Siegfried Bracke

Verslag van twee kanten

03 juli 2010

Toespraak gehouden op 1 juli aan de Universiteit Antwerpen, bij de proclamatie van de afgestudeerden in Politieke en Sociale Wetenschappen.

Dames en heren,

Lang geleden, toen ik nog journalist was, heeft Louis Tobback mij eens uitgelegd wat een politicus eigenlijk wil. Een politicus, zei hij, wil in zijn ideale wereld om acht uur ’s ochtends voor de televisiecamera’s gaan zitten, en dan onafgebroken tot ’s avonds laat zijn ideeën en plannen aan de bevolking bekend maken en uitleggen. Helaas, zei Tobback, helaas zal niemand dat programma bekijken…

Waarmee ik alleen maar gezegd wil hebben hoe blij ik ben dat ik hier vandaag voor u mag en kan staan.

Professor Stefaan Walgrave heeft mij in tempore non suspectu, op vrijdag 30 april rond tien uur ’s ochtends gevraagd of ik op deze proclamatie wou spreken.  Citaat: ‘De verkiezingen zijn dan een aantal weken achter de rug, en het zal voor veel van onze studenten en hun ouders interessant zijn daar iets over te horen van een insider'.

Ik heb laten weten dat ik dat wel wou doen, al wist Walgrave toen niet hoe dubbel zijn laatste woorden waren.

Hij bedoelde toen een insider van de VRT, een programmamaker, een politiek journalist.  Ik had toen al in mijn hoofd de switch gemaakt naar de politiek, al moest het laatste en definitieve gesprek daarover nog plaatsvinden. Dat vond plaats de maandag nadien.

De dag dáárop, dinsdag 4 mei, was de dag dat ik – eigenlijk van het ene moment op het andere - geen journalist meer was. Geen programmamaker meer. Geen moderator meer van politieke debatten.

Op slag was ik politicus. Kreeg ik met journalisten te maken. Werd ik gevraagd in programma’s van anderen. Nam ik deel aan debatten, en moest dus niet langer vragen stellen, maar ik werd verwacht antwoorden te geven.

Maar – in deze niet onbelangrijk ! – ik mocht van Stefaan Walgrave wel nog naar Antwerpen  komen. Voor een verslag van twee kanten: over hoe ik als jong, of minstens nieuw politicus de journalistiek heb ervaren. En dat ten behoeve van prille communicatiewetenschappers, politologen en sociologen, zeg maar (vanaf vandaag) gebreveteerde kenners van de samenleving.

In de journalistiek heb ik geleerd dat je zelfs voor kenners geen programma kan maken, geen interview kan doen, geen debat kan voeren, geen artikel kan schrijven zonder baseline. Niemand heeft dat beter begrepen dan Piet Huysentruyt. Zijn En Georgetje, wat hebben wij geleerd vandaag?, dat is oersterk.

Ik hoop overigens – maar dit geheel terzijde – ik hoop dat u ook hier proffen hebt gehad die hun college van pakweg anderhalf uur helemaal op het eind konden samenvatten in hooguit twee of drie regels. Want alleen de heel goeie kunnen dat. Maar dit dus geheel terzijde.

Maar terug nu naar MIJN les: wat heb ik in mijn nieuw vak geleerd over mijn oud vak? wat heb ik in de politiek geleerd over journalistiek?

  1. Ik heb in de politiek mensen leren kennen waarvan ik niet wist dat ze bestonden.
  2. Niets is wat het lijkt: dat geldt ook voor journalisten.
  3. Het is beslist niet altijd de schuld van de media.
  4. Men moet in de media beducht zijn op perverse effecten.
  5. Een goed en eerlijk verhaal is ijzersterk.

1. Het is heel erg dat te moeten zeggen, maar eerlijk is eerlijk: ik heb mensen leren kennen waarvan ik niet wist dat ze bestonden.

Ik denk dat het voor jonge mensen die hun brood willen verdienen in de massa media een nuttige stage zou kunnen zijn. Ga eens naar kermissen, markten, volksbijeenkomsten, en probeer daar iets/een gedachte/jezelf te verkopen.  Je weet niet wat er je overkomt. [ … ]

Je ontdekt een wereld/mensen die je niet kent. Voor een politicus zijn dat kiezers/stemmen. Voor een mediamens (in mijn geval) kijkers.

Ik had als journalist een reputatie: ik ben volgens sommigen de oervader van de versimpeling, de popularisering, de verbreding; de wereld in 16 seconden, de verkleutering, de verleuking (maar die laatste drie zijn uiteraard apocrief).

Na mijn ervaring aan de andere kant, blijf ik erbij: je kan in dat verband nauwelijks ver genoeg gaan. Ik krijg de wubbe van het politiek correcte gedoe over (bijvoorbeeld) het niveau van Het Laatste Nieuws. Met deze krant is niets mis, bien au contraire. Het is geen toeval dat HLN de meest gelezen krant van Vlaanderen is. Die is ook heel goed gemaakt. Weinig fouten, of in elk geval niet meer dan bij andere, helder, en dicht bij The Wisdom of Crowds.

En dat de massa slim is, heb ik ook ervaren. Ik heb de heerlijkste discussies en debatten meegemaakt over de meest diverse onderwerpen op markten en pleinen. De meeste waren qua duur overigens zeer geschikt voor televisie. Soms wat chaotisch, maar zo is ook het leven zelve. Ik heb er geleerd wat de mensen bezighoudt en ook wat de mensen beslist NIET bezighoudt. Dat laatste is overvloedig terug te vinden in de media. Het eerste veel minder, en dat is m.i. problematisch.

Zegt dus vandaag deze politicus: media gaan voor een groot stuk waarover het niet gaat. En ik heb mijn ex-vak zó lief dat het mij pijn doet dat te zeggen.

2. iets is wat het lijkt, en dat geldt ook voor journalisten.

Wat mij betreft een al even pijnlijke mededeling. Nee, ze zijn niet allemaal even goed. En soms klopt het imago niet met de werkelijkheid. Ik zal geen namen noemen, maar als ex-hoofdredacteur roep ik mijn ex-collega’s op om nauwer toe te zien op wat er afgeleverd wordt. Want ze bestaan: dommeriken, luiaards, afschrijvers; ze bestaan: mensen die het al lang weten, en volstrekt niet meer nieuwsgierig zijn (en dat is nochtans de conditio sine qua non); ze bestaan slordige en vooral vooringenomen geesten, ook bij wat dan ‘gevestigde waarden’ heten te zijn..

Al zijn er gelukkig ook nog anderen. Mensen met een scherp verstand, een dito pen en/of tong. Die laatsten zijn het leukst om mee te werken, ook al kunnen die je al eens in de moeilijkheden brengen. Maar zo lang dat fair is, is er geen probleem. Dan wordt het spel gespeeld zoals het hoort.

Zegt dus vandaag deze politicus: er is geen reden tot paniek, maar verhoogde aandacht voor échte kwaliteit, het mag.

A propos. Ik deed dat al als journalist, maar ik doe het nog altijd, ook als politicus. Ik probeer alles of toch zoveel mogelijk te lezen, te beluisteren, te bekijken. En vooralsnog lukt dat, ook al kost me een paar uur per dag. Ik maak daar trouwens tijd voor.

Ik merk dat dat in de politiek vrij uitzonderlijk is. Politici plegen al eens van het een naar het ander te hollen. Ze zijn zo druk bezig dat ze geen tijd hebben voor kranten of televisie. Radio horen ze in de auto. Vreemd is dat volksvertegenwoordigers nauwelijks weten wat datzelfde volk via zijn media te horen, te lezen, te zien krijgt. Ik herhaal: dat is vreemd, en ik vind dat niet goed. Ik hoop dat het mij nooit overkomt.

3. (Laat dat duidelijk zijn) Het is beslist niet altijd de schuld van de media.

Politici zijn in verkiezingstijd in verhoogde staat van sensitiviteit. Ze weten dat ze kunnen scoren, maar dat ze ook kunnen afgaan. In dat laatste geval zijn ze geneigd de schuld aan de media te geven; gemakshalve zien ze dan een of ander complot. Ten onrechte !

Politieke partijen, de mijne en de andere, zijn soms verrassend slordig. Ze bereiden soms te weinig voor. Ze sluiten de ogen voor het feit dat zelfs heel geleerde mensen misschien niet geschikt zijn  voor een wat ruw en per definitie algemeen gevoerd debat. Hard kunnen lopen is in voetbal zonder twijfel aangewezen, maar het zou fout zijn te denken dat goede hardlopers ook goede voetballers moeten zijn. Toch maken partijen dat soort fouten.     

Zegt dus vandaag deze politicus: ook in de politiek kan meer kritische zin over het eigen doen en laten beslist geen kwaad.

4. Men moet in de media beducht zijn voor perverse effecten

Dit is eigenlijk een uitbreiding van mijn geloof in The Wisdom of Crowds. Mensen zijn niet alleen slim; ze zijn ook rechtvaardig. Er ontstaan daardoor correctiemechanismen. Wie al te veel inhakt op… en wie mensen bruskeert in hun gevoel voor rechtvaardigheid, genereert net het omgekeerde dan wat hij of zij beoogt. Dat geldt voor media even zo goed als voor vakbondsleiders, mensen van de Nationale Bank, enz… Dat heeft mijn partij behoorlijk wat stemmen opgeleverd. Ik heb het belang daarvan onderschat. Ik dacht namelijk dat de verschillende beschadigingsacties de N-VA stemmen zouden gaan kosten. Het omgekeerde is, denk ik, gebleken. Mensen worden kwaad, en als ze al twijfelden, gaan ze dan uitgerekend beslissen. Maar ze gaan naar wat hen wordt – aanhalingstekens ! - ‘afgeraden’.

Ik dacht dat men die les in de media al had geleerd. Onder meer bij de VRT. Waar ook ik tot mijn schade en schande mee het VB op die manier groot heb gemaakt…

5. Een goed en eerlijk verhaal, niets is zo sterk.

Dat heb ik ook geleerd. Als je eerlijk bent, voelen de mensen dat, en wordt je veel vergeven. Ik heb het aangedurfd in volle campagne te zeggen dat ik de cijfers van mijn eigen partij in twijfel trok. Het was wat ik ook dacht op dat moment. Volgens de klassieke regels van de politiek is dat not done. De kiezer denkt daar naar mijn inschatting anders over. De media vergroten dan die zgn. fout. Want ze halen dan ene zinnetje er uit. Ze vergroten dat. En oeps, daar komt weer dat perverse effect.

Tot zover en in een notendop, dames en heren, wat ik heb geleerd in mijn nieuw vak over mijn oud vak.

Maar laat ik het ook eens over u hebben, over de jonge mensen die hier vandaag een diploma krijgen, die vandaag op een van de vele drempels in hun leven staan.

Wat heeft deze oude rakker geleerd?

  1. U zal het ook vanaf nu niet voor niets krijgen. There is no such a thing… U dacht dat u er nu van af was; nee, het begint nog maar, het houdt nooit op
  2. Probeer u desalniettemin niettegenstaande vanaf nu vooral te amuseren in uw leven. Al was het waar omdat je dan nooit hoeft te werken.
  3. En waar je ook komt, nooit vergeten: ook de hoogste ladder staat op de grond.

Ik wens u veel moed, hopen verstand en vooral veel plezier. Dank voor uw aandacht.

 Siegfried Bracke

Zoeken

In de kijker

Goed gedaan!

Links

Archief