Speech Herman Van Rompuy

Geachte eerbiedwaardigheidsbekleders, in al uw functies en titels,
Dames en Heren,
Geertrui en Herman,

Bijna op de kop drie jaar geleden stond mijn voorganger hier om Herman Van Rompuy in 2D te onthullen, als gewezen Kamervoorzitter. Vandaag staan wij hier opnieuw om zijn beeltenis in drie dimensies voor te stellen, als gewezen eerste minister.

Zo meteen zal mijn goede collega Sonja Becq het woord nemen om u allen meer te vertellen over het kunstwerk dat wij hier vandaag onthullen en over Wilfried Pas, de beeldhouwer die het gemaakt heeft.

Ikzelf heb de eer en het genoegen u te onderhouden over het leven en de werken van de 66ste premier van België, en over een carrière die zonder meer uniek is in onze recente politieke geschiedenis.

Herman Van Rompuy werd geboren in Brussel in 1947, als telg van een bekende christendemocratische familie. Hij werd als jongeman intellectueel gekneed door de jezuïeten in het Sint-Jan Berchmanscollege in Brussel. Tot iemand die geroepen zou worden tot de publieke zaak. En ook tot iemand die zou voorgaan; subtiel en sluw, maar met onderbouwde en beginselvaste overtuiging.

Toen hij in 1965 in Leuven wijsbegeerte ging studeren, dompelde Herman zich niet onder in de tijdgeest van de flower power en de contestatie, maar las hij de weemoedige werken van Camus, Nietzsche, Schopenhauer en Kierkegaard. Na zijn baccalaureaat in de wijsbegeerte ging hij economische wetenschappen studeren, aan de faculteit van zijn vader Vic. Professor worden en daarnaast aan politiek doen, dat leek toen de carrière die hem te wachten stond.

Zijn beroepsleven begon hij aan de studiedienst van de Nationale Bank, zijn politieke leven als ondervoorzitter van de in die periode zeer invloedrijke CVP-jongeren. Vanaf 1975 vloeiden het professionele en het politieke voor Herman samen op het kabinet van premier Leo Tindemans, zijn eerste leermeester. Tindemans was de conservatieve politicus met wie alles anders zou worden, een paradoxale combinatie die tot de dag van vandaag aan de Vlaamse kiezer blijft appelleren.

Vanaf 1980 - na een intermezzo op het kabinet van Gaston Geens - volgde Van Rompuy Tindemans van de regering naar de partij. Acht jaar lang zou hij CEPESS leiden, de gereputeerde studiedienst van de CVP.

Het was de periode waarin de grote strijd over de richting van de Belgische politiek niet tussen de verschillende partijen gevoerd werd, maar in de schoot van de Christelijke Volkspartij (sommigen zullen zeggen dat dat vandaag ook nog zo is, maar passons). Zijn broer Eric zou twee regeringen doen vallen, maar ook Herman geneerde zich niet om vanuit de studiedienst van de partij, als intellectueel en ideologisch geweten, de regering (en de CVP-premier) terecht te wijzen. Het was de periode van ‘Voorspoed door Moed’.

In 1988 werd Herman zelf partijvoorzitter. Na Zwarte Zondag in 1991 zou hij Jean-Luc Dehaene het veld insturen om een regering te vormen. Het is dan dat ik de flegmatieke man die vandaag gevierd wordt, een zeldzame keer verstoord heb gezien. Belaagd door zijn eigen leden, die met grote tegenzin en onder luid gejoel uiteindelijk het regeerakkoord goedkeurden.

Twee jaar later trad Herman zelf toe tot de regering Dehaene, als minister van Begroting en vicepremier. Met Jean-Luc vormde hij een onverwoestbare tandem die België de euro inloodste en een positief primair saldo van 6% BBP achterliet, een titanenwerk zonder weerga.

Jean-Luc is ons dit jaar veel te vroeg ontvallen, hij was een politieke reus in wiens schaduw Herman graag en goed gedijde. Dehaene was niet alleen de grootste Belgische premier sinds Vader Eyskens, hij was ook – in de woorden van Herman - de beste Commissievoorzitter die Europa nooit gehad heeft. In juli 1995 greep Dehaene naast het voorzitterschap op Korfu. Als hij wel Commissievoorzitter was geworden, dan was Van Rompuy - zeer tegen zijn zin - de gedoodverfde premier geweest.

Volgens de journalistieke overlevering bracht Jean-Luc Herman op de hoogte met de woorden: “Herman, ge kunt terug gaan slapen.”

Eind jaren ’90 deed in de Wetstraat het gerucht de ronde dat Dehaene slechts de helft van zijn derde ambtstermijn zou volmaken, om halverwege de stok door te geven aan Van Rompuy. Opiniepeilers die je in die tijd sprak, zeiden dat Dehaene onmogelijk kon verliezen. Behalve dan, door “Events, dearboy, events”. De dioxinecrisis betekende het einde van de regering Dehaene en van veertig jaar onafgebroken regeringsdeelname van de CVP. Herman Van Rompuy ontsnapte ten tweeden male aan het premierschap.

De broers Van Rompuy waren ooit de schrik van progressief en links Vlaanderen, van het publiek dat de Paarse salons frequenteerde. Eric was de provocateur met de grote mond, die in het tijdschrift Humo opriep tot een kulturkampf tegen nihilistische schrijvers. Een woord dat hij, naar verluidt, bij zijn intellectuelere oudere broer had opgepikt, maar niet volledig had begrepen.

De Paarse jaren waren dan ook een tocht door de woestijn voor Herman. Opeens was hij een has been, een oude krokodil. De Wetstraat was in de ban van de Nieuwe Politieke Cultuur. De prominenten op de CD&V-congressen moesten hun das thuislaten, de oudgedienden werden verbannen van de eerste rijen en namen plaats tussen de militanten.

Ook hier in de Kamer zocht Herman ostentatief de achterste banken op. Er volgde geen post-electorale depressie, maar een intellectuele bevrijding. Tijd om te schrijven en te denken, om legendarische haiku’s te dichten. Herman ontdekte als een van de eerste politici het belang van websites en blogs, en werd zo opnieuw door de journalisten ontdekt en gewaardeerd. Van Rompuy was nog steeds interessant, maar niet langer relevant.

Daarvoor zou hij het Kartel nodig hebben. De nieuwe generatie onder leiding van Yves Leterme verenigde wat - in zijn woorden - vijftig jaar gescheiden was geweest: de christendemocratie en het democratische Vlaams-nationalisme. Paars werd in 2007 gebroken door de nieuwe Tindemans, de man met wie alles opnieuw anders zou worden.

Maar wat een triomftocht moest worden, het heroveren van de rechtmatige plek van de christendemocratie in het hart van de Belgische macht, werd een vijf jaar durende gang naar Canossa. De electoraal zo succesvolle nieuwlichters waren na 8 jaar oppositie de voeling verloren met hoe het machtsspel in de federale cenakels gespeeld wordt. Of omgekeerd: misschien was het spel gewoon veranderd?

Maar jouw kwaliteit kwam bovendrijven, Herman. Je werd in juli 2007 Kamervoorzitter. Het Hof deed een beroep op je expertise om als ‘Koninklijk Verkenner’ en ‘Koninklijk Verzoener’ het schip aan wal te trekken. Je schonk ons al goed gevulde politieke vocabularium prachtige neologismen als ‘de spooknota’, maar de Sisyphusarbeid mocht niet baten. Het schip werd uiteindelijk door de financiële storm aan wal gespoeld in plaats van getrokken.

Het leek erop dat je prachtige carrière rustig zou landen in het Voorzitterschap van de Kamer, maar onverwacht nam ze toen een hoge vlucht.

Leterme struikelde over de naweeën van de financiële crisis; een derde maal zou je niet aan het hoogste federale ambt kunnen verzaken, hoezeer je ook zou tegenspartelen.

“Ik zweer het: ik doe het niét. Ik ben en blijf Kamervoorzitter”, zei je beslist.

“Ik kan ook weigeren als de koning het mij vraagt”, voegde je er nog aan toe ten behoeve van de twijfelaars.

Het was de betreurde Wilfried Martens die je met enige aandrang de 16 bleef aanbieden. De man die dateerde uit de tijd dat de CVP vijf à tien kandidaat-premiers had, begreep je obstinate weigering niet. Vandaag - 7 jaar later - blijkt dat je met die weigering een trend in gang hebt gezet.

Op 30 december 2008 werd Herman Van Rompuy premier. De natuurlijke rust en stabiliteit die hij uitstraalde - en misschien ook wel zijn dichterlijke aanleg - zorgden ervoor dat de stilstand werd vervangen door de ‘rustige vastheid’ van Henriette Roland Holst. Je werd, Herman, haast heilig verklaard in de vaderlandse pers.

Maar heiligenlevens zijn vaak kort, en je premierschap duurde uiteindelijk maar een jaar.

Europa was op zoek naar een permanente voorzitter van de Europese Raad, de vergadering van alle EU-regeringsleiders. Even werd nog gefantaseerd over een man “who could stop traffic in Washington and Beijing”. Tony Blair misschien? Maar uiteindelijk blijkt de beste man voor de job in de EU meestal een christendemocratisch politicus uit de Benelux te zijn; en wie kon meer geschikt zijn dan de man die de zo zorgelijk ogende Belgische patiënt had gestabiliseerd?

Net zoals met het premierschap, weigerde je aanvankelijk. De man van het compromis formuleerde onmogelijke eisen. Je zei tegen Sarkozy dat je het alleen wilde doen als je door alle regeringsleiders zou worden gedragen. “Je les aurai”, was het antwoord, en zo geschiedde. Een verantwoordelijkheid die niet kon en mocht geweigerd worden.

En dus kreeg Europa niet “the man who would stop traffic” als president, maar de man die zich op zijn eerste werkdag wou aanbieden via de Brusselse metro. Als anekdote over de bescheidenheid van Herman Van Rompuy kan dat tellen.

Angela Merkel vroeg je, Herman, wat je zou doen in de drie maand tussen de Europese tops. Het is de ultieme illustratie van een wijsheid die je je ooit liet ontvallen: “La vie politique, c’est la navigation à vue.” Niet alleen voor ons, bescheiden Belgische politici, maar ook voor de machtigste vrouw van Europa.

Herman Van Rompuy volgde het institutionele pad van de grote christendemocratische staatsmannen die hem zijn voorgegaan. Tindemans, Martens, Dehaene. Een dubbel spoor van Belgische federalisering en Europese integratie, het eerste soms met gemengd enthousiasme, het tweede - het edelmoedige Europese project, zei Tindemans - altijd met onverdeelde toewijding en met een bekwaamheid die alom erkend werd.

Tijdens het eerste mandaat van Van Rompuy was het smeulend vuurtje van de eurocrisis een uitslaande brand geworden. Hij werd in 2012 voor een tweede mandaat verkozen, een formaliteit die op vijf minuten kon worden afgehandeld. Een erkenning van het werk dat hij geleverd had en dat van alle zijden gewaardeerd werd. De grijze muis, de man met het charisma van een natte dweil, was een staatsman geworden wiens gezag gerespecteerd werd in heel Europa.

Maar ik heb u genoeg verteld over WAT hij geweest is, hoe uniek - in de letterlijke betekenis van het woord - dat ook is. Ik wil u ook vertellen WIE hij - in mijn ogen - is.

Dames en Heren,

In mijn lange carrière in de journalistiek heb ik zelden een politicus gekend die bewuster met zijn imago en zijn beeldvorming bezig was dan Herman Van Rompuy.

Niet zoals de designerpolitici, van wie hij de hoogdagen heeft meegemaakt vanop de oppositiebanken, omdat de vorm primeerde op de inhoud. Maar omdat hij een pure stielman was, die wist dat het niet volstond om een asceet, een intellectueel, een compromisbouwer te zijn… om ook zo over te komen.

Een intelligente, rustige en belezen man. Onthecht van de waan van de dag, van het ‘actualisme’ zoals hij dat zelf noemt. Kalm bij de deadline van de volgende verkiezingen. Haiku Herman, de zenboeddhist.

“Je hebt cynische humor nodig om te overleven in de politiek”, zei Van Rompuy ooit. Gelet op zijn parcours van politieke passé decomposé tot president van Europa, gaat het hier om een politieke overlever buiten categorie. Ik kan u zeggen dat zijn cynische humor daarmee recht evenredig is.

Zijn humor en zijn sarcasme waren een wapen tegen zijn politieke tegenstrevers, vooral dan die binnen zijn eigen partij. Voor mensen buiten zijn partij beriep hij zich meer op zijn formidabele geheugen. Op maatregelen die hij met de oppositie had genomen toen ze nog in de regering zat. In Buitenhof heb ik hem weten verwijzen naar de begrotingsinspanning die hij in de jaren ’90 moest realiseren, teneinde de Nederlandse inspanning in perspectief te plaatsen.

Het enige mandaat waar hij als jonge snaak van droomde, was dat van ‘President van België’. Ik heb hem daarvoor ooit, in tempore non suspecto, voorgedragen. Geheel eigen aan de ijzeren wetten van de politiek, is het enige dat hij begeerde datgene wat hij nooit geworden is. (Als je ooit nog ambitie zou koesteren, Herman: mijn partij zal u steunen.)

Herman Van Rompuy sloeg mandaten van zich af, en met des te meer hardnekkigheid werden ze hem aangeboden. Het doet denken aan Cincinnatus of Marcus Aurelius, en Van Rompuy is een Romekenner. Een onthechte man die de oude republikeinse waarden belichaamt, in een soms decadente tijd.

Een man die zoals alle conservatieven - in de filosofische zin van het woord - wist dat diepgaande verandering soms nodig is, om dat wat ons het meest dierbaar is te bewaren.

Dames en Heren,

2014 was een jaar van afscheid en van herinnering. Afscheid van monumenten die het schip van de staat doorheen moeilijke wateren op koers hebben gehouden. Ik denk in het bijzonder aan Jean-Luc Dehaene en aan Wilfried Martens. Een jaar van herinnering aan honderd jaar Groote Oorlog en aan vijfentwintig jaar val van de muur. Gebeurtenissen die Europa getekend hebben. Een jaar ook waarin velen ongerust zijn, angstig zelfs.

De Europese crisis heeft ons doen inzien hoe intens ons lot verbonden is, binnen de monetaire unie, binnen Europa en zelfs binnen de globale economie.

Nu, meer dan ooit, hebben wij leiders nodig die, zoals Herman, hun analyses kunnen plaatsen in een breed maatschappelijk, filosofisch en historisch kader, om angst te veranderen in perspectief, en, in het beste geval: hoop.

Nu, meer dan ooit, hebben wij leiders nodig die een kader van samenwerking en wederzijds vertrouwen kunnen creëren. Pragmatisch, maar nooit opportunistisch. Nooit roekeloos of voluntaristisch, maar voorzichtig, stap voor stap.

Niemand is onmisbaar, zeker niet in de politiek, maar jouw erfenis, jouw denken, jouw methode: ze blijven relevant en een inspiratie voor ons allen.

Ik dank u voor uw aandacht.


Eerder

Herdenking van de slachtoffers van de Holocaust

Op 23 januari herdacht de Kamer de slachtoffers van de Holocaust, in aanwezigheid van Z.E. Yuli Edelstein, de voorzitter van het Israëlisch parlement. Lees hier de toespraak van de Kamervoorzitter.

Lees het hele artikel

Gesprek met de Turkse ambassadeur

Turkije heeft heel recent - sinds 1 december dit jaar om precies te zijn - een nieuwe ambassadeur in Brussel, de heer Zeki Levent GÜMRÜKÇÜ. Een man met een duidelijke boodschap.

Lees het hele artikel

Bezoek van een delegatie uit Servië

Sinds 2014 onderhandelt de EU met Servië over de 35 hoofdstukken van het Europees ‘acquis’, de wetgeving die kandidaat-lidstaten moeten aannemen om te kunnen toetreden.

Lees het hele artikel

Opening van het academiejaar in Leuven

Traditie hoort bij deze tijd van het jaar.

Lees het hele artikel
1 van pagina's Nieuwer Eerder