Mijn boekenweek

Ik heb in de voorbije week veel gelezen: naar jaarlijkse krokusgewoonte, in de zon, meestal onder een parapluutje. En ik lees alleen goede boeken (uit). Ik denk aan Het leven van Albert, de jongste van collega Louis Van Dievel, met daarin een meeslepend verhaal over een onwaarschijnlijk spannend en tegelijk zeer ontroerend mensenleven, en allemaal (of toch heel veel) echt gebeurd.

Ik denk ook aan een aantal hoofdstukken uit het verhelderende A History of Histories van John Burrow. Een boek over geschiedschrijving, en hoe dat vak in de loop van de eeuwen (het begint met Herodotos) is veranderd. Onder meer het hoofdstuk over Pericles heeft mijn kijken op politiek beïnvloed. Net zoals De achterkant van de premier van een andere collega, Kris Hoflack. Gesprekken met acht oud-premiers, uit 1995, en in die zin dubbel interessant. Daar staan gruwelijke waarheden in over vandaag.

Maar ik ben helemaal ondersteboven geraakt van De Stad der Zienden, van de Portugese nobelprijswinnaar Jose Saramago. Hij heeft De Stad der Zienden geschreven op zijn tweeëntachtigste, nu een dikke vijf jaar geleden. En het is een soortement vervolg op zijn De Stad der Blinden, al hoef je niet per se het eerste te hebben gelezen om het volgende te begrijpen.

Ik ben fan van Saramago, omdat hij in staat is vanuit boeiende en op het eerste gezicht vergezochte maatschappelijke hypotheses een geloofwaardig verhaal te bouwen, dat met heel grote stilistische verve en veel oorspronkelijkheid wordt neergeschreven. Bovendien gaan die verhalen altijd over een heel volk (de bewoners van een stad, een streek, een heel land), en dat laat Saramago toe de samenleving te beschrijven, wat in fictie vrij zeldzaam is. Romans gaan in de regel over de individuele expressie van universele maar in oorsprong individuele gevoelens. Niet bij Saramago.

Anders dan bij vele andere romans kan ik bijvoorbeeld over het onnavolgbare Het Verzuim van de Dood nauwelijks nog zeggen wie de hoofdpersonages zijn en wat die doen, maar ik kan wel nog vertellen wat er met een samenleving allemaal gebeurt, als niemand nog dood gaat. Het is een beetje stom om zeggen, maar ik had er nooit lang bij stilgestaan dat maatschappelijke voorzieningen maar kunnen (blijven) draaien als er voldoende mensen zijn die dood gaan. Saramago beschrijft wat voor ravage er wordt aangericht als dat ophoudt: voor de sociale zekerheid, voor pastoors en kerken die op dat moment echt geraakt worden in hun corebusiness, voor verzekeraars, voor ambtenaren, voor - hoeft het gezegd - begrafenisondernemers. De vergrijzing is een serieus probleem, de ‘oneindige’ vergrijzing is een ramp.

Iets gelijkaardigs is er in De Stad der Zienden, wat overigens een wat vreemde vertaling is van de Portugese titel, die eerder iets is als Essay over de Luciditeit. Het verhaal is simpel: bij verkiezingen blijken er 70 % blancostemmen. Vrijwel onmiddellijk besluit de regering de stemming over te doen. (Zoals bij Europese referenda die ‘verkeerd’ uitdraaien. Ik heb ooit wijlen Karel Van Miert heel kwaad gekregen toen ik in Terzake vroeg of na het nipte ja van weet ik nog veel welk land het referendum niet moest worden overgedaan. Maar dit terzijde)

Bij een nieuwe stemming zijn er geen 70 maar 83 % blancostemmen; de partij van het midden haalt 8 %, de partij van rechts ook 8 % en de partij van links 1 %. Waarop de regering er niet beter op vindt dan een geheimzinnige subversieve vijand te verzinnen die de hele blancotoestand zogenaamd zou organiseren, en de staat van beleg uitroept. Maar ook dat helpt niet. Alles gaat gewoon door. Van lieverlee besluiten regering, administratie, politie de stad te verlaten, en legt het leger een écht cordon sanitaire rond de stad, maar zelfs dat werkt niet. Vanuit haar ballingschap verplicht de regering de huisvuildiensten te staken, maar die weigeren. De regering laat een bom ontploffen in een druk station, en er vallen tientallen doden, maar de mensen gaan zelfs daar zeer waardig mee om. Zelfs als blijkt dat er voor de slachtoffers geen kerkdiensten komen, want de kerken durven geen partij te kiezen…

Opvallend, en pijnlijk tegelijk, is de rol van de media. Met uitzondering van twee kleine kranten heulen die mee met de regering. Er is alleen een ‘probleem’ als de regering beslist om op een bepaalde dag (vals) nieuws te verspreiden, en ze beslist dat vanaf zes uur ’s ochtends te doen via de radio. Op dat moment, en alléén dan, dreigt de televisie dwars te gaan liggen, want de televisiemensen willen óók de primeur. Ze krijgen die ook…

Zoals gezegd, ik ben daar helemaal ondersteboven van. Vooral de bladzijden waarin uitvoerig de discussies worden beschreven binnen de regering, zijn zeer impressionant: voor alle grofheden en schendingen van mensenrechten die daar worden bedacht, wordt een legitimering verzonnen binnen de regels van de rechtsstaat. Als er al een minister een andere opvatting heeft (één minister blijkt overigens zelf blanco te hebben gestemd, die van cultuur), dan worden die uit het kabinet verwijderd, en de premier neemt de bevoegdheden probleemloos over. Ook de links-rechts-tegenstelling blijkt totale schijn.

Waarom ben ik daar zo ondersteboven van, heb ik me afgevraagd? Ik vrees dat ik moet antwoorden dat dat van doen heeft met het realiteitsgehalte van een en ander. Helaas…


Eerder

Factcheck

Ik lees in De Morgen dat er in het Vlaams Parlement een hoorzitting is geweest met de VRT over wat men moet betalen om een radioprogramma vanop locatie uit te zenden.

Lees het hele artikel

Ik koester de herinnering aan Walter Capiau.

Ik bewaar de beste herinnering aan Walter Capiau. Toen ik 18 was, was ik lid van het animatieteam bij de Christelijke Mutualiteit, in het Zwitserse Fiesch. Met Walter, en ook met Martin De Jonghe.

Lees het hele artikel

De parabel van de broek waar men niet in kan

Wat een zalig stukje in De Morgen van Joël De Ceulaer (30/01). Die overigens een verstandige verloofde blijkt te hebben.

Lees het hele artikel

Interview Siegfried Bracke bij RTBf - 30 mei 2017

Letterlijke transcriptie en letterlijke vertaling

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder