Siegfried Bracke

Over pietluttigheden

04 december 2008

Geschreven voor De Standaard

De minimis non curat praetor ; een rechter houdt zich niet bezig met pietluttigheden. Dat zinnetje stond destijds in de Latijnse grammatica, om de een of andere ablatief aan te leren. En zoals zo vaak met die zinnetjes, werd er toen samen met de spraakkunst ook een opvatting over de samenleving meegegeven. Dat Latijn moest toch ergens voor dienen…

Maar ook bijna veertig jaar geleden vond ik dat een bijzonder twijfelachtig standpunt. Want wie bepaalt wat pietluttig is? De heersende klasse, het establishment, zeiden we toen. En die doen iets af als pietluttig omdat het hen goed uitkomt, om er mee weg te komen. 68, weet u nog.

Ik moest daar vorige week aan denken toen ik een buitengewoon boeiende Phara zag met de gebroeders Bruno en Bart De Wever, en met De Standaard-redacteur Marc Reynebeau. De drie heren kwamen daar onder meer tot de conclusie dat het politieke en maatschappelijke debat niet meer ging over de grote, belangrijke dingen-die-er-toe-doen, maar over beuzelarijen. Er werd verwezen naar het New Yorkse cafébezoek van Pieter De Crem, naar de onkostennota’s van Aimé en Bettina, naar de aandelen van De Gucht, de politiesecretaresses van Dewael… Een verzameling van – ik denk dat ik Marc Reynebeau nu citeer – ‘kruideniersverhalen’, prutsen zeg maar, de minimis dus.

Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat dat soort gedachten zeer typerend is voor wat ook in Phara de gauche caviar is genoemd. Al viel het mij op dat Bart De Wever het daarmee eens was. Ik niet.

Dat soort gedachten kan immers alleen komen van mensen die niet meer weten hoeveel 100 euro is, en vooral niet wat heel veel mensen moeten doen om die 100 euro bijeen te krijgen. Kan het dan overigens verwonderen dat er een gigantische kloof blijkt tussen deze praetors van de meningen en de publieke opinie zelf?

Punt is namelijk dat de meeste mensen hun rekeningen zelf moeten betalen, en dat elitair vaak ook wil zeggen dat je de toestemming hebt om het geld van anderen uit te geven. En nu zijn we er: als in de krant een kopie staat van de nota van Aimé en Bettina waarbij ze ook een eitje bij het ontbijt aanrekenen, dan vindt Marc Reynebeau dat het toppunt van futiliteit en onnozelheid, terwijl ik me goed kan voorstellen dat veel mensen denken dat, anders dan zijzelf, de voormalige omroepbazen kennelijk zelfs dat eitje niet zelf moesten betalen. Eigenlijk schoven ze ook hun eitje door naar de belastingbetaler.

Idem dito met de aandelen van De Gucht. Ik heb teveel gelezen en gehoord dat Mireille die dag  after all ‘maar’ 8000 euro had weten te redden. 8000 euro? Dat krijgen een groot pak mensen in één jaar niet bijeengespaard.

Idem dito met het pensioen van de voormalige financiële directeur van Fortis. Die krijgt niet alleen een geweldige smak geld, maar die gaat dat blijkbaar onderbrengen in een horecavennootschap. Een constructie waar de fiscale technologie afdruipt, maar juridisch zonder twijfel zo in orde als maar zijn kan. De gewone mensen denken: ik betaal wél belasting, en niet weinig. En de belastingbetaler, dat ben ik, maar niet die topmeneer van Fortis. Terzijde: de staande uitdrukking de gewone mensen komt mij over als een pleonasme, maar toch hoor en lees je dat vaak en veel. En dat zegt eigenlijk wel wat.

Marc Reynebeau, weet ik, rijdt veel met de trein. Ik ook, zij het wat minder vaak, maar ik kan me wel voorstellen dat ook hij, net als ik, als bekend gezicht in de trein of op het perron door talloze mensen wordt aangesproken. Ik in elk geval kan daar niet naast luisteren: die mensen voelen zich verschrikkelijk geschoffeerd, bedrogen, belogen. Ze zijn grondig boos, merk ik.

Ze kunnen er aan de ene kant heel goed mee leven dat er mensen zijn die het beter hebben dan zijzelf, maar het moet allemaal wel rechtvaardig zijn. Dat zeggen ze keer op keer. Normen en waarden – wel ja, daar zijn ze; en wat is daar tegen? Zijn die trouwens noodzakelijk rechts? – moeten worden gerespecteerd. Een opvallend moreel discours.

En dat heeft niets van doen met afgunst of zogeheten agunst-socialisme. Eigenlijk is het de hedendaagse variant van  De wirkmensch moe uuk bustukken kunnen eten van vader Anseele. Ook dat was toen een moreel verhaal.

Nog in Phara. Laat de mensen daar eens over oordelen die daar verstand van hebben. Alweer uit de mond van onze kameraad Reynebeau. Met dit keer een beschaafde variant op: het volk mag morren, maar moet voor de rest zijn bakkes houden. Punt is dat dat volk dat meestal ook nog doet, zwijgen, maar dat belet niet dat het volk altijd slimmer is dan (zoals die avond in Phara) vijf heel slimme mensen samen. Gewoon omdat ze met veel zijn, en vooral omdat ze onderling zo verschillend zijn en ook van mening verschillen. Diversity, zoals dat in de boekjes heet: maar het klopt wel; divers is slim, en je wordt daar altijd beter van. Dat geldt niet alleen voor veel kleuren van mensen; dat geldt voor veel mensen tout court.

En er is nog een reden waarom het gewone volk mag meespreken: in staatszaken gaat het ook om hun geld. Aandeelhouders, zagen we vorige week nog, hebben iets te zeggen. Dat is voor de elite misschien knap vervelend, maar het is verdomd goed dat dat zo is. En voor alle duidelijkheid: dat heeft niets met populisme te maken; alles met democratie. Ik mag hopen dat het finaal niet de bedoeling is om zoals bijna twee eeuwen terug het kiesrecht en dus de zeggenschap te reserveren voor diegenen die wél verstand van zaken hebben, of rijk genoeg zijn.

Dat allemaal zou overigens wel eens kunnen verklaren waar het door De Wever vaak geciteerde omgekeerde spiegelbeeld vandaan komt tussen het stemgedrag van de opiniemakers en dat van de mensen. Op zich is dat een comfortabele gedachte; stel dat het anders was… Maar wie zegt en schrijft bezorgd te zijn over burgerschap en maatschappelijke samenhang, moet daar wel aan denken. Ik ben zelf natuurlijk net zo min representatief voor ‘de mensen’ als Reynebeau of De Wever. En stukjesschrijvers in kranten moeten beslist niet alleen zeggen wat het volk denkt; spaar ons daar van. Maar ze moeten niet lachen met de mensen. Dat verdienen ze niet.

 

Siegfried Bracke

Zoeken

In de kijker

Goed gedaan!

Links

Archief