In memoriam Tuur Van Wallendael

Woorden uitgesproken op de afscheidsplechtigheid in de Antwerpse zaal Roma, op 5 december 2009

Vrienden van Tuur Van Wallendael,

Ik sta hier in bevolen dienst. De dienst namelijk van mijn en uw kameraad Van Wallendael, die mij van de zomer, en ook nog eens vlak voor zijn afscheid heeft gevraagd hier te spreken. Hij zei dat ik moest spreken, en dat ik ook iets mocht zeggen, én hij heeft zelfs voor mijn speech de teneur aangegeven.

Natuurlijk, zei hij, dat zal geen feest zijn, maar, zei hij, je mag één ding zeker niet vergeten: mijn leven, dat was beslist NIET één en al treurnis.

Anders gezegd, als ik hierna iets zeg dat ook maar een beetje grappig is, dan verzoek ik u uit naam van Tuur Van Wallendael te lachen. Of om hem te citeren: ‘Ne revue moetter nie van moake, mor liefst wel iets giestigs’

Tuur Van Wallendael zelf is trouwens de geestigste mens die ik in mijn leven ben tegengekomen. Geestig in zeer vele betekenissen en lagen.

Anders gezegd: Tuur Van Wallendael is meester in alle genres tegelijk: in tsotte, in tvroede en in tamoureuse, maar meestal de drie tegelijk.

Ik leg u dat uit in één anecdote. Tuur heeft mij – het is echt waar – Tuur heeft mij ooit onderhouden over de godsbewijzen van Thomas van Aquino. Maar op het moment dat hij daarmee bezig was liep er door de gang een juffrouw die best gezien mocht worden. Ík zag dat, Tuur natuurlijk ook, de uiteenzetting over de godsbewijzen viel stil, maar toen de juffrouw voorbij was, was de glasheldere conclusie van Tuur: nóg een godsbewijs!

Dat was overigens niet de enige keer dat Tuur over God heeft gesproken. Ik herinner mij een moment op de redactie dat we aan het kijken waren naar de finale van Wimbledon. Wedstrijd die werd gewonnen door een Amerikaan van Aziatische origine die in het interview na de wedstrijd uitgebreid God bedankte voor de overwinning. Waarop Tuur in een vlaag van kinderlijke verwondering zei dat hij zich wél kon voorstellen dat iemand in God geloofde, maar niét dat je kon geloven dat God ook de finale van Wimbledon regelde.

Verwondering en verbeelding, dat is Tuur Van Wallendael.

Net zoals hij mij meerdere keren heeft uitgelegd dat áls het hiernamaals bestond, dat ook daar van alles verboden zou zijn.

Ik heb eerder al gezegd hoeveel ik van Tuur heb geleerd zonder dat hij mij ooit les heeft gegeven. Hoe hij in mijn ogen de meester van de samenvatting is, hoe hij mij als Gentenaar ook de liefde voor het goed gesproken Antwerps heeft bijgebracht. Maar ik heb toen een fout gemaakt die ik vandaag moet rechtzetten. Ik heb toen gezegd dat Tuurs kennis van het Gents beperkt was tot zijn eeuwige ‘Moatsej !’ als begroeting.

Tuur heeft er mij nadien op gewezen dat hij met name bij ’t Zal wel Gaen fatsoenlijk Gents had geleerd. En hij heeft dat stante pede bewezen als volgt: ‘In ‘Cadiz, in ‘Cadiz, doar en de vrawe leute. Ze schuren ulderen trap, mee t sap van ulder… Nie geluuve, nie geluuve!’

Ik heb Tuur dat vele keren horen reciteren, en telkens werd hij daar zeer vrolijk van. In die zin breng ik ook hulde aan de meest dubbele mens die ik in mijn leven ben tegengekomen.

Dubbel omwille van de platste grollen en grappen, dat is Tuur Van Wallendael. Maar tegelijk waren de meest excellente uitingen van de menselijke geest óók zijn ding. Ik ben in mijn leven soms mensen tegengekomen die spraken over The New York Review of Books. Ik ben er maar één tegengekomen die dat ook las: Tuur Van Wallendael.

Dezelfde man die van de ene kant de samenleving omschreef als een verzameling ‘ienvoudige vetzakke gelak as waa’. Van de andere kant met vrolijke gedrevenheid kon vertellen over dat ene soort geel op een schilderij van Vermeer.

Dezelfde man met wie ik naar een veel te moeilijke en veel te lange twintigste eeuwse opera mocht luisteren, maar die een kenner heel hard deed schrikken door te zeggen ‘Joa, ne meezinger was het nie!’

Dezelfde man met wie ik uitgebreid over en weer heb gemaild over één zinnetje in een gedicht van Wallace Stevens, waar een klad vogels in de lucht wordt beschreven. Bij Stevens zijn dat duiven, en dat vond Tuur een zeer ongepaste keuze. Naar zijn inschatting moesten dat andere vogels zijn… Krachtiger, groter ook.

Merkwaardig was dat toen ik terugmailde en zei dat er nu eenmaal stond wat er stond, dat hij blééf doorzeuren over die duiven.

Ik heb achteraf maar begrepen waarom: dat ene zinnetje waar die duiven inkomen, heeft hij mij nog later verteld, daar zat ook zijn levensdevies in. Daar staat: ‘downwards to darkness, on extended wings.’

Ook dát is Tuur.Downwards to darkness, naar beneden, naar het donker – het is de gang van alle leven – MAAR on extended wings. Met uitgestrekte vleugels, want dat vliegt langer; je kan, als de luchtstroming goed zit, kan je er zelfs mee omhoog! Ook al weet je dat je finaal neerkomt in de darkness.

Dat doet me denken aan een voorval van de laatste maanden. Het was na de interviews van Tuur over zijn einde. Op straat kwamen we iemand tegen die hem herkende, en zei dat hij dat interview had gelezen. Als ik u een raad mag geven, zei de man, profiteer van elk moment dat u nog gegeven wordt. Tuur dankte de man, maar toen hij weg was, zei hij: ‘Die menier ies vriendelijk, maar elaas, zu leefek al 70 joar!

En nog iets. Ik wil niet melig doen maar ik vertel u graag dat ik van Tuur ook heb geleerd wat trouw zijn betekent. Ik herinner mij namelijk een congres van de SP in volle Agustacrisis. Een aantal mensen waren opgepakt, en zaten in Lantin. Lastig congres uiteraard, waarbij menig spreker de indruk gaf dat hij over Agusta het eerste woord nog moest vernemen…

Tot Tuur Van Wallendael aan het woord kwam. Het eerste wat die zei was dat hij had vernomen dat een paar vrienden van hem achter de tralies zaten. En, zei Tuur, wat ik niet ga doen, is nu doen alsof ik die nooit gekend heb. En als ze worden losgelaten, zei Tuur, zullen zij nog altijd mijn vrienden blijven, zélfs als zou blijken dat ze domme of zelfs foute dingen hebben gedaan… Ook dat is, ten voeten uit zelfs, Tuur Van Wallendael.

De man die mij bij het afscheid zei dat hij het toch goed vond dat wij elkaar hebben gekend.

God weet hoe waar en juist ik dat vind. Ik zal dat blijven weten, nu ook on extended wings.


Eerder

Factcheck

Ik lees in De Morgen dat er in het Vlaams Parlement een hoorzitting is geweest met de VRT over wat men moet betalen om een radioprogramma vanop locatie uit te zenden.

Lees het hele artikel

Ik koester de herinnering aan Walter Capiau.

Ik bewaar de beste herinnering aan Walter Capiau. Toen ik 18 was, was ik lid van het animatieteam bij de Christelijke Mutualiteit, in het Zwitserse Fiesch. Met Walter, en ook met Martin De Jonghe.

Lees het hele artikel

De parabel van de broek waar men niet in kan

Wat een zalig stukje in De Morgen van Joël De Ceulaer (30/01). Die overigens een verstandige verloofde blijkt te hebben.

Lees het hele artikel

Interview Siegfried Bracke bij RTBf - 30 mei 2017

Letterlijke transcriptie en letterlijke vertaling

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder