Roken met stijl

Geschreven als wisselcolumn voor Dag Allemaal.

Ik ben met roken pas goed begonnen op de universiteit. Om een heel domme reden, al zijn er in deze natuurlijk geen slimme redenen. Maar omdat er toen (begin jaren 70) in het pauzelokaal zoveel rook hing, kreeg je tranende ogen. En jawel, als je zelf rookte, had je daar geen last van. Hoe dom kan je zijn…

Maar rond mijn dertigste ben ik ermee gestopt: ik wou kinderen, en wou niet dat die opgroeiden in de rook. Het kostte mij al met al weinig moeite; ik was kennelijk extreem gemotiveerd. Het was toen dat ik merkte dat de wereld veranderd was. Want de vaders uit mijn tijd, die vonden het geen punt om zelfs in de auto te roken, met de kinderen erbij.

Zoals er ook werd gerookt in ongeveer alle televisiedebatten.

Tussen mijn 45ste en mijn 50ste (ik onthou geen jaartallen) ben ik om godweet welke reden herbegonnen. En daar had ik meteen dik spijt van. Want stoppen bleek niet meer zo makkelijk. Bovendien was er rond die tijd op de vrt een eerste rookverbod: je mocht niet meer roken op kantoor, maar wel op de gang. Ik heb daar heel aangename gesprekken gevoerd met mede-rokers, maar ik heb er ook behoorlijk wat tijd verspeeld…

Bovendien was roken toen in mijn eigen huiskamer óók verboden. Vanwege sociale druk, zoals dat heet. Ik herinner me de beschuldigende blikken van mijn kinderen als ik buiten had staan roken. Ze hadden gelijk.

Kort na mijn 50ste ben ik weer gestopt, (en vooralsnog definitief); op karakter, omdat ik er echt van af wou, en omdat ik wist dat mijn geliefde dat zeer zou appreciëren. Wat me toen opviel was hoe bevrijdend dat was: ik moest nooit meer ’s avonds laat rondrijden op zoek naar een (meestal niet echt aantrekkelijke) nachtwinkel, op zoek naar sigaretten. Nooit gebeurde het nog dat ik in vergaderingen het cruciale moment van de beslissing miste, omdat ik net nog een trekje moest doen. Ik ben dus intussen een (verdraagzame) niet-roker.

Maar ik vind wel dat we er met zijn allen zijn op vooruitgegaan. Ik kan me niet meer voorstellen dat eten-met-rook tot voor kort de regel was. En ik begrijp absoluut niets van de labekakkerige houding van veel politici als het gaat over een rookverbod in cafés. Als zelfs in Turkije of Italië de overheid het heeft aangedurfd om in de hele horeca roken te verbieden, dan moet dat hier beslist ook kunnen. Alle maars en enerzijds-en-anderzijds zijn onnozel.

Ik heb ooit eens op de trein gezeten met een politicus die heel bewust het rookverbod overtrad; uit protest, zei hij, ‘omdat ze de kleine man nu ook nog zijn sigaretje afpakken’. Ik ben onder het uitspreken van het woord dommekloot ergens anders gaan zitten.

Maar ik weet niet of ik mijn vooruitgangsgeloof zal kunnen volhouden. 62 % van de Belgen vindt roken eerder een kwestie van levensstijl dan van gezondheid, blijkt uit recent onderzoek. En vorig jaar is het aantal rokers weer gestegen, en niet eens een klein beetje. In 2007 rookten 27 % van de mensen; in 2009 was dat 32 %.

En weet u wat? Eén van de kinderen die mij ooit schuldgevoelens bezorgde met Papa, je hebt weer gerookt!, die rookt zelf. Niet elke dag. Alleen bij feestjes. Kwestie van stijl zeker?


Eerder

Factcheck

Ik lees in De Morgen dat er in het Vlaams Parlement een hoorzitting is geweest met de VRT over wat men moet betalen om een radioprogramma vanop locatie uit te zenden.

Lees het hele artikel

Ik koester de herinnering aan Walter Capiau.

Ik bewaar de beste herinnering aan Walter Capiau. Toen ik 18 was, was ik lid van het animatieteam bij de Christelijke Mutualiteit, in het Zwitserse Fiesch. Met Walter, en ook met Martin De Jonghe.

Lees het hele artikel

De parabel van de broek waar men niet in kan

Wat een zalig stukje in De Morgen van Joël De Ceulaer (30/01). Die overigens een verstandige verloofde blijkt te hebben.

Lees het hele artikel

Interview Siegfried Bracke bij RTBf - 30 mei 2017

Letterlijke transcriptie en letterlijke vertaling

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder