11 juli

Mijn eerste 11 juli-toespraak; gehouden op zondag 4 juli in Zottegem, en op 8 juli in Gent.

Ik weet het, ik heb het zelf gezocht, maar ik ga het toch zeggen: u heeft mij wat aangedaan! U heeft mij namelijk de eerste 11 juli toespraak uit mijn bestaan doen houden, een zogeheten feestrede. Maar tegelijk moet ik u danken, want u heeft mij verplicht over een en ander na te denken. U kent mijn recente geschiedenis…

Dames en heren, Goede Vrienden,

Ik ben, maanden geleden, aan het denken geslagen, en ik ben bij u Uitgekomen. Bij de N-VA. Ik ben intussen volksvertegenwoordiger van een expliciet Vlaamse partij, van een Vlaams-nationale partij. En ik ben daar trots op. Hoewel… Toen ik zo aan het denken was, en al een stuk gevorderd was, wist ik bijvoorbeeld dat als ik tot aan het eind ging, ik – om maar iets heels stoms te noemen – mails zou krijgen met als eindzin “Vlaamse groeten”. Nu is dat ook maar wat het is. Het maakt me niet zoveel uit of er staat “Vlaamse groeten, ” dan wel “kameraadschappelijke groeten” of “liberale groeten” of zelfs “broederlijke groeten”. Wie veilig wil spelen sluit trouwens het beste af met “Met de bekende groeten”, dan zit je altijd goed. Maar dit terzijde. Die groeten dat is maar een symbolische uiting van iets anders. Ik besefte – en ik kom tot het punt ten gronde – ik besefte dat toen ik de stap zette naar de N-VA er zonder twijfel wel iemand mij zou vragen: “Siegfried, zijt ge Vlaams”? Of nog ‘erger (!)’ “Siegfried, zijt ge Vlaams- nationalist?” Dat is in de praktijk trouwens ook zo gebeurd…

Ik zal nu tot bekentenissen overgaan: wie mij geweldig heeft geholpen in dat ‘bekerings’-proces – want dat is het eigenlijk – wie mij goed heeft geholpen, is mijn oud-professor Etienne Vermeersch. Vermeersch heeft mij in de lente van dit jaar, toen ik dus nog geen politicus was en er zelfs niet aan dacht er een te worden, Vermeersch heeft mij een van zijn artikels toegezonden over Vlaamse identiteit en natiegevoel. Ik wist/weet tussen haakjes uit mijn kinderjaren wel wat dat Vlaams gevoel betekent. Hoe die mensen redeneren, hoe ze zichzelf voelen. Want, laten we wel wezen, emotie is in deze stukken belangrijker dan verstand. Maar het is/was een emotie waarvan ik met de jaren ben vervreemd.

Terug nu naar dat voor mij zo belangrijke artikel van Etienne Vermeersch; zo belangrijk omdat het voor een wending in mijn denken en zelfs in mijn leven heeft gezorgd. Dat artikel begint met een argument dat het bij mij altijd geweldig doet, met name, een verwijzing naar de oude Grieken. Aristoteles. Die wist niet alleen dat de mens een sociaal wezen is dat van geboorte tot anderen nodig heeft om te overleven, maar ook dat een mens om zichzelf te zijn nood heeft aan een groep waarmee hij zich één voelt. Wat mutatis mutandis impliceert dat hij zich ook afzet tegenover anderen die hij beschouwt als buitenstaanders, vreemden. Voorts wijst Vermeersch erop dat er zoiets bestaat als heimatgevoel, verbondenheid met de omgeving, een bijzondere band met een gebied, stad of streek. En vanzelfsprekend ook met de mensen die er wonen. Denk aan het bekende vers van Petrus Pictor, uit de late 11de eeuw,

“O Flandria, dulce solum // super omnes, terra beata”. Dat is dat heimatgevoel. En je vindt dat even zo goed in de 20ste eeuw bij Will Tura. Ik citeer:

Waarom loop ik toch zo graag met de zeewind in mijn haar
Langs het Noordzeestrand te dromen, in de winter, in de zomer
Dikwijls stel ik mij die vraag.
Waarom voel ik mij zo blij, steeds zo veilig en zo vrij
Als ik wandel door de steden, die getuigen van ‘t verleden
‘t Antwoord vind ik diep in mij: omdat ik Vlaming ben,
En ik m’n land bemin , met hart en ziel

En, ik herhaal: wie zijn land bemint, bemint uiteraard ook de mensen die er wonen, zeg maar ‘het volk’.

Ik mag erop wijzen dat wij in Vlaanderen een wat eenzijdige kijk hebben op het begrip ‘volk’. In de klassieke Vlaamse beweging is het volk de verzameling van mensen die dezelfde taal spreken. Denk aan “de Tael is gantsch het Volk” van Prudens van Duyse, die dat heeft geschreven in 1829. Maar Van Duyse was een orangist, en dus is dat volk in zijn hoofd veel meer dan de, in actuele termen omgezet, zes miljoen Vlamingen. Maar die opvatting, de taal is gans het volk, is in Vlaanderen taai, terwijl het volk ook met andere criteria kan worden gedefinieerd. Bij andere volkeren gaat het om bvb geloofsgenoten. Een Vlaams-nationalist die alleen Frans spreekt, dat is onzin, denkt u allicht, maar een Ierse nationalist, die alleen Engels spreekt, dat is niet alleen perfect denkbaar, dat is in Ierland vaak de realiteit. In Griekenland gaat het niet om godsdienst, niet om taal, daar heeft identiteit van doen met gemeenschappelijke geschiedenis. En bij joodse mensen draait het niet om taal, godsdienst of geschiedenis, maar wel om afstamming. U moet maar eens rondlopen in Antwerpen. U zal snel merken dat vrijzinnige joden even joods zijn als de chassidim. Merkwaardig is trouwens, en ook dat vind je overal terug: overal probeert men dat identiteitsgevoel te versterken door verwijzing naar gemeenschappelijke geschiedenis, vaak ook gemeenschappelijk geleden onrecht, of – denk aan 11 juli – gezamenlijk verworven overwinningen.

Veel van die dingen zijn historische ficties. Leugens eigenlijk, gefabriceerd pour les besoins de la cause.

U weet dat in 1302 op de Groeningenkouter in Kortrijk – er bestaat daarover een zeer interessant boekje van wijlen historicus Theo Luyckx – de Vlamingen hebben destijds de Guldensporenslag gewonnen omdat ze niet konden weglopen. Ze waren namelijk zodanig opgesteld dat ze wel moesten vechten, en dat was heel goed gezien, want de Vlaamse troepen hadden de gewoonte om bij het zien van de vijand de benen te nemen. Hier dus niet, want ze konden niet weg. En dus moésten ze wel vechten, en wonnen ze nog ook. En hebben de romantici van de 19de eeuw daar ons nationaal feest van gemaakt. Bijkomend vallen trouwens in die fabricages op hoe het telkens ook gaat om ethisch hoogstaand gedrag, al zijn ook dat meestal ficties. Ik sprak u eerder over de Vlaamse voorman en dichter Prudens van Duyse. In ’s mans biografieën vind je de altijd terugkerende vermelding dat hij bij de Belgische revolutie van 1830 uit orangistische trouw naar Nederland, is gevlucht. Welnu, in werkelijkheid is hij naar Nederland gegaan vanwege een Haagse vriendin die, geestig detail, dubbel zo oud was als hijzelf. Dat is natuurlijk een beetje om te lachen, maar – laat ook dat duidelijk zijn – datzelfde identiteitsgevoel is ook eeuwenlang misbruikt. Tussen de 16de en de 20ste eeuw heeft dat maar al te vaak het Europese continent in vuur en vlam gezet. Denk aan het “dulce et decorum est pro patria mori”.

Het is de verdienste geweest van de Vlaamse Beweging om na de Groote Oorlog dat zeer foute gevoel om te draaien, en resoluut te kiezen voor pacifisme, voor het ‘Nooit meer oorlog!’.

Op dat eigenste moment is trouwens de kiem gelegd voor een mechanisme dat je óók overal terugvindt: vanuit dat identiteitsbesef ontstaat de vraag naar eigen politieke structuren. En één keer die in gang zijn gezet – bij ons was dat rond 1970 – is dat niet meer te stoppen. In 1970 sprak Gaston Eyskens over het einde van de unitaire staat. Vandaag gaat het om het einde van de federale staat. En, dat is mijn overtuiging, dat zal einden bij die al zo vaak genoemde verdamping van de staat tout court. Er is trouwens op het einde van de 20ste eeuw nog iets anders begonnen dat in dat verband nog veel belangrijker is dan die eigen, in het begin prille, aparte politieke structuren. Vanaf 1990 spelen de media als het over gemeenschapsvorming gaat, een niet te overschatten rol. Het Vlaanderen van vandaag is echt een mediaproduct, dat amper 20 jaar oud is.

Toen ik begin jaren 80 bij de openbare omroep ging werken, was dat nog niet uitgesproken het geval. De BRT – let op die naamsverandering; dat is echt geen toeval – werkte toen vaak en nauw samen met de Franstalige RTB. En dat was ook normaal: het nieuws was het nieuws, alleen de taal was verschillend. Ik kan u zeggen dat op vandaag niet of nauwelijks nog het geval is. Vanwege het verschil: het nieuws in Vlaanderen is niet langer het nieuws in Wallonië… Dit is van het allergrootste belang. Er is zelfs meer dan dat. De Vlamingen worden welhaast uitsluitend ‘bediend’ door de eigen Vlaamse media. In het zuiden van België kijkt 30 à 40 % van de mensen op vrijwel constante basis niet naar de eigen televisie, maar naar de FRANSE televisie. Ook dat heeft zo zijn gevolgen in de hoofden van die mensen.

Ik wil overigens een nuance aanbrengen in mijn eigen betoog. Vanzelfsprekend is identiteit meer dan één laag… Anders gezegd, en voor alle duidelijkheid: het is niet omdat iemand zich Vlaming voelt, dat hij of zij over vanalles en nog wat hetzelfde denkt. Natuurlijk niet! Elke identiteit bestaat uit meerdere lagen, en dat eindigt bij het individu, en dat is vanzelfsprekend uniek. Dat betekent overigens niet dat het fout zou zijn in de eerste plaats bezorgd te zijn om diegenen met wie je die identiteit deelt. Ik schuw hier lelijke woorden noch risico’s, maar het eigen volk eerst principe is tegelijk juist, en verderfelijk. Juist omdat het een normale psychisch gezonde reactie is, het eigen belang uit te breiden naar de “naasten”, dat wil zeggen - ongeveer in die volgorde - familie, vrienden, stads- of streekgenoten, landgenoten. Verderfelijk op het moment dat het de reeks van daarnet stopzet, en alle anderen die niet worden opgenoemd uitsluit. Uiteindelijk gaat het over een gevoel van medemenselijkheid, en daar zit wel een gradatie in, maar geen eindpunt, tenzij men dat laatste definieert als “alle bewoners van deze planeet”, maar dan nog zal de discussie blijven of ook fauna en flora daarbij inbegrepen zijn.

Los daarvan is er aan dat identeitsbesef ook een tijdsdimensie, en in twee richtingen: er is verbondenheid met voorbije generaties, maar ook vanzelfsprekend met de komende.

Het is, samenvattend, door dat soort overwegingen dat ik na enige tijd niet de minste moeite had met de keuze voor een expliciet Vlaamse, ja zelfs Vlaams-nationale partij. Vlaamse identiteit, heb ik immers geleerd, ze bestaat, ze is gekoppeld aan het besef van gemeenschappelijke noden en belangen, en ze leidt zelfs tot wat je “natiegevoel” kan noemen. Een gevoel dat dus gegroeid is, en vooral het werk is geweest van de media. Daar waar in de jaren vijftig van de vorige eeuw, het Belgische natiegevoel nog voelbaar aanwezig was, zo is dat gevoel op vandaag bijna weg. Wij delen noh héél weinig met het zuiden. En dat uit zich in duizend en één fenomenen. Zelfs in ethische kwesties. Het verschil in euthanasie-aangiftes (meer dan 80% in Vlaanderen) of het verschil in de aangiftes van kindermisbruik door kerkelijke gezagsdragers (meer dan 90 % uit VL), het wijst allemaal op dat verschil. En het zou een politiek fatale misrekening zijn daar geen rekening mee te houden.

Ik citeer Etienne Vermeersch: “het erkennen van de feitelijke onloochenbaarheid van een Vlaamse identiteit en dus een zeker natiebesef, moet het uitgangspunt vormen van een gemeenschapsbeleving die alle immorele aspecten van het misvormde nationalisme uitbant.”

En daarmee heb ik meteen een haakje gemaakt naar die andere vraag waarop ik in de eerste plaats voor mezelf een antwoord diende te hebben. De vraag namelijk: “Siegfried, zijt gij een Vlaams- nationalist?” Zoals zo vaak hangt het antwoord af van wat men daarmee bedoelt.

Ik heb als journalist ooit te maken gekregen met iemand die zichzelf omschreef als hévig Vlaams-nationalist, en toen ik vroeg wat dat in de praktijk betekende, antwoordde ze dat dat voor haar als gevolg had dat alle werklozen van Antwerpen een bezem ter beschikking werd gesteld, waarmee ze de leien konden keren, want die lagen er allesbehalve netjes bij. Overigens bleek verder in het gesprek dat de werklozen in kwestie allemaal autochtonen waren, want de anderen waren in het hoofd van de betrokkene al lang verdwenen, versta buiten gezet.

Ik hoef u niet te zeggen 1. dat dit met nationalisme niets te maken heeft, en 2. dat mocht het ermee te maken hebben, quod non, dit een nationalisme is dat Etienne Vermeersch, en ik volg hem daarin, volkomen terecht omschrijft als misvormd en immoreel.

Maar, hoeft het gezegd, nationalisme vandaag is net het omgekeerde van uitsluiting, het gaat om in-sluiting.

Het is nauwelijks overdreven te zeggen dat de staatshoofden van de V.S. en van Frankrijk mooie voorbeelden zijn van inclusief nationalisme. In het ene geval gaat het om de zoon van een Hongaarse immigrant, en in het andere de zoon van een jongeman uit Kenia. Voorbeelden van hypergeslaagde integratie. Niemand ter wereld zou het in zijn hoofd durven halen om te zeggen dat Sarkozy geen echte Fransman is, of Obama geen echte Amerikaan. Niet alleen omdat het klopt met hun papieren, maar het klopt ook en vooral in culturele zin. Waarbij overigens opvalt dat in het Amerikaanse voorbeeld er geen tegenstrijdigheid is tussen aan de ene kant Amerikaan zijn, en aan de andere kant zich toch nog verbonden weten (in het geval van Obama) met letterlijk broeders en zusters, neven en nichten, op drie verschillende continenten van deze planeet.

Anders gezegd, nationalisme staat haaks op exclusie, staat daarom ook haaks op fanatisme.

Dat inzicht heeft ervoor gezorgd dat ik mij probleemloos thuis kan voelen in het Vlaams-nationalisme. Zelfs in de wetenschap dat die beweging een recente geschiedenis torst die zeer bezwaard is door zeer zware vergissingen en fouten.

Maar fouten kunnen ook worden rechtgezet. En het is mijn stellige indruk dat wij, alle Vlamingen samen, daar ook goed mee bezig zijn. Het middel daartoe is onze partij, de n-va. Niemand kan er om heen dat die partij het Vlaams-nationalisme in zijn moderne vormen en gedaanten weer sexy heeft gemaakt. De Vlaming kiest daarvoor, en dat wil op zijn minst zeggen dat de Vlamingen complexloos en zelfbewust zichzelf willen zijn.

110 jaar na datum klinkt de boodschap van August Vermeylen actueler dan ooit. ‘Om iets te zijn, moeten we Vlaming zijn. We willen Vlaming zijn om Europeeërs te worden’.

Het wordt tijd om daaraan praktische gevolgen te verbinden.

En dus, dames en heren, goede vrienden, besluit ik mijn allereerste 11 juli-toespraak met woorden waarvan ik twee jaar terug zou hebben gezworen dat ik ze nooit zou uitspreken… Nu wel, complexloos, behoorlijk zelfzeker, trots en luidop: ja natuurlijk ben ik Vlaming, ja natuurlijk ben ik een nationalist. Ik heb géén probleem; ik weet van u hetzelfde.

Ik dank u voor uw aandacht.


Eerder

Factcheck

Ik lees in De Morgen dat er in het Vlaams Parlement een hoorzitting is geweest met de VRT over wat men moet betalen om een radioprogramma vanop locatie uit te zenden.

Lees het hele artikel

Ik koester de herinnering aan Walter Capiau.

Ik bewaar de beste herinnering aan Walter Capiau. Toen ik 18 was, was ik lid van het animatieteam bij de Christelijke Mutualiteit, in het Zwitserse Fiesch. Met Walter, en ook met Martin De Jonghe.

Lees het hele artikel

De parabel van de broek waar men niet in kan

Wat een zalig stukje in De Morgen van Joël De Ceulaer (30/01). Die overigens een verstandige verloofde blijkt te hebben.

Lees het hele artikel

Interview Siegfried Bracke bij RTBf - 30 mei 2017

Letterlijke transcriptie en letterlijke vertaling

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder