Kerstwensen van Vlaams-Nationalisten

Toespraak voor de Alumnivereniging Ekonomika

Dames en heren,

Het is mij een genoegen jullie te mogen toespreken, en mijn wensen te mogen overmaken.

Jullie zijn economen, en dus hebben jullie de laatste jaren beslist geen gebrek aan gespreksstof. Sinds de financiële crisis van 2008 gaat de globale economie eigenlijk permanent doorheen zware turbulenties.

Wereldwijd is dit jaar alleen al 2.300 miljard beurswaarde verdampt. De centrale banken voeren ondertussen een beleid dat alleen maar kan samengevat worden als:  boldly going where none have gone before. (Startrek)

De Chinese groei zit op het laagste niveau in 25 jaar. Ondanks oplopende spanningen tussen de soennieten in Saoudi-Arabië en de sjiieten in Iran, desondanks blijft de olieprijs bodemkoersen beroeren. Als u denkt dat wij ernstige begrotingsproblemen hebben, dan is dat ook zo, maar ik moet u melden dat alles relatief is: het begrotingstekort van SA zit nu op 22% van het BBP.

When in Rome, do as the Romans, zegt men. En dus wil ik ook hier enig licht laten schijnen over de economische uitdagingen op lange termijn. Ik moet toegeven dat ik vorige maand daar ook toe geprikkeld ben door een stuk van VUB-prof Jonathan Holslag – u weet dat er naast Gent en Leuven in Vlaanderen nog plaatsjes zijn met hogescholen – een stuk dus van Holslag, met als titel “Kerstwensen aan de Vlaams-nationalisten”, waarin hij een nogal stevige aanval doet op mijn partij en uw dienaar neerzet als spits van de ongebreidelde vrije markt, en eigenlijk van de totale uitverkoop van Vlaanderen.

De “economische stagnatie” van Vlaanderen wordt door Holslag in ruime mate toegeschreven aan de N-VA, die hij – stel u voor ! - onvoldoende “economisch nationalisme” toedicht.  

U weet dat ik in kranten en bij politieke commentatoren vaak wordt neergezet als de bedenker van de “bocht van Bracke” (waarmee de N-VA het communautaire zogezegd ondergeschikt maakte aan het socio-economische), sinds kort overigens gevolgd door een “bocht van Vuye”, die de N-VA weer op het spoor moet zetten van de communautaire hervormingen.

Zelf zie ik in alle eerlijkheid niet zoveel bochten in ons verhaal, maar wel een rechte lijn; dat zal u niet verbazen.

Maar laat ik terugkeren naar de vraag die door dat stuk van Holslag is geïnspireerd: hoe houden we in een economisch als maar meer geïntegreerde wereld, de socio-economische hefbomen in handen, waardoor we dus zelf ons lot en ons succes kunnen bepalen. Dat is wel degelijk een cruciale vraag.

Ik wil mijn licht laten schijnen over de centrale stelling van Holslag, namelijk “handel is oorlog”.  

Een maxime dat hij toeschrijft aan de Chinese professor Yan Xuetong. Vlaanderen, is het idee, wordt leeggemolken, omdat wij volop de kaart van de vrije markt trekken; daar komt het zowat op neer.

Het idee dat handel een “zero sum game” is, dat er dus een verliezer en een winnaar is, dat is geen nieuw idee van een Chinese professor. Dat is de economische doctrine die in de 16de en de 17de eeuw de dominante stroming was in alle Westerse landen.

Dat is het idee eigenlijk dat grote of liefst zo groot mogelijke handelsoverschotten betekenen dat je de handelsoorlog gewonnen hebt, die manier van denken heeft al eeuw een naam: dat heet mercantilisme.

En het mercantilisme had inderdaad alles te maken met nationalisme, met het nationalisme van de opkomende absolutistische staten die dan nog later de natiestaten geworden zijn.

Landen onder invloed van het mercantilisme "nationaliseerden" immers hun economisch beleid: denk aan de manufacturen van Colbert in Frankrijk, fabrieken die werkten onder vorstelijke bescherming.

Vergeet niet dat de wereld vóór de Industriële Revolutie inderdaad nog veel meer een economisch zero sum game was. Als er nauwelijks economische groei is door technologische vooruitgang en innovatie en uitbreiding van de productie, dan is effectief de enige manier om rijker te worden de welvaart van je buur afnemen.

Op vlak van handelsbeleid koos men bijgevolg ook voor monopolies. Zogenaamde handelscompanieën kregen een door de staat gewaarborgd monopolie toebedeeld voor het voeren van handel met een speficiek deel van de wereld.

Voor ons de meest bekende was de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de VOC: de eerste moderne vennootschap die het monopolie kreeg voor de handel met de Nederlandse koloniën in Azië. Een monopolie is natuurlijk nooit in het belang van de burger, maar dat hoef ik hier niet uit te leggen.

Tegelijk betekende mercantilisme ook bruut imperialisme. Want wie denkt als Holslag vindt het plunderen van natuurlijke hulpbronnen in kolonies in Azië of Amerika en ook het tegenwerken van “inheemse” economische ontwikkeling, doodnormaal. Afgewerkte producten zijn immers waardevoller dan ruwe import, en het beleid was er vanzelfsprekend op gericht om de handelsbalans in het voordeel te houden van de Westerse kolonisatoren.

Het achterliggende idee van de kolonisatie en van het mercantilisme was natuurlijk de machtsstrijd op het Europese continent. Een sterk leger en een sterke vloot waren niet mogelijk zonder sterke financiële reserves (= veel goud in de kluizen), en dus onmogelijk zonder sterk positieve handelsbalans. Wie in oorlog verwikkeld was, moest op de productie van de eigen natie kunnen rekenen. Als je niet kan rekenen om handel om aan grondstoffen te raken, is het enige alternatief om de grondstoffen zelf onder dwingende politieke controle te houden, en om die controle als dat moet militair te veroveren.

Het mercantilisme kan bijgevolg niet los worden gezien van wat autarkie wordt genoemd. De zucht naar of de dwingende noodzaak zelfs, om in geval van oorlog, zelfvoorzienend te zijn.

En hoewel het mercantilisme al in de 18de eeuw door Adam Smith en een aantal Schotse denkers intellectueel compleet werd ontmanteld, is het idee in de geesten van de mannen van staat in de daarop volgende eeuw nog springlevend gebleven.

Maar in 1910 is een boekje verschenen van de Engelse journalist Norman Angell getiteld Europe’s optical illusion, in een latere herdruk herdoopt tot The Great Illusion. De Great Illusion was volgens Angell het idee dat duurzame welvaart kon worden gebouwd op dwang en op verovering van grondstoffen; op oorlog in plaats van op handel.

Het idee van de Duitse Kaiser die geen alternatief zag voor oorlog als hij uit de beklemming van de Britse zeemacht wilde raken, en als hij Duitsland een rechtmatige plaats in de koloniale race wou verzekeren. Het idee van Hitler over een groot Europees landrijk, het Lebensraum in het Oosten. Het idee ook van Hirohito die dacht alleen na een oorlog aan grondstoffen te komen voor de Japanse industrie.

Het is maar onder het puin van twee wereldoorlogen dat eindelijk het mercantilisme en zijn perverse afgeleiden zijn begraven.

En nu wordt het voor mij als nationalist interessant. In de 19de eeuw wijst de pijl van de geschiedenis richting grotere politieke gehelen; in de 20ste eeuw is het omgekeerde het geval.

In de 20ste eeuw hebben we de vervallen Habsburgse en Ottomaanse rijken zien uiteenvallen. Hebben we de ondergang meegemaakt van het Britse Empire en van andere Europese staten die hun kolonies zijn kwijtgeraakt, hebben we ook het einde meegemaakt van de Sovjet-Unie…

Het is eigenlijk heel eenvoudig vast te stellen: in de tweede helft van de 20ste eeuw groeide het ledenaantal van de Verenigde Naties van 50 naar 200, maal 4 dus.

Het opgeven van de Great Illusion heeft twee fundamentele veranderingen in het denken teweeg gebracht. Om te beginnen over de rol van de overheid. Doorheen heel de geschiedenis zijn alle innovaties in de overheidsfinanciën, van de obligatie tot de bedrijfsvoorheffing, er maar gekomen met een militair doel voor ogen. Het budget van de oude zogeheten nachtwakerstaat – toen een minimal state - ging naar interne en externe veiligheid, naar het machtsmonopolie.

Ter illustratie… De Verenigde Staten kunnen vandaag beslist het machtigste leger in de geschiedenis van de wereld in het veld brengen, maar toch zal niemand beweren dat dat leger hen economisch voordeel heeft opgeleverd bij de uitzichtloze conflicten in Afghanistan en Irak.

Vandaag verwachten wij van onze overheid meer dan die minimal state. We verwachten dat ze efficiënt diensten verstrekt zoals onderwijs of gezondheidszorg.

Nog eens ter illustratie. De hervorming van de pensioenen die wij hebben doorgevoerd in deze legislatuur zal meer besparen op een sociale dienst dan het volledige veiligheidsapparaat van de federale staat kost. Om u dus maar een idee te geven.

Politici laten zich niet meer verkiezen door te zeggen dat ze van deze of gene ideologie zijn, maar door te verkondigen dat ze gaan voor “goed bestuur”.

Als het gaat over vechten, verliest een klein land altijd van een groot land. Als het gaat om diensten verstrekken aan de burger: dat kan een kleine KMO vaak beter dan een grote multinational. In mijn ogen is dit een belangrijke evolutie, en één die Holslag eigenlijk negeert, omdat ze niet in zijn verhaal past.

De tweede verandering in het denken na het opgeven van de Great Illusion is de keuze voor economische integratie, voor globalisering. In essentie is dat het loskoppelen van militaire allianties van handelsallianties.

Het idee dat je niet langer zelfvoorzienend moet zijn, omdat je handel kan drijven. De grootste economische successen van de 20ste eeuw zijn kleine landen die niet voor de mercantilistische aanpak hebben gekozen, maar voor het recept van David Ricardo: doen wat je het beste doet. Het exploiteren van competitieve voordelen binnen bepaalde niches in een wereldmarkt. Landen als Zwitserland, Finland, maar ook Vlaanderen kenden vaak bittere armoede in de 19de eeuw. Maar in de 20ste eeuw hebben ze economische succesverhalen geschreven.

De Vlaamse succesverhalen zijn vandaag niet wie “basisproducten als voedsel en huisraad op een hoogwaardigere manier produceert” zoals Jonathan Holslag dat vraagt. Wij maken nog voedsel of ondergoed. Dambert van Grete Remen of La Fille d’O van Muriëlle Scherre produceren dat in Vlaanderen. Dat zijn succesvolle bedrijven omdat ze zeer specifieke niches bedienen, binnen en buiten Vlaanderen.

Dames en heren,

De werkelijkheid gebiedt mij te zeggen dat de globalisering voor Vlaanderen een zege is geweest. Een zegen omdat wij te klein zijn om aan de mercantilistische neiging mee te doen, en we dus niets anders kunnen doen dan economische meerwaarde leveren in plaats van onze economische “macht” uit te spelen.

En de globalisering is niet alleen voor ons een zegen geweest. Sinds 1946 is de wereldeconomie elk jaar gegroeid, zelfs in het crisisjaar 2009. Sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw is de globale armoede gehalveerd, een prestatie die zijn gelijke niet kent in de geschiedenis.

Het economisch nationalisme van het mercantilisme is het omgekeerde nationalisme van dat wat de N-VA voorstaat.

Ons nationalisme gaat niet over centralisering in steeds grotere gehelen, het gaat niet over “nationaliseren” van de economie. Ons nationalisme gaat over decentralisering, over ondernemerschap in een globale markt, over gemeenschap ook die zich niet centraal laat dirigeren. Een nationalisme waar handel geen oorlog is, maar win-win voor alle partijen.

We bedanken dus feestelijk voor het neo-mercantilisme van Jonathan Holslag dat hij eigenlijk met onnozele stokpaardjes als verzet tegen Primark en Uplace onderstreept.

Ik kan daar vanuit mijn ervaring nader op ingaan, ik denk bijvoorbeeld dat de Primark de handelskern van Gent versterkt. Als je dat gaat navragen aan de handelaars, dan gaan ze u hetzelfde zeggen. Maar Primark en Uplace, met alle respect: dat zijn bezwaarlijk de “commanding heights” van de Vlaamse economie, dat is niet waar de politiek zijn aandacht moet op richten.

Wat zijn dan wél de uitdagingen? De uitdagingen om succesvoller te zijn in de moderne wereld?

De rol van de overheid. Ik zei al dat de rol van de overheid veranderd is in een economische actor die diensten verstrekt: ze doet dat vandaag allesbehalve efficiënt. Als ook Wouter Beke toegeeft dat vakbonden en mutualiteiten een dienst twee keer goedkoper kunnen leveren dan de overheid, dan weet je hoe gigantisch het probleem is. Want dat betekent misschien dat een privé-bedrijf het vier keer goedkoper kan. Mijn voorstel is: laat ons een open aanbesteding organiseren om dat na te gaan.

Waarmee we volop in het debat zitten over de kerntaken van de overheid, en hoe wij tot een modern, flexibel statuut komen waarbij de productiviteit in de publieke sector hopelijk zo hoog komt te liggen als de productiviteit van de werknemers in de private sector.

Dat is overigens de enige geloofwaardige manier om onze financiële problemen als overheid op te lossen. De quick wins zijn gebeurd of begraven onder taboes. Nu moeten we overgaan tot het geduldige werk van het hervormen van het ambtenarenstatuut. Een evolutie waar uiteindelijk iedereen beter van wordt, en ook heel veel ambtenaren zelf voorstander van zijn.

Dezelfde redenering gaat op voor de sociale zekerheid. Ja, een overheid moet haar burgers zekerheid verschaffen. Maar niemand kan aantonen dat de Belgische sociale zekerheid met de 100 miljard die daar in rond gaat vandaag de beste bescherming biedt aan haar burgers. Door al de koterijen en de te makkelijke toegang tot een uitkering voor te veel mensen, wordt ze juist a-sociaal.

De tweede uitdaging, en die deel ik eigenlijk met Holslag: hoe blijft Vlaanderen bij de winnaars van de globalisering?

Dat zal zeker niet lukken door zwakke bedrijven te beschermen op de productmarkt: geld voor falende autobouwers, hopeloze luchtvaartmaatschappijen en voorbijgestreefde staalfabrieken, is geld dat we evengoed in een put kunnen gooien.

En toch moeten we soms wat meer economisch nationalist worden. Als het gaat over ons spaargeld, ons bijeengespaarde kapitaal, dan zijn wij inderdaad een wingewest voor het buitenland. Dat hebben we zo goed gezien in de Dexia-crisis, het Belgisch spaargeld dekte de Franse risico’s… Het is de conclusie ook van de expertengroep: ons spaargeld wordt naar het buitenland gesiphoneerd.

We moeten ons opnieuw de vraag stellen hoe we geduldig kapitaal hier houden om bedrijven uit te bouwen die de wereld kunnen veroveren. Want vergis u niet: bedrijven horen ingeplant te zijn in de lokale gemeenschap, en als ze vertrekken wordt de gemeenschap er armer van.

Dit zijn fundamentele discussies. En ik geef toe: het zijn uitdagingen die ons vanuit onze volksaard niet liggen. Wij houden van zekerheden, niet van risico. Maar toch moeten we de uitdagingen aangaan. En we moeten het geduldige werk verrichten om langzaam geesten te laten rijpen.

Daarover gaat helemaal ten gronde de politieke strijd. Om mij te beperken tot 1 voorbeeld, maar het is er een van een huizenhoog belang: wij zijn er in geslaagd dat een heel grote groep Vlamingen beseffen dat als maar meer belasting leidt naar algemene welvaart. Dat is verschrikkelijk belangrijk.

Ik ga hierover graag met jullie in debat, wie kan beter geplaatst zijn. En ik wens jullie een vrolijk en optimistisch 2016.

 


Eerder

Factcheck

Ik lees in De Morgen dat er in het Vlaams Parlement een hoorzitting is geweest met de VRT over wat men moet betalen om een radioprogramma vanop locatie uit te zenden.

Lees het hele artikel

Ik koester de herinnering aan Walter Capiau.

Ik bewaar de beste herinnering aan Walter Capiau. Toen ik 18 was, was ik lid van het animatieteam bij de Christelijke Mutualiteit, in het Zwitserse Fiesch. Met Walter, en ook met Martin De Jonghe.

Lees het hele artikel

De parabel van de broek waar men niet in kan

Wat een zalig stukje in De Morgen van Joël De Ceulaer (30/01). Die overigens een verstandige verloofde blijkt te hebben.

Lees het hele artikel

Interview Siegfried Bracke bij RTBf - 30 mei 2017

Letterlijke transcriptie en letterlijke vertaling

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder