Dalrymple-in-de-praktijk: het Zottegems model
23 juni 2011
Ik heb een brief gekregen uit Zottegem. Van een mevrouw met studerende kinderen. Die allen in de zomer een vakantiejob doen. Kinderen uit een eenoudergezin, die dus, zo begrijp ik het, in aanmerking komen om van het Zottegemse stadsbestuur een studentenjob te krijgen. Want oersocialist en burgemeester De Loor gaat de vakantiejobs toewijzen aan kinderen van ouders met lage inkomens. Maar ik val nog liever dood! Het is een zinnetje dat in de brief wel een keer of vijf wordt herhaald.
Die mevrouw heeft gelijk. Ze legt – wat zijn zogeheten gewone mensen toch ongelooflijk slim! - de vinger in de wonde. Ze schrijft namelijk hoe vernederend ze het zou vinden om met haar belastingbrief naar het stadhuis te gaan om de burgemeester of zijn helpers te laten zien hoe arm ik wel ben en hoe ik moet knokken om mijn kinderen een toekomst te geven. Maar ik val nog liever dood!
Ik kan haar helemaal begrijpen, ik voel wat ze voelt, het is een van de redenen waarom ik mij al geruime tijd niet meer thuis kan voelen bij de zogeheten linkerzijde. Ik heb ethische bezwaren.
Niet alleen omdat het een gemeentebestuur niet toekomt te neuzen in belastingbrieven van de bewoners. Niet alleen omdat wie van de zomer bij de Zottegemse groendienst werkt een onzichtbaar uniform krijgt met daarop de A van Arm en Afhankelijk. Wat mij het meeste stoort is het onderliggende maatschappijbeeld. Dat heeft een te hoog Charles Woeste-gehalte. De 19de-eeuwse katholieke politicus uit Aalst (tegenstander van Daens) deelde drank en saucissen uit aan wie hem gepaste eerbied kwam betonen. En net als in de film krijgt ook wie nog niet mag gaan stemmen al een saucisson...
Het komt overeen met wat deNederlands-Britse professor mensenrechten en journalistiek Ian Buruma heeft opgemerkt over Wallonië: er is een merkwaardige gelijkenis tussen de PS en de 19de-eeuwse fabrieksbazen. Beiden voel(d)en zich het best met mensen in een afhankelijkheidspositie. Ze houden de mensen rustig door ze net genoeg te geven. Het is de stagnatie in het kwadraat. Het is de dubbele negatie van dynamiek en zelfbeschikking.
In De Standaard vraagt iemand zich af of we dan alle goede bedoelingen moeten kelderen? De weg naar de hel is -zoals geweten- geplaveid met goede bedoelingen. Zeker het soort goede bedoelingen waar opzichtig mee wordt uitgepakt.
Het komt ook overeen met wat ik een paar jaar terug over burgemeester De Loor in Het Nieuwsblad heb gelezen. De krant had een rapport geschreven over lokale besturen. De Loor kwam daar niet goed uit, en reageerde zoals het een despoot past: was hij dan niet dag en nacht in de weer voor de mensen!? Hoe durfden ze hem een slecht rapport geven?! Een reactie zoals die van de oude BRT op zwaar tegenvallende kijkcijfers: Wat hebben wij u misdaan?
Al moet ik toevoegen: Herman De Loor heeft ook een groot voordeel: hij laat open en bloot in zijn kaarten kijken. Al kan dat ook van doen hebben met enige verblinding of zelfs denkvernauwing. Een gevolg van te lang aan de macht zijn.
Dat soort volk vestigt overigens ook altijd een dynastie. Het eerste doel van elke dynastie is zichzelf te bestendigen. Hier past dat perfect in het plaatje: de gunsten uitdelende koning van Zottegem behoeft een Kroonprins, Kurt De Loor. Die is nu al OCMW-voorzitter en Vlaams volksvertegenwoordiger. Het is, jawel, de man die Vic Van Aelst vergeleken heeft met Ratko Mladic. Een oefening in genuanceerd denken om U tegen te zeggen.
Hoewel… Misschien hebben we die bij de N-VA wat te makkelijk weggelachen. Als ik lees dat de Opvolger (‘Zijn hobby? Zottegem!’) én bij Fortis manager is geweest, én tegelijk rechtgeaard fan is van Fidel Castro, dan moet ik het toegeven: deze man kent iets van foute vrienden.
En die mevrouw uit Zottegem? Zonder dat ze dat weet heeft ze me Dalrymple-in-de-praktijk onderwezen. Dank daarvoor.