Interview DSMagazine
04 oktober 2011
De overstap is alweer anderhalf jaar geleden. Geen seconde spijt van gehad, klinkt het ferm. ‘Daar komt geen melancholie bij kijken, ik kan heel goed een streep trekken. Op een bepaald moment neem je een beslissing, en dan is het zo. Punt.’
‘De politiek is ook zo ongemeen boeiend. Ik ben nu 58, ik heb bijna spijt dat ik de stap niet eerder gezet heb. Het is zoals Frank Vandenbroucke het vorige week zei bij zijn afscheid: deze job is een voorrecht.’
Foute liedjes
Laat hij nu toevallig de naam Vandenbroucke vallen? De voormalige SP-voorzitter voor wie hij begin jaren negentig als journalist van de openbare omroep nog ideologische manifesten schreef? Nog voor we een vraag over zijn rode verleden kunnen stellen, begint Bracke er zelf over. ‘Ik heb mijn overtuiging nooit laten doorschemeren in mijn journalistiek werk. Ik weet dat er al flink gezocht is, maar men heeft niets gevonden om me op te pakken. Men zál ook niets vinden.’
‘Maar ik heb het er als journalist natuurlijk soms wel moeilijk mee gehad om mijn engagement voor mezelf te houden. Het moest érgens naartoe.’
U doet daar nu erg ontspannen over, maar toen uw socialistisch verleden bekend raakte, lukte dat toch nét iets moeilijker. U zei bij elke nieuwe onthulling iets anders.
‘Ik meen me te herinneren dat de eerste vraag was: heb jij dat manifest geschreven? Het antwoord was ‘neen’, dat heeft Frank Vandenbroucke namelijk zélf gedaan. Ik zat wel in het groepje dat het manifest voorbereidde. Samen met andere journalisten trouwens.’
Zullen we even aanvullen? Omdat het toen ‘andere tijden’ waren?
‘Ik kan me niet voorstellen dat je politiek journalist bent en zelf geen gedacht hebt over hoe het er aan toe zou moeten gaan. Zo was ik dus ook niet. Jarenlang dacht ik als ik politici bezig zag: ‘Dat kan ik toch minstens even goed’. Je kan dat een tijd onderdrukken – ik zelfs twintig jaar – maar op bepaald moment hou je het niet meer. Dan moet je kiezen.’
‘En ik was, op puur rationele gronden, een Vlaams-nationalist geworden. Dat gebeurde na een haast marxistische analyse: de economie is het allerbelangrijkste, da’s de basis, de ‘onderbouw’ zo je wil. Ik ben Vlaams-nationalist geworden, omdat ik bezorgd ben over de toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen. Plat gezegd: het is een strijd om centen en welvaart.’
‘Da’s meteen het verschil met veel van mijn partijgenoten: zij zitten op zeer emotionele, zelfs romantische gronden bij de N-VA. Ze zingen bijvoorbeeld heel graag liedjes. Liedjes die ik trouwens wel ken. Kijk naar mijn voornaam en je kent mijn familiale achtergrond.’
Liedjes die u ook meezingt?
‘Dat hangt er van af waar we zitten. We zijn ooit met een deel van de fractie in een Brussels restaurant beland. Nadat we al enige glazen genuttigd hadden, begon er plots iemand te zingen. ‘Rozen voor Sandra’: gezellig. Even later: ‘Het lied der Vlaamse zonen’, de Blauwvoet. Oei, denk ik dan. Dan voel ik me toch niet zo op mijn gemak.’
Een ‘dreunend kerelslied’, nochtans.
‘Met zijn ‘wilde noordertonen’? Jaja, ik ken het wel. Maar dán en dáár zing ik niet mee. Ik zal altijd onthouden wat een leraar uit de humanioria me ooit vertelde: ‘altijd oppassen als mensen liedjes beginnen zingen’. (lacht ) Nu goed, alle politieke hymnes hebben één ding gemeen: slechte teksten op slechte muziek. Mia Doornaert heeft in De Standaard ooit gesuggereerd dat ‘Lied van mijn land’, van Anton Van Wilderode en Ignace de Sutter, veel beter zou zijn als Vlaamse hymne. Helemaal mee eens. Veel lieflijker dan de Vlaamse Leeuw.’
Oppassen, mijnheer Bracke.
‘Die Vlaamse Leeuw staat vol met fouten. Die klemtonen! Normaal zeg je témmen, niet tèèè-mén. Ik ben daar nogal gevoelig voor. Dat is zo fout, zo onesthetisch.’
.
‘Just’ of niet ‘just’?
Als gewezen journalist en hoofdredacteur bij de VRT komt Siegfried Bracke uit een wereld van doeners. Hij had een directe impact: beslissingen werden genomen of geforceerd, programma’s gemaakt, lijnen uitgezet. In de politiek vraagt het allemaal meer tijd, zeker sinds de laatste verkiezingen. Maar hij relativeert. ‘Wat op televisie wordt uitgezonden, is ook zo weer voorbij. Als de politiek iets beslist, is de impact veel malen groter.’
Helaas zit de N-VA niet meer aan de politieke knoppen, toch niet op Belgisch niveau. En net nu, toeval of niet, scheidt de Wetstraat, na bijna 500 dagen stilstand, in een strak tempo akkoorden af. De splitsing van BHV, een nieuwe financieringswet, een akkoord over Brussel: het ligt er allemaal. Daar sta je dan, met je 27 zetels aan de zijlijn. Da’s toch geen plek voor een machtsmens zoals hij?
‘Het is alvast niet de roeping van onze partij om aan de kant te staan schreeuwen. Maar als men je er niet bij wil, tja, dan kies je voor de oppositie.’
Heeft uw partij goed gereageerd op de communautaire deelakkoorden? De Wever noemde de nieuwe financieringswet, zonder een tekst gezien te hebben, ‘oplichterij’. Terwijl Jan Jambon, niet gehinderd door enige informatie, na het BHV-akkoord‘de broek al op de Vlaamse enkels’ zag hangen.
‘Dat was een fout van Jan, dat weet hij zelf ook. En wat die financieringswet betreft: we hébben nu eenmaal geen teksten. Ik heb ze niet, jullie niet. Bestaan ze eigenlijk wel? Als ik al dat gegoochel met cijfers hoor, steekt bij mij een journalistieke reflex op. Dan wil ik weten wat het échte verhaal is. Al die mumbo jumbo, met een miljard hier en zoveel miljoen daar: hoef ik eigenlijk niet. Wat zit er achter, dát is interessant.’
‘Mijn partij heeft meteen gezegd: ‘Dit gaat ons geld kosten’. Ik vraag me dan, vanuit mijn verleden, meteen af of dat wel just is.’
En? Is het ‘just’?
‘Ik denk dat het just is, ja. En als ik dat niet zou vinden, zou ik dat ook zeggen.’
Komaan.
‘Ik kijk of iets klopt. In volle verkiezingscampagne heb ik gezegd dat ik niets geloofde van die 500.000 banen die mijn partij beloofde. Dat is het voordeel van mijn leeftijd, ik kan me wel wat permitteren.’
‘Maar goed, met simpel boerenverstand geraak je ook al ergens, zelfs zonder teksten. Als iedereen wint, zoals men het nu laat uitschijnen met de nieuwe financieringswet, dan klopt er iets niet. Ik herinner me een verkiezingsdag bij de RTBF: tot haltien ’s avonds verloor iedereen. Tot er plots iemand opmerkte: ‘C’est pas possible’. Men zegt nu dat de federale staat al zijn verplichtingen zal kunnen nakomen, terwijl ook Wallonië, Brussel én Vlaanderen erop vooruit zal gaan. Wel, dat kan niet. Tenzij... (pauzeert) Tenzij je de belastingen fors verhoogt Tenzij je een aanslag pleegt op Vlaanderen.’
BHV is niet gesplitst
Ziet u ook iets positiefs? De gewesten worden geresponsabiliseerd: daar waren jullie toch altijd voor?
‘Er worden inderdaad een aantal perverse systemen afgevoerd, dat is goed. Maar dat wordt steevast gecompenseerd met geld voor de Franstaligen, en dat geld ligt vast voor een heel lange tijd. Twintig jaar! Dat zijn voorhistorische termijnen. Toen de wereld nog niet geglobaliseerd was, kon je werken op twintig jaar, maar nu?’
Het lijkt u alleen nog maar om geld te gaan. Toen u zich aansloot bij de N-VA, sprak u over het Belgisch systeem dat was vastgelopen, over meningsverschillen tussen Noord en Zuid. Nu bent u een centennationalist.
‘Ik ben geen strijder voor de Vlaamse onafhankelijkheid, maar ik ben wel absoluut voor autonomie. Wel, dan is de financieringswet een belangrijk deel van het verhaal. Aan Franstalige kant krijgt men nu een levensverzekering, terwijl je aan Vlaamse kant alleen iets krijgt als je er ook echt voor werkt. Dit is geen échte fiscale autonomie, de federale overheid blijft de regels van het spel bepalen.’
‘En het gaat me natuurlijk nog altijd om meer dan de centen alleen. Toen we vorige week in de Kamer de Antwerpse magistraten Yves Liégeois en Piet Van den Bon ontvingen, twee uitstekende mensen, kregen die daar eerst paar lappen van de Franstaligen om de oren. Ze hadden zich niet zo scherp mogen uitlaten over de migratieproblemen. Daar blijven de verschillen tussen noord en zuid gigantisch.’
‘En neem dit hier. (wijst op stapeltje papieren dat al het hele gesprek voor hem ligt) Hebben jullie dit gelezen? Dit staat de website van de MR: ‘Quelque questions sur BHV’. Wel, als je dit leest, is BHV helemaal niet van de baan. Als het klopt wat zij schrijven, dan kan de N-VA zich bij de volgende verkiezingen de moeite besparen om folders te maken. Dan kunnen we deze tekst gewoon afdrukken en uitdelen.’
Is iedereen BHV niet stilaan kotsbeu? En gaat dat gevoel jullie geen parten spelen: ‘Daar zijn ze weer, het was nu net opgelost’?
‘Op korte termijn zou dat ons parten kunnen spelen. Maar daarna zal blijken dat men de mensen gewoon iets wijsgemaakt heeft. (zwaait met de MR-teksten) Men doet alleen alsof BHV gesplitst is. Luister even mee. ‘Kan je nog op een Brusselse kanditaat stemmen? Ja.’ ‘Kan je nog Frans praten in de rechtbank? Ja.’ En zo gaat dat maar door. Je mag de mensen niet bedriegen.’
Bent u intussen al separatist geworden?
‘Ik ben een een feitelijke separatist, een omschrijving die ik even leen van Steve Stevaert. Van mij moet de Vlaamse vlag niet overal wapperen, maar ik ben er wel van overtuigd dat Vlaanderen en cours de route onafhankelijk zal worden. Vergelijk het met een koppel dat niet meer overeenkomt: die kunnen ook beter scheiden.’
‘Net zoals ik geen emotionele Vlaming ben, ben ik ook geen emotionele Belg. Die kloof tussen Vlaanderen en Wallonië, die is er nu eenmaal. Dit land bestaat niet meer, al was het maar omdat er geen Belgische tv bestaat als verbindend element. De Vlaamse onafhankelijkheid is geen natte droom, maar ik zal ook niet huilen om het einde van België. Panta rhei kai ouden menei. Alles verandert en niets blijft. Eens Vlaanderen onafhankelijk is, stopt die regel trouwens niet.’
Daar zullen niet al uw partijgenoten het mee eens zijn.
‘Sorry, maar dan moet ik ze diep teleurstellen. Ook Vlaanderen zal niet altijd blijven bestaan.’
.
Linkse Sieg, rechtse Sieg
Hoe zou u zichzelf ideologisch omschrijven? Bent u nog altijd links?
‘Ik ben Vlaamsnationalist. Maar of dat nu links of rechts is? Maakt niet uit. Ik heb ooit in De Standaard gezegd dat ik links ben en dat de N-VA een links programma heeft, maar daar worden dan zodanig veel spelletjes mee gespeeld dat ik dat maar zo laat. Ik ben in de eerste plaats een sociaal-beschaafde mens. Mijn uitgangspunt is een samenleving waar de allergrootste groep mensen het zo goed mogelijk heeft. En willen jullie me rechts noemen, wel dan ben ik rechts. Als ik jullie daar een plezier mee kan doen.’
Pardon?
‘Neen echt, het kan me helemaal niet meer schelen. Want ik ben nog altijd dezelfde. Een zo groot mogelijke groep mensen moet het zo goed mogelijk hebben. Maar dan wel, en dat is cruciaal, in een geest van verantwoordelijkheid. Louis Paul Boon noemde dat de ‘culturele factor van het socialisme’. Het is je verantwoordelijkheid in een samenleving om bij te dragen. De dingen komen niet uit de lucht gevallen. Hoewel sommige socialisten zich zo blijven gedragen.’
Uw partij legt rechtse klemtonen: geen hogere belastingen, grenzen aan de solidariteit, een economische agenda die naadloos aansluit bij het VBO en Voka. Uzelf doet trouwens steeds beter mee.
‘Ondernemers en ondernemingen zijn dan ook de bron van onze welvaart. Vroeger dacht ik daar heel anders over. Toen vond ik het een schandelijke gedachte dat ondernemers winst wilden maken. (gespeeld) ‘Wablieft?! Geld verdienen?! Is het jullie daar om te doen?’ Natúúrlijk is het ondernemers daar om te doen.’
‘Of kijk naar Gent. Hier voert men een heel duidelijk sociaal-progressief beleid. Maar dat beleid zorgt er wel voor dat de groep armen hier enorm toeneemt. De enige methode om die mensen een toekomst te geven waarbij ze loskomen van de uitkeringen, is om hen werk te geven. Niet te veel pamperen. (lacht) Daar is Theodore Dalrymple.’
Dat moet u lezen van De Wever?
‘Oh, maar ik ben al jaren fan. Hij heeft me nu voorbijgestoken, maar tot vorige week had ik één boek meer gelezen van Dalrymple dan De Wever. Ik ben het lang niet met alles wat hij zegt, maar het accent leggen op die eigen verantwoordelijkheid, dat vind ik cruciaal. Je moeten mensen helpen en ze à la limite dwingen om zelf verantwoordelijk op te nemen. In Rotterdam weten ze dat. Dat geeft je de ruimte om te zorgen voor degenen die echt niet mee kunnen. Ik durf als politicus mensen die het minder goed hebben in de ogen kijken en zeggen: ‘Komaan, doe het zelf.’’
Da’s allicht niet links, inderdaad.
‘Kust mijn kloten, zeg. Ik heb een tijd problemen gehad om dat te zeggen, maar nu niet meer. Rechts en averechts! So what?’
Goh, je zou na de financiële ellende van de afgelopen drie jaar ook andere klemtonen kunnen leggen. Het neokapitalisme is misschien wat doorgeslagen? En misschien moeten we allemaal wat te hard werken?
‘Waarom moeten die mensen in dat neokapitalistische systeem almaar meer en harder werken? Omdat ze met alsmaar minder zijn en omdat het systeem zoveel mensen toestaat om af te haken. Voor die afhakers ‘zorgt’ men dan zogezegd. Maar men maakt ze alleen afhankelijk. Dat geeft een enorme druk op een samenleving als de groep werkenden zo klein is als bij ons.’
.
Een vent van Gent
Als nieuwkomer werd Siegfried Bracke meteen ook een partijtopper bij de N-VA. Een status die hij met net geen 102.000 stemmen legitimeerde bij de verkiezingen van 2010. Maar Oost-Vlaams boegbeeld zijn, betekent meer dan stemmen binnenhalen. Het betekent ook afdelingen stroomlijnen, brandjes in de partij blussen, de gemeenteraadsverkiezingen voorbereiden en een aanval opzetten om in Gent een gooi naar de macht te doen.
‘Jullie zullen het niet geloven, maar ik had er echt geen idee van hoeveel stemmen je eigenlijk nodig had om van een goed Oost-Vlaams resultaat te kunnen spreken. Nu, post factum, weet ik dat ik het erg goed gedaan heb.’
Komaan, als politiek journalist wist u dat toch onmiddellijk?
‘Ik zweer het: écht niet. Ik ben een ramp in cijfers. Het waren veel stemmen, en die heb ik voor een deel gehaald dankzij mijn bekende kop, maar tegelijk ook omdat we een zeer goed verhaal te vertellen hadden. Die bekendheid is een troef, natuurlijk. Andere politici die op de markt foldertjes staan uit te delen, moeten moeite doen om mensen te overtuigen. Bij mij komen de mensen er zelf om vragen. ‘Krijg ik ook een papierke, meneer? En wilt ge er uw handtekening nog bij zetten?’’
Freya Van den Bossche (SP.A) vindt dat u geen verhaal hebt voor Gent. U stelt haar teleur, zei ze onlangs.
‘Ze moet zich geen zorgen maken, ze zal op haar wenken worden bediend. Ons Gentse programma zijn we op dit moment aan het schrijven. Kinderopvang, wonen, onderwijs: wij zullen er klaar voor zijn. En in een stad komen er natuurlijk ook veel nationale problemen aan bod. In Lebbeke moet je niet over migratie gaan spreken, maar hier in Gent speelt dat thema wel. In de kern gaat het overal om hetzelfde verhaal: verantwoordelijkheid nemen. Responsabilisering, dat is de kern.’
Wilt u burgemeester worden?
‘Het is zelfs nog niet zeker of ik de lijst zal trekken bij de gemeenteraadsverkiezingen. Niemand gelooft dat, maar toch is het zo. Ik heb dat echt nog niet beslist.’
Net zoals Bart De Wever nog niet weet of hij de lijst zal trekken in Antwerpen. Maak ons iets anders wijs.
‘Neen, het is écht waar. Ik ben niet op mijn eentje de hele Gentse N-VA. Het enige wat ik nu met zekerheid kan zeggen, is dat de N-VA niet in een kartel met CD&V zal opkomen.’
Maakt u een kans? Gentenaars hebben iets ‘linksigs’, iets anti-establishment ook.
‘Als Gent anti-establishment is, dan moet ze paars eruit gooien. Dat establishment beslist hier al 25 jaar. Alhoewel, paars bestaat hier eigenlijk niet meer. Ze zijn nog aan de macht, maar het socialistische deel heeft beslist om uit te breiden. Sinds hun verbond met de groenen kiezen de socialisten hier voor héél progressief links.’
U windt zich op, omdat dat rood-groene kartel uw kansen erg klein maakt.
‘Dat zien we nog wel. Ik constateer vooral dat rood hier nóg meer opschuift naar links. Er is hier een heel open migratiebeleid, haaks op wat men in een stad als Antwerpen doet, waar nochtans ook socialisten aan de macht zijn. En plots heeft men hier vastgesteld dat het niet meer ging. Of zoals burgemeester Termont dat hier zegt: ‘we zijn het slachtoffer van onze eigen goedheid’. Het is nu tijd om een harde lijn te trekken, en dat wordt veel moeilijker als je in een kartel zit met groen.’
.
Jef was begonnen
Bent u rancuneus?
‘Dat denk ik niet. Men dicht mij altijd verschrikkelijke eigenschappen toe: doortrapt, de listigheid zelve. Wel, dat klopt allemaal niet.’
Wie een hoofdredacteur kan buitenwerken bij de VRT, moet toch een beetje doortrapt zijn.
‘Dat is anders. Dat moest gewoon gebeuren.’
Heeft u nooit fouten gemaakt?
‘Fouten, tja. Dat heb ik me eigenlijk nooit afgevraagd. Om een cliche te gebruiken: ik ging ervoor. En ja, ik was nogal hard. ‘Versta je het niet? Wel, denk er dan nog eens over na. Maar toch zal het zo zijn.’ (grijns) Dat moet sommige mensen geweldig veel pijn gedaan hebben. Maar ik heb gedaan om goed te doen. Omdat ik dacht dat het moest. Ik kon niet beter.’
Het venijn waarmee u iemand als radiojournalist Jef Lambrecht er openlijk van langs geeft, dat zegt toch iets over wie u bent?
‘Dat komt omdat ik zo makkelijk spreek. En bovendien: hij was begonnen. Wie kaatst, moet de bal verwachten. Mijn vrouw wijst me er – zeer terecht – op dat ik niet weet hoe fors ik kan zijn. Maar ik ben 58, dat zal dus niet meer veranderen. Ik heb nu eenmaal de gewoonte om fors te spreken. Maar ik bedoel het zo kwaad niet.’
‘Ik heb altijd bewondering gehad voor Jef, hij was een originele geest, een vernieuwer. Maar hij had een ander veld moeten kiezen om journalistiek actief te zijn. Hij plooide zich helemaal terug op wat hij dacht dat ernstig was. Maar dat was helemaal niet ernstig, dat was om te lachen. Allerlei plaatsen in het Midden-Oosten opsommen waar niemand ooit van gehoord heeft, dat doe je toch niet op de radio? Jef zei dan: ‘ik moet ook de specialisten duidelijk maken dat ik het weet.’ Maar specialisten die luisteren niet naar de radio, die lezen boeken, boeken voor specialisten. De kunst is net om het allemaal goed te weten, en dan iets kleins over te houden dat iedereen op 12 seconden begrepen heeft.’
Dat leidde dus wel eens tot een meningsverschil.
‘Meningsverschil? Hij maakte stukken die niet om aan te horen waren. Alleen was het voor de VRT nogal revolutionair dat iemand dat ook eens met zoveel woorden zei.’
.
Een ode aan Bart
Hoe hard moet u op uw tong bijten als u nu sommige N-VA-collega’s grote verklaringen hoort afleggen in de media, ook op minder geslaagde toon?
‘Niet. Er is geen hiërarchie waarbij één iemand oplegt op welke toon we allemaal moeten communiceren. Ik maak ook wel eens fouten, hoor. Jullie deel van het interview is makkelijk, er bestaan geen domme vragen. Maar antwoorden geven, dat is bijlange niet zo simpel. Het is normaal dat wij fouten maken. Zelfs Bart De Wever maakt wel eens een verkeerde inschatting.’
Zélfs Bart De Wever?
‘Eén van de dingen die ik van hem geleerd heb is, dat wanneer je je in een andere taal uitdrukt het heel moeilijk wordt. Als ik nu fors spreek, weet ik misschien niet exact hoe fors het precies is, maar ik weet wel dát het fors is. Maar als je in een andere taal van leer trekt, zoals hij indertijd met Der Spiegel, is dat veel gevaarlijker.’
‘Europas kranker Mann’, dat zal hij toch wel begrepen hebben toen hij het uitsprak?
‘Ja, maar je moet ook rekening houden met wat men daarvan kan maken. Ik heb het ook over het beeld van de Franstaligen die als drugsverslaafden aan het infuus hangen, daar moet je enorm mee oppassen. Dat is heel kwetsend. (denkt na) Ik heb een grenzeloze bewondering voor Bart De Wever.’
Waarom vertelt u dat nu, zo plotsklaps?
‘Omdat ik er eenvoudigweg niet tegen dat men kritiek geeft op hem. De suggestie alleen al dat hij ooit ‘speelde’ dat hij ziek was om een vergadering te kunnen verlaten. Verschrikkelijk. Ik kan ontzettend kwaad worden als hij zo wordt gepakt. Ik verdraag dat niet.’
U zegt het men een wel zeer dreigende blik.
‘Het is toch ook niet normaal hoe die man gediaboliseerd wordt, de bakken stront die hij over zich heeft gekregen. Terwijl het zo’n onmiskenbaar talent is. Hoe hij de ‘Vlaamse zaak’ heeft geënt op wat er echt toe doet en weggetrokken heeft van allerhande symbolische details. Wat hij in de hoofden van de mensen heeft teweeggebracht, dat is uniek. Ik heb een grenzeloze bewondering voor Bart De Wever. De manier waarop hij dit volhoudt, de druk die er op hem ligt, het is enorm. Ik draag hem echt op handen.’
En dus bent u graag zijn...
‘Luitenant? Ja! De Wever kan niet alles alleen. Ik heb er helemaal geen probleem mee om in zijn schaduw te staan.’