Toespraak Wilfried Martens

Dames en heren,

Voor u staat de Voorzitter van de Kamer, maar vergeet u dat nu maar. Tot u spreekt een voormalig omroepjournalist die Wilfried Martens vaak heeft ontmoet, in de brede betekenis van dat woord.

En laat ik het maar eerst heel duidelijk zeggen: ik bewonder de man Martens, heb groot respect voor de politicus, heb er veel van geleerd, ik ben hem, jawel, dankbaar.

Dankbaar - en dat gaat ver - omdat ik ook van hem heb geleerd  waarvoor je in de politiek, in het leven en in het leven als politicus beducht moet zijn.

Zo weet ik intussen dat het in de politiek aankomt op macht, en daar is niets mis mee, maar Martens heeft mij in een en dezelfde beweging geleerd dat lonely at the top, dat bestaat ook, en is vaak verbonden aan de macht.

Bij Martens had dat in de allereerste plaats van doen met plichtsbesef. Zo was hij ook opgevoed. Zijn rethoricaleraar was mijn latere superior. Albert De Schepper, een perfecte familienaam voor een man met grote ambitie, in de eerste plaats voor zijn studenten. God en vaderland, het waren zijn bakens. En God, ja die kon je misschien nog aanspreken in het dialect. Maar niet het Vlaamse vaderland. Zo ook bij Wilfried Martens.

Hij had zo zijn best gedaan om  ABN te leren dat hij echt het dialect waarin hij was groot geworden kwijt was geraakt.

En van groot worden gesproken. Is het geen land om te koesteren waar een kind van een weduwe met veel kinderen op een klein boerenhof in Sleidinge eerste minister kan worden? Ook dat is de les van Wilfried Martens.

En is het ook niet prachtig dat je dat desondanks ook kan blijven zien dat hij een jongen is uit Sleidinge?

Ik herinner mij eind jaren 80. In het vliegtuig naar weet ik veel waar in Afrika. Er is een tussenstop in Conacry, Equatoriaal Guinea. Er moet getankt worden, en dus moet iedereen het vliegtuig verlaten. Martens mag eerst uitstappen, maar beneden aan de trap staat een lachende zwarte man, met achter hem zichtbaar officiële mensen. 

Een geroutineerd politicus zou, ook al weet hij van niets, zonder meer de trap afgaan om de betrokkene oprecht hartelijk te groeten. Je spreekt die dan aan met 'Excellentie', want er zal nooit niemand in de buurt zijn die dat zal tegenspreken.

Wat doet een jongen uit Sleidinge? Hij blijft staan, en zegt 'Marie-Paule, wie is die man?!'. En dat was een goede vraag, al wist niemand het antwoord...

Het bleek de lokale collega-premier. 

Die wordt begroet; dat uiteraard wel, jongens uit Sleidinge hebben manieren. Maar ze kunnen zich niet voorstellen wat je maar liefst anderhalf uur lang met de man te bespreken zou hebben. 

Ik sta daar ook in de buurt. De eerste minister wenkt, en zegt luid 'Il faut vraiement faire notre interview maintenant.' Ik weet van niets, maar een jongen uit Oostakker spreekt de eerste minister niet tegen. In een uithoek van de luchthaven doen we een interview. Als ik 'dank u wel, mijnheer de minister' zeg, antwoordt die: maar neen, er zijn nóg veel vragen die u mij kan stellen. Wat ook prompt is gebeurd. Dat hadden ze ons in de colleges ook geleerd: als het moet, dan moet het maar.

Dames en heren,

Wilfried Martens is dus een jongen uit Sleidinge die in en voor dit land een grote meneer is geworden. 

Omdat hij carrière heeft gemaakt als partijvoorzitter, eerste minister, enz... Maar zo zijn er nog. Martens heeft veel meer gedaan dan dat. Hij heeft het land in een andere plooi gelegd. 

De allerbelangrijkste plooi lijkt mij te zijn dat hij in de Wetstraat en daarbuiten in de hoofden van de mensen het besef heeft ingeplant dat er zoiets bestaat als een begroting, en als daar een gat in zit, dat er dan over all een probleem is. Een probleem dat je alleen met politieke moed kan oplossen. Ook dat heb ik geleerd van Wilfried Martens. 

Net zoals ik van hem heb geleerd dat als er al een levensverzekering bestaat - quod non, denk ik - dan is die levensverzekering Europees. Martens was daarvan doordrongen, al blijft het werk op dat punt zeer onaf. Want er is Europees geloof, zeer zeker, maar het is zeer de vraag of de Unie rebus sic stantibus daarop het antwoord is.

Dames en heren,

Ik heb het voorrecht genoten als journalist te zien hoe Wilfried Martens voor 'vooruitgang' heeft gezorgd.

En weet u, dames en heren, wanneer ik de laatste keer gedacht heb: Martens, nu bewijs je dat Vlaanderen erop vooruit gegaan is? Dat was in de late zomer van 2008, toen op een zaterdag het eerste punt in het middagnieuws het huwelijk was van Martens met Miet Smet. Geen kwaad woord daarover,  alleen vreugde en blijdschap. Vlaanderen had door en na Martens kennelijk geleerd niet te oordelen over the bumpy road of love.

Mocht Wilfried Martens mij nu kunnen horen, en ik mocht nog één woord spreken, dan aarzel ik geen seconde, en zeg: dankuwel.


Eerder

Herdenking van de slachtoffers van de Holocaust

Op 23 januari herdacht de Kamer de slachtoffers van de Holocaust, in aanwezigheid van Z.E. Yuli Edelstein, de voorzitter van het Israëlisch parlement. Lees hier de toespraak van de Kamervoorzitter.

Lees het hele artikel

Gesprek met de Turkse ambassadeur

Turkije heeft heel recent - sinds 1 december dit jaar om precies te zijn - een nieuwe ambassadeur in Brussel, de heer Zeki Levent GÜMRÜKÇÜ. Een man met een duidelijke boodschap.

Lees het hele artikel

Bezoek van een delegatie uit Servië

Sinds 2014 onderhandelt de EU met Servië over de 35 hoofdstukken van het Europees ‘acquis’, de wetgeving die kandidaat-lidstaten moeten aannemen om te kunnen toetreden.

Lees het hele artikel

Opening van het academiejaar in Leuven

Traditie hoort bij deze tijd van het jaar.

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder