dat heeft mijn partij behoorlijk wat stemmen opgeleverd. Ik heb het belang daarvan onderschat. Ik dacht namelijk dat de verschillende beschadigingsacties de N-VA stemmen zouden gaan kosten. Het omgekeerde is, denk ik, gebleken. Mensen worden kwaad, en als ze al twijfelden, gaan ze dan uitgerekend beslissen. Maar ze gaan naar wat hen wordt – aanhalingstekens ! - ‘afgeraden’.

Ik dacht dat men die les in de media al had geleerd. Onder meer bij de VRT. Waar ook ik tot mijn schade en schande mee het VB op die manier groot heb gemaakt…

5. Een goed en eerlijk verhaal, niets is zo sterk.

Dat heb ik ook geleerd. Als je eerlijk bent, voelen de mensen dat, en wordt je veel vergeven. Ik heb het aangedurfd in volle campagne te zeggen dat ik de cijfers van mijn eigen partij in twijfel trok. Het was wat ik ook dacht op dat moment. Volgens de klassieke regels van de politiek is dat not done. De kiezer denkt daar naar mijn inschatting anders over. De media vergroten dan die zgn. fout. Want ze halen dan ene zinnetje er uit. Ze vergroten dat. En oeps, daar komt weer dat perverse effect.

Tot zover en in een notendop, dames en heren, wat ik heb geleerd in mijn nieuw vak over mijn oud vak.

Maar laat ik het ook eens over u hebben, over de jonge mensen die hier vandaag een diploma krijgen, die vandaag op een van de vele drempels in hun leven staan.

Wat heeft deze oude rakker geleerd?

  1. U zal het ook vanaf nu niet voor niets krijgen. There is no such a thing… U dacht dat u er nu van af was; nee, het begint nog maar, het houdt nooit op
  2. Probeer u desalniettemin niettegenstaande vanaf nu vooral te amuseren in uw leven. Al was het waar omdat je dan nooit hoeft te werken.
  3. En waar je ook komt, nooit vergeten: ook de hoogste ladder staat op de grond.

Ik wens u veel moed, hopen verstand en vooral veel plezier. Dank voor uw aandacht.

 Siegfried Bracke

Orangisme

29 juni 2010

Dat Peter Vandermeersch hoofdredacteur wordt bij de NRC, is goed nieuws. En voor Vandermeersch, en voor de NRC. Terzijde: de NRC is/was niet meer wat ze ooit is geweest, maar vond blijkbaar niet de geschikte draai om dat anno nu weer te worden. Ik ben er zeker van dat Peter dat wél kan: hij is en blijft in de eerste plaats een uitstekend journalist. Een die niet is blijven steken in verouderde concepten over kwaliteit. Een die weet dat een trein zonder reizigers wordt afgeschaft. Een die weet dat wat goed is ook nog moet worden verkocht. Een die zelfs kritisch naar zichzelf kan kijken.

Maar wat mij nog het meest blij maakt van al, is dat een Vlaming een Nederlands mediatiek vlaggenschip gaat leiden. Dit is – vergeef me deze zeer persoonlijke interpretatie - orangisme in zijn allerbeste gedaante.

Ik wens Peter Vandermeersch alle succes.

Ma petite bêtise à moi

18 juni 2010

Krijg nogal veel reacties op dat door mijn eigen stomme schuld uitgelekte bericht aan Kim Geybels. Uitgelekt in die zin dat ik dacht aan Kim zelf te schrijven, en alleen aan haar, maar één verkeerde klik, en het was gebeurd…

Ik kan maar zeggen dat ik dat met de beste bedoelingen heb gedaan, zonder sexistische, vrouwonvriendelijke of welke andere bedoelingen ook.

Als een mannelijke jonge collega hetzelfde had gedaan met wijd openstaand, kleurrijk hemd en daarin veel zichtbaar welig tierend borsthaar (denk aan snelle Eddy), dan had ik precies hetzelfde gedaan.

Ik heb gereageerd als mediamens, tv-maker. Ik denk namelijk te weten hoe dat werkt. En net omwille van de inhoud is de vorm daar zo belangrijk.

Ja, ik heb nog mensen met wie ik samen een programma deed, teruggestuurd naar de kleedkamer om iets anders aan te trekken. In het belang van het programma, het belang van de kijker.

Neen, dat ging niet om uitgesneden décolletés, of om minder of meer verhullend, ontblotend of bedekkend. Ging vaak gewoon om kleuren, stoffen, decor quoi. Ik ben allesbehalve een puritein, maar zelfs indien ik dat wel was, heeft het daar niets mee te maken.

Maar er zijn nu eenmaal regels. Elke maand drastisch van kapsel of haarkleur veranderen mag van mij. Maar het is voor mediafiguren niet verstandig, not done.

Conclusie?

  1.  ik zal mijn jonge en minder jonge partijgenoten blijven zeggen hoe televisie (en andere media) werken. Zoals ik van (bvb) financiële wizzards ook iets hoop te leren.
  2. Ik zal goed opletten als ik FB gebruik
  3. Met Kim zelf is alles dik in orde; al lang!

Nu ik een beetje tot rust ben gekomen ...

17 juni 2010

Aan al die mensen van wie ik de stem heb gekregen: dank u wel. Ik zal proberen uw vertrouwen niet te beschamen. Ik zal blijven weten dat als je 101940 mensen op straat laat lopen, je over een massabetoging spreekt…

Aan al die mensen van wie ik de stem niet heb gekregen: toch ook dank u wel. Volgende keer beter, en ik meen het nog ook.

Het is een hevige tijd geweest tussen 4 mei (de dag van mijn coming out) en 13 juni. Veel geleerd, veel gehoord, veel gezien.

Het leukst was de ontvangst in eigen partij. Met als toppunt een debat voor een volle zaal, maar ik wist wel: hier doe je een leuke vingeroefening, maar verkiezingen winnen of verliezen heeft hier niets mee van doen. Dacht ik. Tot op het moment dat na afloop iemand van de eigen militanten komt zeggen: ik had veel wantrouwen tegen u, maar daar schiet nu geen gram van over. Toen dacht ik voor de allereerste keer: ik ga nog winnen ook.

Heb ook geleerd dat hoe hard het spel soms ook wordt gespeeld, de mensen daar dwars doorheen kijken. Ze weten, voelen, ruiken voor wie het maar een spel is, en wie het meent. Dat is de reden dat de vele beschadigingsoperaties tav de N-VA niet hebben gewerkt. Ik moet dus al diegenen die dat hebben geprobeerd bij deze danken.

Er is er een waar ik wel boos om ben, en écht boos. Die van Luc Coene, de vice-gouverneur van de Nationale Bank. In de week voor de verkiezingen had die het over dreiging op de internationale financiële markten als gevolg van het zogeheten Bart De Wever-effect. Pure nonsens: de dag nadien begonnen die markten aan een remonte die op het moment dat ik dit schrijf nog altijd voortduurt. Ik heb Coene sindsien niet meer gehoord…

Waarom ik daar zo boos over ben? Niet omdat Coene de ex-kabinetchef is van Guy Verhofstadt, en dus de man die qua begroting een groot deel van de ellende mee heeft veroorzaakt.

Wel omdat je van de Nationale Bank mag verwachten dat ze au-dessus de la mêlée blijft. Net zoals de huidige gouverneur, Guy Quaden. Van oorsprong PS, maar de man speelt wel zijn rol. Zegt bijvoorbeeld nogal hard zijn gedacht over de begrotingen van paars (mét de PS in de regering), zegt ook wat voor beleid er zijns inziens moet worden gevoerd, maar moeit zich niet. Omdat de NBB boven het gewoel moet staan, betrouwbaar moet zijn, respectabel.

Ik hou mijn hart vast als deze man de volgende gouverneur wordt. Mijn grootvader zei altijd: ‘En er is al zoveel naar de kl…’ Iemand die zich laat besturen vanuit Mariakerke kan onmogelijk voor goed bestuur staan. En dat is nochtans wat we nodig hebben. Swat.

Heb ook heel veel geleerd over mijn vorig beroep. Over het onderscheid tussen schijn en werkelijkheid. Wil ik het later eens uitgebreider over hebben…

Intussen merk ik dat het in onze partij goed draait. We praten en luisteren naar/met elkaar. Merk zelfs dat we soms al doende op iets anders uitkomen dan bij het begin werd uitgesproken. Dat is een bewijs van verstand en onderling vertrouwen. Het is heerlijk om daar bij te mogen zijn.

Brief

11 juni 2010

Ik heb een brief gekregen die weliswaar niet voor mij was bestemd, maar ik ben het met de inhoud volkomen eens. Ik dacht dat gisteravond zelf ook al, maar ik ben blij (hoewel…) dat iemand anders het zegt. Iemand waarvan ik mij kan voorstellen dat hij diep gekwetst is…

Overpelt, 11 juni 2010.

Geachte Professor Torfs,

Met interesse keken we uit naar uw optreden in ‘Oog in Oog’ op Eén. U slaagde er als een volleerd politicus in om handig heikele kwesties te ontwijken. Maar toen u zich tot Bart De Wever mocht richten, schrokken we van uw goedkope vraagstelling over het idee van N-VA om langdurig werklozen in te zetten in de non-profitsector. U lachte zelfs bij uw suggestie  om kassiersters in te zetten bij de ‘gehandicapten’ …

Zelf ben ik al 27 jaar vader van een dochter met een mentale handicap. In die sector is  er grote nood aan helpende handen. Zo zet ik me zelf al ruim 15 jaar in als vrijwilliger in die sector, samen met honderden anderen. Onder hen zijn er diverse beroepen, ook lassers en kassiersters. Na hun werkuren zetten zij zich gratis op allerhande manieren in met als enig doel het leven van de persoon met een handicap aangenamer te maken.

Er zijn nu al langdurig werklozen die – mits toestemming van de RVA – regelmatig als vrijwilliger werken. Zij leveren niet alleen prima werk, maar ze verhogen ook hun eigenwaarde én de kans op echt werk.

Daarmee wil ik helemaal niet zeggen dat alle werklozen in de gehandicaptenzorg terecht kunnen, maar het voorstel ridiculiseren, is niet alleen een miskenning van alle bestaande vrijwilligers, maar ook een laffe poging om te scoren op kap van de ‘gehandicapten’ (zoals u onze kinderen noemt).

Wat ons betreft zijn er twee mogelijkheden. Ofwel kreeg u de vraag voorgeschoteld, ofwel was het uw idee. Hoe dan ook, door het stellen van de vraag bewijst u uw gebrek aan fijngevoeligheid ten opzichte van onze kinderen met een handicap, onze families, het personeel en alle vrijwilligers.

Met weemoed denken we terug aan het vorige boegbeeld van uw partij in 2007. Yves Leterme sloot onze kinderen in zijn hart, hij had aandacht voor onze problemen en maakte tijd voor ons. Hij ging onze problematiek niet uit de weg, hij schreef ons toen : “Ik engageer mij om - indien ik daartoe de kans krijg -op federaal vlak maatregelen te nemen ter ondersteuning van het zorgbeleid om beter, snelle en rechtvaardigereen antwoord te bieden op uw terechte vraag”. In zijn regeerakkoord stonden trouwens duidelijke beloften voor extra plaatsen voor zwaar-zorg-behoevenden.

Professor, indien uw respect voor de gehandicaptenproblematiek symbool staat voor de ‘new deal’ van CD&V, dan moet uw partijbestuur op 14 juni alvast niet ver zoeken naar oorzaken van de teloorgang.

Met vriendelijke groeten,

Marc Van Gestel

Voorzitter vzw Opvang Tekort

Kloosterstraat 60 – 3900 Overpelt

Externe link naar video op You Tube : http://www.youtube.com/watch?v=H65PJbSnsEE

Het heeft gewerkt

10 juni 2010

Ik heb het gemerkt op straat: de wind voor de N-VA zit nog altijd goed, maar de beschadigingsacties hebben wel degelijk hun effect gehad. Het zal ons kosten, al zullen we nooit kunnen meten hoeveel.

Mensen komen vragen of het waar is dat… en of ze niet bang moeten zijn voor… Dat is overigens de reden dat alle N-VA’ers nu de straat op moeten, moeten schrijven, twitteren, facebooken, … om te zeggen dat het niet waar is. Dat het net omgekeerd is: net om de rekeningen aan te zuiveren, net om de welvaart te kunnen blijven betalen, is een N-VA-stem een zeer nuttige, en zelfs nodige stem. Want alleen dan komt er verandering. De rest, vrees ik, leidt tot meer van hetzelfde.

Het ‘systeem’ heeft gereageerd, met de exclusieve bedoeling de eigen positie te beveiligen. Dat dat op kap van de bevolking is, tant pis. De redenering van dat soort mensen is in dat verband simpel: eux c’est eux, maar vooral nous c’est nous.

Wat Luc Coene heeft gedaan – ik placht de man te respecteren – is plat, en zijn functie en baan totaal onwaardig. Gelukkig zijn er nog veel mensen met kennis van zaken (Degrauwe, Noels, Devos) die naar alle waarschijnlijkheid niet voor de N-VA stemmen, maar die wel serieus en eerlijk zijn.

En er is ook nog een ommekantje, ook geleerd op de markt… ‘Meneer, ik ging niet voor u stemmen, want ik stem al levenslang … , maar wat ze nu met u proberen te doen: dat is schandalig. Ik stem zondag voor u!’

Hoe was het ook weer? Elk nadeel heb zijn voordeel.

- 1 / 6 - oudere berichten

Zoeken

In de kijker

Goed gedaan!

Links

Archief