Interview DSMagazine
04 oktober 2011
De overstap is alweer anderhalf jaar geleden. Geen seconde spijt van gehad, klinkt het ferm. ‘Daar komt geen melancholie bij kijken, ik kan heel goed een streep trekken. Op een bepaald moment neem je een beslissing, en dan is het zo. Punt.’
‘De politiek is ook zo ongemeen boeiend. Ik ben nu 58, ik heb bijna spijt dat ik de stap niet eerder gezet heb. Het is zoals Frank Vandenbroucke het vorige week zei bij zijn afscheid: deze job is een voorrecht.’
Foute liedjes
Laat hij nu toevallig de naam Vandenbroucke vallen? De voormalige SP-voorzitter voor wie hij begin jaren negentig als journalist van de openbare omroep nog ideologische manifesten schreef? Nog voor we een vraag over zijn rode verleden kunnen stellen, begint Bracke er zelf over. ‘Ik heb mijn overtuiging nooit laten doorschemeren in mijn journalistiek werk. Ik weet dat er al flink gezocht is, maar men heeft niets gevonden om me op te pakken. Men zál ook niets vinden.’
‘Maar ik heb het er als journalist natuurlijk soms wel moeilijk mee gehad om mijn engagement voor mezelf te houden. Het moest érgens naartoe.’
U doet daar nu erg ontspannen over, maar toen uw socialistisch verleden bekend raakte, lukte dat toch nét iets moeilijker. U zei bij elke nieuwe onthulling iets anders.
‘Ik meen me te herinneren dat de eerste vraag was: heb jij dat manifest geschreven? Het antwoord was ‘neen’, dat heeft Frank Vandenbroucke namelijk zélf gedaan. Ik zat wel in het groepje dat het manifest voorbereidde. Samen met andere journalisten trouwens.’
Zullen we even aanvullen? Omdat het toen ‘andere tijden’ waren?
‘Ik kan me niet voorstellen dat je politiek journalist bent en zelf geen gedacht hebt over hoe het er aan toe zou moeten gaan. Zo was ik dus ook niet. Jarenlang dacht ik als ik politici bezig zag: ‘Dat kan ik toch minstens even goed’. Je kan dat een tijd onderdrukken – ik zelfs twintig jaar – maar op bepaald moment hou je het niet meer. Dan moet je kiezen.’
‘En ik was, op puur rationele gronden, een Vlaams-nationalist geworden. Dat gebeurde na een haast marxistische analyse: de economie is het allerbelangrijkste, da’s de basis, de ‘onderbouw’ zo je wil. Ik ben Vlaams-nationalist geworden, omdat ik bezorgd ben over de toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen. Plat gezegd: het is een strijd om centen en welvaart.’
‘Da’s meteen het verschil met veel van mijn partijgenoten: zij zitten op zeer emotionele, zelfs romantische gronden bij de N-VA. Ze zingen bijvoorbeeld heel graag liedjes. Liedjes die ik trouwens wel ken. Kijk naar mijn voornaam en je kent mijn familiale achtergrond.’
Liedjes die u ook meezingt?
‘Dat hangt er van af waar we zitten. We zijn ooit met een deel van de fractie in een Brussels restaurant beland. Nadat we al enige glazen genuttigd hadden, begon er plots iemand te zingen. ‘Rozen voor Sandra’: gezellig. Even later: ‘Het lied der Vlaamse zonen’, de Blauwvoet. Oei, denk ik dan. Dan voel ik me toch niet zo op mijn gemak.’
Een ‘dreunend kerelslied’, nochtans.
‘Met zijn ‘wilde noordertonen’? Jaja, ik ken het wel. Maar dán en dáár zing ik niet mee. Ik zal altijd onthouden wat een leraar uit de humanioria me ooit vertelde: ‘altijd oppassen als mensen liedjes beginnen zingen’. (lacht ) Nu goed, alle politieke hymnes hebben één ding gemeen: slechte teksten op slechte muziek. Mia Doornaert heeft in De Standaard ooit gesuggereerd dat ‘Lied van mijn land’, van Anton Van Wilderode en Ignace de Sutter, veel beter zou zijn als Vlaamse hymne. Helemaal mee eens. Veel lieflijker dan de Vlaamse Leeuw.’
Oppassen, mijnheer Bracke.
‘Die Vlaamse Leeuw staat vol met fouten. Die klemtonen! Normaal zeg je témmen, niet tèèè-mén. Ik ben daar nogal gevoelig voor. Dat is zo fout, zo onesthetisch.’
.
‘Just’ of niet ‘just’?
Als gewezen journalist en hoofdredacteur bij de VRT komt Siegfried Bracke uit een wereld van doeners. Hij had een directe impact: beslissingen werden genomen of geforceerd, programma’s gemaakt, lijnen uitgezet. In de politiek vraagt het allemaal meer tijd, zeker sinds de laatste verkiezingen. Maar hij relativeert. ‘Wat op televisie wordt uitgezonden, is ook zo weer voorbij. Als de politiek iets beslist, is de impact veel malen groter.’
Helaas zit de N-VA niet meer aan de politieke knoppen, toch niet op Belgisch niveau. En net nu, toeval of niet, scheidt de Wetstraat, na bijna 500 dagen stilstand, in een strak tempo akkoorden af. De splitsing van BHV, een nieuwe financieringswet, een akkoord over Brussel: het ligt er allemaal. Daar sta je dan, met je 27 zetels aan de zijlijn. Da’s toch geen plek voor een machtsmens zoals hij?
‘Het is alvast niet de roeping van onze partij om aan de kant te staan schreeuwen. Maar als men je er niet bij wil, tja, dan kies je voor de oppositie.’
Heeft uw partij goed gereageerd op de communautaire deelakkoorden? De Wever noemde de nieuwe financieringswet, zonder een tekst gezien te hebben, ‘oplichterij’. Terwijl Jan Jambon, niet gehinderd door enige informatie, na het BHV-akkoord‘de broek al op de Vlaamse enkels’ zag hangen.
‘Dat was een fout van Jan, dat weet hij zelf ook. En wat die financieringswet betreft: we hébben nu eenmaal geen teksten. Ik heb ze niet, jullie niet. Bestaan ze eigenlijk wel? Als ik al dat gegoochel met cijfers hoor, steekt bij mij een journalistieke reflex op. Dan wil ik weten wat het échte verhaal is. Al die mumbo jumbo, met een miljard hier en zoveel miljoen daar: hoef ik eigenlijk niet. Wat zit er achter, dát is interessant.’
‘Mijn partij heeft meteen gezegd: ‘Dit gaat ons geld kosten’. Ik vraag me dan, vanuit mijn verleden, meteen af of dat wel just is.’
En? Is het ‘just’?
‘Ik denk dat het just is, ja. En als ik dat niet zou vinden, zou ik dat ook zeggen.’
Komaan.
‘Ik kijk of iets klopt. In volle verkiezingscampagne heb ik gezegd dat ik niets geloofde van die 500.000 banen die mijn partij beloofde. Dat is het voordeel van mijn leeftijd, ik kan me wel wat permitteren.’
‘Maar goed, met simpel boerenverstand geraak je ook al ergens, zelfs zonder teksten. Als iedereen wint, zoals men het nu laat uitschijnen met de nieuwe financieringswet, dan klopt er iets niet. Ik herinner me een verkiezingsdag bij de RTBF: tot haltien ’s avonds verloor iedereen. Tot er plots iemand opmerkte: ‘C’est pas possible’. Men zegt nu dat de federale staat al zijn verplichtingen zal kunnen nakomen, terwijl ook Wallonië, Brussel én Vlaanderen erop vooruit zal gaan. Wel, dat kan niet. Tenzij... (pauzeert) Tenzij je de belastingen fors verhoogt Tenzij je een aanslag pleegt op Vlaanderen.’
BHV is niet gesplitst
Ziet u ook iets positiefs? De gewesten worden geresponsabiliseerd: daar waren jullie toch altijd voor?
‘Er worden inderdaad een aantal perverse systemen afgevoerd, dat is goed. Maar dat wordt steevast gecompenseerd met geld voor de Franstaligen, en dat geld ligt vast voor een heel lange tijd. Twintig jaar! Dat zijn voorhistorische termijnen. Toen de wereld nog niet geglobaliseerd was, kon je werken op twintig jaar, maar nu?’
Het lijkt u alleen nog maar om geld te gaan. Toen u zich aansloot bij de N-VA, sprak u over het Belgisch systeem dat was vastgelopen, over meningsverschillen tussen Noord en Zuid. Nu bent u een centennationalist.
‘Ik ben geen strijder voor de Vlaamse onafhankelijkheid, maar ik ben wel absoluut voor autonomie. Wel, dan is de financieringswet een belangrijk deel van het verhaal. Aan Franstalige kant krijgt men nu een levensverzekering, terwijl je aan Vlaamse kant alleen iets krijgt als je er ook echt voor werkt. Dit is geen échte fiscale autonomie, de federale overheid blijft de regels van het spel bepalen.’
‘En het gaat me natuurlijk nog altijd om meer dan de centen alleen. Toen we vorige week in de Kamer de Antwerpse magistraten Yves Liégeois en Piet Van den Bon ontvingen, twee uitstekende mensen, kregen die daar eerst paar lappen van de Franstaligen om de oren. Ze hadden zich niet zo scherp mogen uitlaten over de migratieproblemen. Daar blijven de verschillen tussen noord en zuid gigantisch.’
‘En neem dit hier. (wijst op stapeltje papieren dat al het hele gesprek voor hem ligt) Hebben jullie dit gelezen? Dit staat de website van de MR: ‘Quelque questions sur BHV’. Wel, als je dit leest, is BHV helemaal niet van de baan. Als het klopt wat zij schrijven, dan kan de N-VA zich bij de volgende verkiezingen de moeite besparen om folders te maken. Dan kunnen we deze tekst gewoon afdrukken en uitdelen.’
Is iedereen BHV niet stilaan kotsbeu? En gaat dat gevoel jullie geen parten spelen: ‘Daar zijn ze weer, het was nu net opgelost’?
‘Op korte termijn zou dat ons parten kunnen spelen. Maar daarna zal blijken dat men de mensen gewoon iets wijsgemaakt heeft. (zwaait met de MR-teksten) Men doet alleen alsof BHV gesplitst is. Luister even mee. ‘Kan je nog op een Brusselse kanditaat stemmen? Ja.’ ‘Kan je nog Frans praten in de rechtbank? Ja.’ En zo gaat dat maar door. Je mag de mensen niet bedriegen.’
Bent u intussen al separatist geworden?
‘Ik ben een een feitelijke separatist, een omschrijving die ik even leen van Steve Stevaert. Van mij moet de Vlaamse vlag niet overal wapperen, maar ik ben er wel van overtuigd dat Vlaanderen en cours de route onafhankelijk zal worden. Vergelijk het met een koppel dat niet meer overeenkomt: die kunnen ook beter scheiden.’
‘Net zoals ik geen emotionele Vlaming ben, ben ik ook geen emotionele Belg. Die kloof tussen Vlaanderen en Wallonië, die is er nu eenmaal. Dit land bestaat niet meer, al was het maar omdat er geen Belgische tv bestaat als verbindend element. De Vlaamse onafhankelijkheid is geen natte droom, maar ik zal ook niet huilen om het einde van België. Panta rhei kai ouden menei. Alles verandert en niets blijft. Eens Vlaanderen onafhankelijk is, stopt die regel trouwens niet.’
Daar zullen niet al uw partijgenoten het mee eens zijn.
‘Sorry, maar dan moet ik ze diep teleurstellen. Ook Vlaanderen zal niet altijd blijven bestaan.’
.
Linkse Sieg, rechtse Sieg
Hoe zou u zichzelf ideologisch omschrijven? Bent u nog altijd links?
‘Ik ben Vlaamsnationalist. Maar of dat nu links of rechts is? Maakt niet uit. Ik heb ooit in De Standaard gezegd dat ik links ben en dat de N-VA een links programma heeft, maar daar worden dan zodanig veel spelletjes mee gespeeld dat ik dat maar zo laat. Ik ben in de eerste plaats een sociaal-beschaafde mens. Mijn uitgangspunt is een samenleving waar de allergrootste groep mensen het zo goed mogelijk heeft. En willen jullie me rechts noemen, wel dan ben ik rechts. Als ik jullie daar een plezier mee kan doen.’
Pardon?
‘Neen echt, het kan me helemaal niet meer schelen. Want ik ben nog altijd dezelfde. Een zo groot mogelijke groep mensen moet het zo goed mogelijk hebben. Maar dan wel, en dat is cruciaal, in een geest van verantwoordelijkheid. Louis Paul Boon noemde dat de ‘culturele factor van het socialisme’. Het is je verantwoordelijkheid in een samenleving om bij te dragen. De dingen komen niet uit de lucht gevallen. Hoewel sommige socialisten zich zo blijven gedragen.’
Uw partij legt rechtse klemtonen: geen hogere belastingen, grenzen aan de solidariteit, een economische agenda die naadloos aansluit bij het VBO en Voka. Uzelf doet trouwens steeds beter mee.
‘Ondernemers en ondernemingen zijn dan ook de bron van onze welvaart. Vroeger dacht ik daar heel anders over. Toen vond ik het een schandelijke gedachte dat ondernemers winst wilden maken. (gespeeld) ‘Wablieft?! Geld verdienen?! Is het jullie daar om te doen?’ Natúúrlijk is het ondernemers daar om te doen.’
‘Of kijk naar Gent. Hier voert men een heel duidelijk sociaal-progressief beleid. Maar dat beleid zorgt er wel voor dat de groep armen hier enorm toeneemt. De enige methode om die mensen een toekomst te geven waarbij ze loskomen van de uitkeringen, is om hen werk te geven. Niet te veel pamperen. (lacht) Daar is Theodore Dalrymple.’
Dat moet u lezen van De Wever?
‘Oh, maar ik ben al jaren fan. Hij heeft me nu voorbijgestoken, maar tot vorige week had ik één boek meer gelezen van Dalrymple dan De Wever. Ik ben het lang niet met alles wat hij zegt, maar het accent leggen op die eigen verantwoordelijkheid, dat vind ik cruciaal. Je moeten mensen helpen en ze à la limite dwingen om zelf verantwoordelijk op te nemen. In Rotterdam weten ze dat. Dat geeft je de ruimte om te zorgen voor degenen die echt niet mee kunnen. Ik durf als politicus mensen die het minder goed hebben in de ogen kijken en zeggen: ‘Komaan, doe het zelf.’’
Da’s allicht niet links, inderdaad.
‘Kust mijn kloten, zeg. Ik heb een tijd problemen gehad om dat te zeggen, maar nu niet meer. Rechts en averechts! So what?’
Goh, je zou na de financiële ellende van de afgelopen drie jaar ook andere klemtonen kunnen leggen. Het neokapitalisme is misschien wat doorgeslagen? En misschien moeten we allemaal wat te hard werken?
‘Waarom moeten die mensen in dat neokapitalistische systeem almaar meer en harder werken? Omdat ze met alsmaar minder zijn en omdat het systeem zoveel mensen toestaat om af te haken. Voor die afhakers ‘zorgt’ men dan zogezegd. Maar men maakt ze alleen afhankelijk. Dat geeft een enorme druk op een samenleving als de groep werkenden zo klein is als bij ons.’
.
Een vent van Gent
Als nieuwkomer werd Siegfried Bracke meteen ook een partijtopper bij de N-VA. Een status die hij met net geen 102.000 stemmen legitimeerde bij de verkiezingen van 2010. Maar Oost-Vlaams boegbeeld zijn, betekent meer dan stemmen binnenhalen. Het betekent ook afdelingen stroomlijnen, brandjes in de partij blussen, de gemeenteraadsverkiezingen voorbereiden en een aanval opzetten om in Gent een gooi naar de macht te doen.
‘Jullie zullen het niet geloven, maar ik had er echt geen idee van hoeveel stemmen je eigenlijk nodig had om van een goed Oost-Vlaams resultaat te kunnen spreken. Nu, post factum, weet ik dat ik het erg goed gedaan heb.’
Komaan, als politiek journalist wist u dat toch onmiddellijk?
‘Ik zweer het: écht niet. Ik ben een ramp in cijfers. Het waren veel stemmen, en die heb ik voor een deel gehaald dankzij mijn bekende kop, maar tegelijk ook omdat we een zeer goed verhaal te vertellen hadden. Die bekendheid is een troef, natuurlijk. Andere politici die op de markt foldertjes staan uit te delen, moeten moeite doen om mensen te overtuigen. Bij mij komen de mensen er zelf om vragen. ‘Krijg ik ook een papierke, meneer? En wilt ge er uw handtekening nog bij zetten?’’
Freya Van den Bossche (SP.A) vindt dat u geen verhaal hebt voor Gent. U stelt haar teleur, zei ze onlangs.
‘Ze moet zich geen zorgen maken, ze zal op haar wenken worden bediend. Ons Gentse programma zijn we op dit moment aan het schrijven. Kinderopvang, wonen, onderwijs: wij zullen er klaar voor zijn. En in een stad komen er natuurlijk ook veel nationale problemen aan bod. In Lebbeke moet je niet over migratie gaan spreken, maar hier in Gent speelt dat thema wel. In de kern gaat het overal om hetzelfde verhaal: verantwoordelijkheid nemen. Responsabilisering, dat is de kern.’
Wilt u burgemeester worden?
‘Het is zelfs nog niet zeker of ik de lijst zal trekken bij de gemeenteraadsverkiezingen. Niemand gelooft dat, maar toch is het zo. Ik heb dat echt nog niet beslist.’
Net zoals Bart De Wever nog niet weet of hij de lijst zal trekken in Antwerpen. Maak ons iets anders wijs.
‘Neen, het is écht waar. Ik ben niet op mijn eentje de hele Gentse N-VA. Het enige wat ik nu met zekerheid kan zeggen, is dat de N-VA niet in een kartel met CD&V zal opkomen.’
Maakt u een kans? Gentenaars hebben iets ‘linksigs’, iets anti-establishment ook.
‘Als Gent anti-establishment is, dan moet ze paars eruit gooien. Dat establishment beslist hier al 25 jaar. Alhoewel, paars bestaat hier eigenlijk niet meer. Ze zijn nog aan de macht, maar het socialistische deel heeft beslist om uit te breiden. Sinds hun verbond met de groenen kiezen de socialisten hier voor héél progressief links.’
U windt zich op, omdat dat rood-groene kartel uw kansen erg klein maakt.
‘Dat zien we nog wel. Ik constateer vooral dat rood hier nóg meer opschuift naar links. Er is hier een heel open migratiebeleid, haaks op wat men in een stad als Antwerpen doet, waar nochtans ook socialisten aan de macht zijn. En plots heeft men hier vastgesteld dat het niet meer ging. Of zoals burgemeester Termont dat hier zegt: ‘we zijn het slachtoffer van onze eigen goedheid’. Het is nu tijd om een harde lijn te trekken, en dat wordt veel moeilijker als je in een kartel zit met groen.’
.
Jef was begonnen
Bent u rancuneus?
‘Dat denk ik niet. Men dicht mij altijd verschrikkelijke eigenschappen toe: doortrapt, de listigheid zelve. Wel, dat klopt allemaal niet.’
Wie een hoofdredacteur kan buitenwerken bij de VRT, moet toch een beetje doortrapt zijn.
‘Dat is anders. Dat moest gewoon gebeuren.’
Heeft u nooit fouten gemaakt?
‘Fouten, tja. Dat heb ik me eigenlijk nooit afgevraagd. Om een cliche te gebruiken: ik ging ervoor. En ja, ik was nogal hard. ‘Versta je het niet? Wel, denk er dan nog eens over na. Maar toch zal het zo zijn.’ (grijns) Dat moet sommige mensen geweldig veel pijn gedaan hebben. Maar ik heb gedaan om goed te doen. Omdat ik dacht dat het moest. Ik kon niet beter.’
Het venijn waarmee u iemand als radiojournalist Jef Lambrecht er openlijk van langs geeft, dat zegt toch iets over wie u bent?
‘Dat komt omdat ik zo makkelijk spreek. En bovendien: hij was begonnen. Wie kaatst, moet de bal verwachten. Mijn vrouw wijst me er – zeer terecht – op dat ik niet weet hoe fors ik kan zijn. Maar ik ben 58, dat zal dus niet meer veranderen. Ik heb nu eenmaal de gewoonte om fors te spreken. Maar ik bedoel het zo kwaad niet.’
‘Ik heb altijd bewondering gehad voor Jef, hij was een originele geest, een vernieuwer. Maar hij had een ander veld moeten kiezen om journalistiek actief te zijn. Hij plooide zich helemaal terug op wat hij dacht dat ernstig was. Maar dat was helemaal niet ernstig, dat was om te lachen. Allerlei plaatsen in het Midden-Oosten opsommen waar niemand ooit van gehoord heeft, dat doe je toch niet op de radio? Jef zei dan: ‘ik moet ook de specialisten duidelijk maken dat ik het weet.’ Maar specialisten die luisteren niet naar de radio, die lezen boeken, boeken voor specialisten. De kunst is net om het allemaal goed te weten, en dan iets kleins over te houden dat iedereen op 12 seconden begrepen heeft.’
Dat leidde dus wel eens tot een meningsverschil.
‘Meningsverschil? Hij maakte stukken die niet om aan te horen waren. Alleen was het voor de VRT nogal revolutionair dat iemand dat ook eens met zoveel woorden zei.’
.
Een ode aan Bart
Hoe hard moet u op uw tong bijten als u nu sommige N-VA-collega’s grote verklaringen hoort afleggen in de media, ook op minder geslaagde toon?
‘Niet. Er is geen hiërarchie waarbij één iemand oplegt op welke toon we allemaal moeten communiceren. Ik maak ook wel eens fouten, hoor. Jullie deel van het interview is makkelijk, er bestaan geen domme vragen. Maar antwoorden geven, dat is bijlange niet zo simpel. Het is normaal dat wij fouten maken. Zelfs Bart De Wever maakt wel eens een verkeerde inschatting.’
Zélfs Bart De Wever?
‘Eén van de dingen die ik van hem geleerd heb is, dat wanneer je je in een andere taal uitdrukt het heel moeilijk wordt. Als ik nu fors spreek, weet ik misschien niet exact hoe fors het precies is, maar ik weet wel dát het fors is. Maar als je in een andere taal van leer trekt, zoals hij indertijd met Der Spiegel, is dat veel gevaarlijker.’
‘Europas kranker Mann’, dat zal hij toch wel begrepen hebben toen hij het uitsprak?
‘Ja, maar je moet ook rekening houden met wat men daarvan kan maken. Ik heb het ook over het beeld van de Franstaligen die als drugsverslaafden aan het infuus hangen, daar moet je enorm mee oppassen. Dat is heel kwetsend. (denkt na) Ik heb een grenzeloze bewondering voor Bart De Wever.’
Waarom vertelt u dat nu, zo plotsklaps?
‘Omdat ik er eenvoudigweg niet tegen dat men kritiek geeft op hem. De suggestie alleen al dat hij ooit ‘speelde’ dat hij ziek was om een vergadering te kunnen verlaten. Verschrikkelijk. Ik kan ontzettend kwaad worden als hij zo wordt gepakt. Ik verdraag dat niet.’
U zegt het men een wel zeer dreigende blik.
‘Het is toch ook niet normaal hoe die man gediaboliseerd wordt, de bakken stront die hij over zich heeft gekregen. Terwijl het zo’n onmiskenbaar talent is. Hoe hij de ‘Vlaamse zaak’ heeft geënt op wat er echt toe doet en weggetrokken heeft van allerhande symbolische details. Wat hij in de hoofden van de mensen heeft teweeggebracht, dat is uniek. Ik heb een grenzeloze bewondering voor Bart De Wever. De manier waarop hij dit volhoudt, de druk die er op hem ligt, het is enorm. Ik draag hem echt op handen.’
En dus bent u graag zijn...
‘Luitenant? Ja! De Wever kan niet alles alleen. Ik heb er helemaal geen probleem mee om in zijn schaduw te staan.’
Schaam-rood
22 september 2011
Wat gisteren in de verenigde Commissies van Justitie, Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken is vertoond, was schandelijk. U kan dat in de kranten lezen, u heeft het kunnen horen en zien op radio en televisie. En toch… Er was veel te zien en te horen, althans voor wie wou kijken en luisteren.
Want zelden tevoren was de noord-zuid-kloof zo openlijk duidelijk. En deze keer niet over details of symbolen, maar wel over de essentie: over het functioneren én van de justitie én van de sociale zekerheid. Wie nooit heeft begrepen waarover de ‘Vlaamse zaak’ gaat, kon het daar leren. Wie gelooft dat de komende regering hervormingen gaat doorvoeren, kon daar makkelijk van zijn geloof worden afgeholpen.
Gisteren zaten er in de Kamer vijf magistraten zónder ivoren-toren-mentaliteit. Mensen die beseffen dat sociale bescherming een wezenlijk onderdeel is van de democratie. Mensen die beseffen dat als op die sociale zekerheid van overal in de wereld mensen afkomen ‘als meeuwen naar een stort’ (met dank aan LT uit L), dat die democratie dan gevaar loopt. Mensen die verantwoordelijk zijn, en het dus hun morele plicht vinden een alarmkreet te slaken als die democratie gevaar loopt.
En voor alle duidelijkheid (en voor de zoveelste keer): dit heeft niets van doen met ‘rassenhaat’ (met dank aan DT uit G). Want de organisatoren van het systeem zijn Belgen. Idem voor hun juristen en advocaten, waarvan sommigen zich zelfs progressief noemen en ook daaruit dan een bijbaantje versieren. Swat.
Maar de vijf van Antwerpen hebben moeten ondervinden dat men liever heeft dat ze zich, zoals sommigen van hun collega’s, bezighouden met de prangende problematiek van de zeepiraterij, of waarschuwen voor een open oorlog als Wallonië geen corridor naar de zee krijgt. Men heeft liever niet dat magistraten het hebben over het falende migratiebeleid, en de vele (vaak bewust gecreëerde) achterpoortjes om ondanks alles hier toch een uitkering of een verblijf te versieren. Met, zoals gezegd, alle gevolgen van dien voor onze verzorgingsstaat.
Men, dat zijn de verzamelde Franstalige partijen, onder leiding van de PS, die over de bezorgde magistraten nogal duidelijk waren: “déclarations tapageuses”, “c’est l’amalgame”, de dictatuur van de rechters en - bien évidamment, dit mag nooit ontbreken - populisme! Daarnaast uiteraard ook ronkende verklaringen over de scheiding der machten. Dat doen Franstaligen altijd, tenzij het gaat over benoemingen. Maar over de feiten zelf? Geen woord; ongetwijfeld alweer faits divers. Conclusie: in België zijn evidenties uit het noorden politiek geladen uitspraken voor het zuiden, zoals “de aarde is rond” ooit ook nog een zaak was van politiek meningsverschil.
Procureur-generaal Liégeois en advocaat-generaal Van Den Bon hadden drie magistraten van het terrein meegebracht. Mensen die elke dag zien wat er gebeurt. Van de franstaligen mochten die niet spreken… Uiteindelijk hebben ze tóch gesproken, en klaar en duidelijk uitgelegd waar in het systeem de achterpoortjes zitten, en hoe die kunnen worden gesloten. Ze spraken toen de meeste Franstalige Kamerleden al naar huis waren… Idem trouwens voor het VB. Die partij is nooit geïnteresseerd in oplossingen.
Ik vind dat splitsen nooit een doel op zich kan zijn. Splitsen omwille van het plezier van het splitsen is zinloos. (En ik kan me voorstellen dat je bepaalde dingen zelfs moet herfederaliseren). Maar als je botst op zulke verschillende inzichten over zulke essenties in de organisatie van de samenleving, moet je durven doordenken. Ja, ook dat zal hier en daar perverse effecten hebben, maar dat is nog tien keer beter dan deze stilstand.
Het is de stilstand waarvan CD&V, VLD en SP.A ons weldra gaan proberen wijsmaken dat de volgende regering die zal doorbreken. Zoals Renaat Landuyt, vanmorgen op de radio. Ik weet het, ik zou niet mogen en het is in de politiek not done, maar ik had met hem te doen.
IDEOLOGIE
21 september 2011
De Antwerpse OCMW-voorzitster Monica De Coninck is een sociaal-democrate zoals er meer zouden moeten zijn: een die niet immuun is voor voortschrijdend inzicht. En meer zelfs: ze heeft daardoor ook een verhaal (en dat kunnen niet alle socialisten zeggen). Een verhaal dat ook fors verschilt van het voorgeschreven en opgelegde gedachtegoed van links en progressief Vlaanderen. Ik beken: als ik mij op Twitter begeef, doe ik niets liever dan die provoceren. En elke keer lukt het. Ik ben oprecht verbaasd over zoveel collectieve verdwazing.
Dat maakt het verhaal van De Coninck overigens des te boeiender. In Knack. Ja, Dalrymple heeft een punt. En nee, het sociale beleid van de N-VA is niet zo gek. Je mag mensen niet doodpamperen, je moet ze verantwoordelijkheid voor hun eigen leven geven. Ja, laks omgaan met de instroom dreigt onze sociale zekerheid te ondergraven. En ja, er zijn profiteurs, een minderheid (gelukkig!), maar we halen die er uit, of we proberen toch.
Maar profiteurs hebben uiteraard ook rechten, en zij kunnen zich wenden tot de arbeidsrechtbank, wat ze ook in grote getale doen als we de Antwerpse advocaat-generaal Van Den Bon mogen geloven. In zijn mercuriale rede vertelde hij trouwens hetzelfde als De Coninck én als Dalrymple. Over het ‘risico van de uitkeringscultuur’, en over de ‘zelfingenomen vorm van inertie die ons systeem… laat wegkwijnen.’
In Gent loopt men op dat punt ongelooflijk achter. En met Groen! in een kartel, zal er dat niet op verbeteren. En dan hebben we het niet over de rol van sommige advocaten. Ik ken er een die met asielzoekers en andere gelukzoekers een zeer goed draaiende business heeft opgezet. De man is ook SP.A-mandataris. ’s Avonds komt hij op voor de welvaartsstaat, overdag ondergraaft hij die.
Veel heeft van doen – is dat niet verrassend in deze tijden? - met ideologische uitgangspunten. In Gent zijn er vele jonge tweeverdieners die geen kinderopvang vinden. Die moeten vandaag in de krant lezen dat de stad Gent voor inburgeraars wel 50 extra plaatsen voorziet. En dan komt de ideologie: voor wie ga je dan zorgen, in een situatie van schaarste waarin je moet kiezen wie eerst komt? Voor de inburgeraars? Voor de werkende jonge mensen? Het stadsbestuur maakt de keuze, maar ik ben het daarmee roerend oneens.
Ook omdat je van inburgeraars (met dank aan nonkel Dalrymple) mag verwachten dat ze zelf ook inspanningen leveren. Want ze krijgen hier kansen. En hun inburgering is de brug naar werk, onderwijs, participatie in de samenleving.
Bovendien geeft het Gents bestuur net aan die inburgeraars een gigantisch tegenstrijdig signaal: burger vooral rustig in, probeer dat ook te rekken, want eenmaal ingeburgerd en aan het werk, zal u achteraan moeten aanschuiven.
Dieu
13 september 2011
Van sommige oude staatsmannen is geweten dat ze staan te springen om ‘s ochtends in de vroegte commentaar te geven bij allerlei gebeurtenissen van de nacht voordien. Er zijn er ook die nooit spreken, en als die iets zeggen, dan kan je maar beter luisteren. En dat is twee keer waar als het gaat om Guy Spitaels, bijgenaamd Dieu. En dat is nog meer waar als de boodschap lijnrecht ingaat tegen de wijdverspreide, gemoedelijke consensus.
Beatrice Delvaux, nochtans recht in de leer, heeft hij zowaar van haar paard gebliksemd, met als gevolg “La vérité de Spitaels: elle va déranger.” Want Spitaels zegt wat de onderhandelaars alleen in schootnota’s durven bekennen: de discussie is zinloos. Spitaels vraagt zich af of di Rupo de Vlaming goed heeft begrepen, dan wel of hij probeert tijd te winnen. Zijn nota, zoals we ze hebben kunnen lezen, lijkt dat laatste te bevestigen.
Zeer merkwaardig: anders ook dan vele andere oude mannen van staat heeft Spitaels géén geromantiseerd beeld van vroegere communautaire veldslagen. De loodgieterij die in de tijd van Spitaels werkte (met ‘het onweerlegbare vermoeden van taalkennis’ over José Happart) werkt vandaag (met ‘de veronderstelde burgemeesters’) niet meer. Wat mijn collega’s en ik in onze tijd als ernstig hebben geslikt en verkocht, wordt vandaag zelfs door de braafste journalist onthaald op hoongelach. Net zoals de optimistische spin rond de onderhandelingen; dat klinkt holler en holler. Ook als wordt gemeld dat er bijna een akkoord was. Dat zeggen de Franstaligen altijd. Het is de paradox van Zeno: de lichtvoetige Achilles en de schilpad, ze naderen wel, maar elkaar raken doen ze nooit.
In plaats van te rekken, zou di Rupo beter met Charles Michel rond de tafel gaan zitten, en een project uittekenen voor Wallonië, vindt Spitaels. In plaats van te zoeken naar communautaire spitstechnologie, zegt hij, zou hij beter iets doen aan het bestuurlijke Waalse waterhoofd. “Le fatras d'institutions actuel, ce coût, ces doublons ! Cela nuit aussi à notre crédibilité.”In plaats van bangmakerij over verarming, zegt Spitaels eigenlijk, heeft Wallonië nood aan… nu durven veranderen. En, een detail, maar toch: « Ce De Wever, il ne me déplaît pas du tout.»
Hulde dus aan Dieu en zijn dérangerende boodschap. En wees maar zeker, die boodschap was zo storend dat ik er ergens anders nauwelijks heb over gelezen.
PS Guy Spitaels heeft altijd indruk op mij gemaakt. Ik herinner mij van hem de kortste persconferentie ooit. Ik weet nog letterlijk wat hij toen zei: “Mesdames, messieurs, trois choses en réponse au CVP : non, non, et non. Je vous remercie. » En dan zo gebracht, dat niemand verder nog één vraag wou stellen. Grote meneer!
Het parlement kan dat, als het wil
06 september 2011
De komkommertijd was weer niet mis. (Ik heb het zelden anders geweten) Regimes werden omvergeworpen, ratings werden verlaagd, stormen raasden ook over de financiële markten. En politici lijken gevangen: munt en welvaart verdedigen, het lukt niet meer; hervormingen doorvoeren die de toekomst verzekeren, het lukt niet meer.
James Carville, media-adviseur van Bill Clinton, heeft gezegd dat hij wou reïncarneren als obligatiemarkt, want die, zei hij, intimideert iedereen, zelfs de president van de VS, de machtigste man ter wereld. Maar mocht Carville de Belgische toestand beter kennen, dan komt hij terug als formateur van de Belgische regering. Want die blijkt geenszins onder de indruk van ‘the money that never sleeps”. Helaas is dat dwaasheid, geen dapperheid. Als de bodem uit het financieel systeem dreigt te vallen, gaat de formateur doodleuk drie weken op vakantie, met Koninklijke Zegen. En cruciale vergaderingen moeten wijken voor de gemeenteraad van Amay (14000 inw).
Het is zeer de vraag of de ultieme push van di Rupo – vandaag? morgen? 31 september? – er ooit nog komt. Wie gelooft nog dat er een diepgaande staatshervorming komt? En een coherent socio-economisch beleid? Met haat voor de rat (Camps), met parasieten (de sterke mannen van Amay), of met angst voor de kiezer (CD&V en VLD) hou je nooit een coalitie samen. di Rupo weet dat ook: maar il se trouve devant l’abîme, waar un grand pas en avant delicaat is.
Als de onderhandelingen mislukken, bewijst dat dat de analyse van de zittende premier klopt: al in 2007 zei die dat het Belgische model was vastgelopen. (Jaja, er is een tijd geweest - voor hij begon aan de afbraak van land, partij en zichzelf – dat Leterme zijn tijd vooruit was…)
Als die onderhandelingen mislukken, moeten we wel niet naar verkiezingen gaan, zelfs al wordt de N-VA in Het Laatste Nieuws een vooroorlogse monsterscore voorspeld. (En voor wie daar mocht aan twijfelen: Bart De Wever vindt dat ook). Omdat alleen al met de aankondiging van die verkiezingen we volop riskeren weerloos te worden overgeleverd aan de financiële markten. Omdat ook die monsterscore de Belgische grendels niet breekt. Omdat er ook zoiets bestaat als verantwoordelijkheid tegenover de mensen.
Als die onderhandelingen mislukken moeten we blijven beseffen dat de hervormingen die de Europese Commissie heeft voorgesteld, ons ooit zullen worden opgelegd. En dus doen we dat beter zelf. Het is het enige regeerprogramma dat de toekomst kan veiligstellen. Een andere weg, bestaat niet.
Daarmee nog langer wachten heeft dus geen zin. En misschien moeten we dan maar in het parlement op zoek gaan naar een coalition of the willing. Die tegelijk het Belgisch imbroglio kan aanpakken, op basis van artikel 35 van de Grondwet. We onderhandelen over wat we nog samen willen doen.
En in ruil voor het eerbiedigen van het territorium en de soevereiniteit, is Vlaanderen solidair met de Franstalige buren. België kan dan zelfs model staan voor een ander Europa, want ook dat snakt naar een nieuw evenwicht tussen verantwoordelijkheid en solidariteit.
Het parlement kan dat, als het dat wil.
OLD SCHOOL
29 juli 2011
Als verontwaardiging een goede reden is om aan politiek te doen, dan is er maar één conclusie: er is nog veel werk. Want het is ronduit ontstellend om zien hoe ver politieke partijen durven gaan als het erop aankomt ene van ons in bescherming te nemen. En zo goed als altijd heeft dat ook van doen met geld, meestal veel geld. En met macht natuurlijk. En wie zegt macht en geld, komt helaas – u leest goed, ik herhaal: helaas - haast vanzelf uit bij socialisten. Die zijn zoals bekend elke dag bezig met echt links beleid, met de herverdeling van de rijkdom, maar beginnen in afwachting met zichzelf. Ik zeg dat niet; ik lees het, ik hoor het, ik zie het.
Kijk naar Belgacom. Kijk naar de NMBS. Overheidsbedrijven als wingewesten van old boys. Die daar trouwens ook – eigenlijk is dat even onthutsend – zeer makkelijk mee wegkomen. Er zijn kritische stemmen – ik lees ze vandaag in De Tijd; ik zie gisteren Paul D’hoore op VTM – maar de meeste andere duiders slikken wonderwel vlot wat hen wordt ingelepeld. Zonder zich af te vragen of wat wordt gezegd ook waar is, of zelfs waar kan zijn. Dat is nochtans het minimum wat van journalisten kan worden verwacht.
Want wie kan uitleggen dat CEO Bellens het belang van Belgacom niet heeft geschaad? De feiten zijn au fond simpel: Bellens heeft een gebouw van Belgacom verkocht onder de (markt)prijs. Dat lijkt me nogal makkelijk vast te stellen. Belgacom heeft met andere woorden voor dat gebouw beduidend minder geld gekregen dan kon worden verwacht. Maar dat blijkt dus geen punt: de belangen van Belgacom zijn niet geschaad? Hallo?
De verklaring is vanzelfsprekend NIET dat Bellens in ruil de koers heeft mogen volgen op kosten van de Nationale Loterij. Voor een mens die 10.000 euro per dag verdient, lijkt me dat redelijk onnozel, hoewel allicht juridisch relevant. Maar de échte verklaring zit naar alle waarschijnlijkheid in de sfeer van ons kent ons, van het aloude Belgische adagio ’t Een plezier is ’t ander waard. Bellens heeft ervoor gezorgd dat die mevrouw De Groeve makkelijk groot geld kon verdienen, zoals de PS dat aan Bellens zelf ook toestaat, zoals grote jongens en meisjes elkaar iets gunnen quoi…
Dat is ook de verklaring waarom de Raad van Bestuur daar geen graten in ziet. Want wie zit er in die Raad van Bestuur? Juist! De boswachters zijn stropers, en omgekeerd. En dat is des te meer pervers omdat de leden van de Raad vertegenwoordigers zijn van politieke partijen, die geacht worden – op zich een uitstekend principe – daar te zitten uit naam van het algemeen belang.
Dat is overigens niet typisch Franstalig of zelfs typisch PS. Bij de SP.A kennen ze daar ook wat van. De invloed van de Vlaamse socialisten in het overheidsapparaat is omgekeerd evenredig met hun aantal stemmen. Hoewel – dat is de conditio sine qua non van het systeem – anderen meestal mogen meedelen; niet te veel, een beetje. Ik zie dat op veel plaatsen, maar het beste is dat te zien bij de NMBS. Daar is er trouwens nóg een wetmatigheid: hoe meer (zelf verklaarde) progressieven daar de dienst uitmaken, hoe minder belangstelling voor reizigers, hoe zwaarder ook de financiële problemen…
Master of the game is daar de onnavolgbare Jannie Haek. De indruk ontstaat dat zelfs voogdijminister Vervotte aan Haek niets meer te zeggen heeft. Die heeft hem – lees ik in de krant vandaag - laten weten dat hij geen topbenoemingen mag doen. Maar Haek zegt dat ze zich vergist. Punt uit. Because I said so. En de kans dat Vervotte hem tegenspreekt, is zo goed als onbestaande. Want Haek is zo slim om óók iemand van de christelijke vakbond te benoemen, een medewerker van… Vervotte.
De combinatie vakbond-spoor is overigens goud waard. Om maar iets te zeggen: wie als vakbonder bij het spoor op pensioen gaat, krijgt een automatische rangverhoging. De loopbaan van vakbonders zijn trouwens hoe dan ook gekoppeld aan die van niet-vakbonders-die-carrière maken. Als met andere woorden iemand promotie maakt die net vóór een vakbondsmens met dezelfde graad geklasseerd staat, dan krijgt de vakbondsvrijgestelde diezelfde promotie ook. En omdat de vakbond mee het personeelsbeleid bepaalt, zie je vaak dat totaal onopvallende lieden wel opvallende carrières maken. Een vorm van zelfbediening waarover is nagedacht!
Maar het betere werk komt dus van Haek. Hij gaat in de luwte van de zomermaanden twee nieuwe directeurs-generaal benoemen. De kandidaten zijn geselecteerd. Op papier door een groot headhuntersbureau (het zou interessant zijn te weten hoeveel dat heeft gekost); in werkelijkheid door Haek zelf, die trouwens de selectiecriteria een paar keer heeft veranderd. Haek maakt soms foutjes: zo had hij niet gezien dat een van de te benoemen kandidaten geen diploma hoger onderwijs had… Geen probleem, huiswerk wordt overgedaan: die vereiste wordt gewoon geschrapt. Eind volgende maand kunnen de benoemingen door de Raad van Bestuur worden gesluisd… Haek heeft de Raad beloofd dat de benoemingen ‘juridisch sluitend’ zullen zijn…
Een mens kan daar misschien om grijnzen, maar helaas: Belgacom, de NMBS, dat zijn wij. Wij betalen dat; in alle opzichten.
Déjà-vu
15 juli 2011
Ik krijg alsmaar meer het gevoel dat ALS er een regering komt, dat er een zal zijn zoals in 2007. Toen die nog maar pas gevormd was, heb ik - toen nog journalist, maar toen al overduidelijk met 'een gedacht' - in De Morgen een commentaarstuk geschreven. Als ik het vandaag lees, is een déjà-vu niet te onderdrukken. Waarmee nog maar eens bewezen mag zijn dat je niet echt een visionair moet zijn om de toekomst te voorspellen...
"Alle politieke partijen zeggen in wezen hetzelfde: ze willen zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. En het politieke debat is niets anders dan de discussie over de weg naar dat geluk.
Het voordeel bij ons is dat we nooit voluit met één van die wegen van doen hebben. Niemand heeft genoeg stemmen om zijn eigen gang te gaan. We krijgen altijd een mengeling van minstens twee wegen. Het resultaat mag dan vaak wat kleurloos zijn, wat trager ook, en er wordt voor en na ook eindeloos gepalaverd, maar toch is het voordeel groter dan het nadeel. In landen met een ander kiessysteem blijkt immers dat die ene weg naar meer geluk vaak ook weer niet je dat is. Ik heb dat geleerd van Mark Eyskens: in onze Wetstraat vloeit weliswaar de zever overvloedig, maar het bloed gelukkig nooit.
Naast de keuze tussen de verschillende wegen naar geluk, gaan verkiezingen en regeringen ook over het aanwijzen van mensen waarvan we denken dat ze ons kunnen besturen. En dat is veel-veel meer dan de uitvoering van partij- of regeerprogramma. Besturen is ook (en misschien zelfs vooral) adequaat reageren op het onverwachte, op wat niemand had zien komen, en dus in die programma’s ook niet beschreven staat. In die zin zijn entertainmentprogramma’s met politici buitengewoon interessant, want die laten zien of ze voor reageren op onverwachte toestanden enig talent hebben. Vandaag schiet van dat boven beschreven mooie en hoogst voordelige systeem zo te zien maar weinig over. Nous avons un Gouvernement! roept mét hoofdletter en uitroepteken Elio di Rupo op zijn website. En uit wat daarop volgt blijkt grote vreugde.
Het doet me denken aan een krantenkop die ik ooit zag in Zaïre: Le Président-Fondateur a donné une Conférence de Presse ! Wat de man had gezegd bleek verder nergens te vernemen…
Kennelijk is voor di Rupo en partners een regering geen middel meer voor meer geluk, maar een doel an sich. Als we er maar een hebben. Het is er ook de tijd voor, zo rond Kerstmis. Wat moet de koning anders gaan zeggen maandagavond? En wat moeten ze in het buitenland niet denken?
Want een regeerprogramma is er niet; en een akkoord over waar dat programma later moet over gaan, eigenlijk ook niet.
De jacht om de jacht, om het plezier van het jagen, niet omwille van de buit die men wil opeten. Dat heet in filosofische geschriften divertissement, zeg maar vermaak.
Toegegeven, er zijn wel bestuurders. Veertien. Gisteren nog vechtend over de keien van de Wetstraat, vandaag lachend op de foto. Omdat we er zelf op aandrongen, zeggen ze ons…
Wie begrijpt die mensen nog? Het is een believer die het vraagt. Het geloof in de politiek en in het debat tussen keuzes, is dat niet om te koesteren? Wordt dat hier niet te grabbel gegooid?
Of valt er misschien ook niet meer te besturen? Omdat het kader waarbinnen dat moet niet meer past? Omdat zij die het moeten doen de ruzie al lang voorbij zijn, en de staat van onverschilligheid hebben bereikt?
Heeft u – à propos - Willy Claes gezien in Terzake? De wanhoop van die man? Omdat hij zich met de beste wil van de wereld niet kan voorstellen dat de PS er ooit maar zou kunnen aan denken in een regering te stappen zonder de Vlaamse zusterpartij. Terwijl hij merkt dat het intussen gebeurt, zonder enig kabaal, enig geluid. Ook niet vanuit de SP.A. Zonder overleg met de kameraden van de vakbond en de ziekenkas. Solidariteit moet over grenzen gaan, zei Claes, zo had hij het altijd geleerd. Ik vrees dat het land van Claes niet meer bestaat. En Elio di Rupo weet dat; hij heeft het zelf ook zo beslist.
Hij eist wél dat de CDH van Joëlle Milquet mee regeert, en kiest voor Wallonië; dat is zijn horizon. Daar spelen niet alleen de volgende verkiezingen; daar speelt ook zijn solidariteit. Dit is de keuze voor scheiden zonder woorden, zonder het ook te zeggen. Als het moet onder het gezamenlijk zingen van C’est la lutte finale…
Karel De Gucht had het, toen hij nog geen minister van Buitenlandse Zaken was, over de verdamping van de Belgische staat. Verdamping maakt geen geluid.
Dit is dé staatshervorming. Ze zit in de hoofden, en loopt voor op de staatshervorming die nog in het parlement moet komen. Het einde van België? Ja, als we blijven aanmodderen. Neen, als de hervorming ver genoeg gaat. Per slot van rekening is ons belangrijkste bestuursniveau (Europa) ook opgedeeld in kleinere stukjes, omdat we ons daar ook vooralsnog beter bij voelen.
Dat wordt zonder twijfel een moeilijk en complex verhaal, maar dat is wel uit te leggen. Het is eerbaar én te begrijpen. Anders dan een regering die de politiek naar eigen zeggen niet heeft gewild, maar die moest. Want dat is – met alweer dank aan Mark Eyskens – Dallas maar met slechte acteurs en zonder scenario. Een regering zoals een stel dat, na jarenlange vrijage, kort voor het huwelijk zelf in de gaten krijgt dat ze niet meer met elkaar kunnen opschieten, maar om het feest niet te verknallen en de familie de schande te besparen, dan toch maar besluit te trouwen. Iedereen begrijpt dat dat niet goed afloopt…"
De 4de breuklijn
14 juli 2011
Wie de laatste dagen de politiek volgt, kan er niet naast kijken: er is een 4de breuklijn. Elke student van Carl Devos kent ze, de drie klassieke breuklijnen: de levensbeschouwelijke, de socio-economische en de communautaire. En nu de vierde: Bart De Wever!
Ik weet het: een mens moet in alle omstandigheden bescheiden zijn, en het vooral blijven, maar anderzijds kan niemand de werkelijkheid ontkennen. Nogal wat (ook dat is bescheiden gezegd) partijen herleiden hun politieke boodschap tot voor of tegen Bart De Wever, voor of tegen de N-VA.
Dat gaat zo ver dat Caroline Gennez in één interview tegelijk di Rupo aanraadt om een anti-N-VA-nota te schrijven om de N-VA nee te laten zeggen, maar zodra die N-VA dat ook doet, hekelt Gennez de N-VA vanwege onverantwoord gedrag. Daar is een woord voor: obsessie. Vandaar ook haar bewering (1 mei) dat de N-VA in de scholen de zwarte kindjes gaat wegpesten, en recent ook Daniël Termont die wat de N-VA in Gent zegt over de problemen met de Roma, rassenhaat noemt. Jaja, u leest dat goed: rassenhaat. Nog eventjes, en er is weer een cordon sanitaire…
En er is natuurlijk ook Alexander De Croo, die in de hoogste top van de boom van Elio di Rupo rijpe vruchten gaat plukken, in de wetenschap dat de rotte vruchten na goed schudden wel zullen verdwijnen. Optimism is a moral duty, ik ben het daar zelfs mee eens, maar ik vrees dat hem niets anders zal resten dan de hem bekende stekker.
Tenzij Karel De Gucht gelijk heeft, en open VLD een aantal liberale strijdpunten nu al intrekt, vanwege toch onhaalbaar. Niet al te gehecht zijn aan de eigen strijdpunten, het is een bewijs van staatsmanschap. En is er al eens één partij die gelooft in wat ze zelf zegt: weg ermee! The World according to Karel De Gucht…
Al zijn er politologen die nóg straffer zijn. Lees Dave Sinardets waterdichte redenering in Het Laatste Nieuws: als de CD&V geen kiezersbedrog pleegt is dat op zichzelf een vorm van kiezersbedrog. Want de kiezer gaat er namelijk van uit dat CD&V áltijd kiezersbedrog pleegt. En dus mag de CD&V eigenlijk doen wat ze wil, als ze tenminste maar De Wever lost… Ik heb het al eerder gezegd: Sinardet verhoudt zich tot de politiek, zoals ikzelf tot de kwantumfysica.
Laten we wel wezen: ook ik, ook wij vinden dat er een regering nodig is. Maar dan wel een met geloofwaardige en diepgaande hervormingen zoals ALLE internationale instanties die van ons vragen. Een regering dient namelijk om iets te doen, een regering is nooit doel op zich. Maar ok, al wie het anders ziet, moet er maar aan beginnen. De eerste anti-DeWever-regering; de eerste regering voor wie het onbelangrijk is waar ze voor is, als ze maar tegen De Wever is. Daar bestaat ook een woord voor: harakiri, en dat slaat nog het minst op die regering zelf.
EPILOOG
28 juni 2011
Er zijn van die momenten dat een blogger niets meer moet schrijven. Bovenstaand stuk was nog maar de deur uit, of de onvolprezen krant Het Laatste Nieuws publiceerde een interview met vader en zoon De Loor. Een wat mij betreft prachtig interview omdat het pur et simple bevestigt wat ik eerder schreef.
De koningen van Zottegem laten in dat interview in hun ziel kijken. Vooral junior is openhartig. Bijvoorbeeld over het uitdelen van gunsten, niet als humaan gebaar, maar als politieke doel.
Toen mijn broer en ik klein waren, kregen we zakgeld om naar de kermis te gaan. Toen we vertrokken zei ons vader: Als er op de kermis kindjes lopen die het niet te breed hebben en die ook graag op de molen zitten, geef ze dan een beetje geld, zo dat ze ook een ritje kunnen maken. Dat heb ik altijd onthouden. En dat wil ik ook nu nog doen voor onze inwoners.
Mooi zo! Ten tijde van de goede, ouwe christelijke caritas mocht de linkerhand niet weten wat de rechterhand gaf, maar het moderne socialisme denkt daar anders over: ere wie ere toekomt!
Het institutionaliseren van het menselijke gebaar, wat kan daar uiteindelijk tegen zijn? Dat is toch het ware socialisme? Dat mythische systeem is ontelbare keren geprobeerd en bestaat zelfs echt:
Een socialisme zoals in Cuba, waar 98% van de bevolking kan lezen en schrijven, er gratis onderwijs en gezondheidszorg is voor iedereen: dat is mijn natte droom. Maar ik vrees dat het een utopie zal blijven. Ik wil wel beklemtonen dat ik hiermee het beleid in Cuba niet wil verheerlijken.
Met dat laatste bedoelt junior ongetwijfeld dat hij het betreurt dat de heilstaat in Cuba wordt afgebroken door Raoul Castro en vast niet dat diezelfde heilstaat een halve eeuw werd gestut door een repressief regime.
Nee, deze man is een échte socialist, geen Pappenheimerexemplaar. Het moet niet gezellig zijn, maar recht in de leer. En dat télt voor iets:
… tijdens de laatste verkiezingen was ik wel de enige socialist met een echte ideologische slogan: 'Meer socialisme met Kurt de Loor.'
Alstublief! Meer socialisme! Bekt lekkerder dan ‘Alle arme kindjes werken aan de Staat!’ en de vlag dekt de lading. Meer zelfs: naar mijn bescheiden mening is dat een slogan waar je ook Voorzitter van de SP.a mee kan worden.[1] Niet getreuzeld, Kurt!
PS: Die harteloze André Denys heeft nu toch wel de beslissing van De Loor vernietigd zeker. Het gevolg? De Loor beslist dat Zottegem dan géén jobstudenten nodig heeft. Wat betekent dat er eigenlijk geen werk was. Een socialisme zoals in Cuba, weet u wel…
[1] Kameraad De Ceulaer is het ongetwijfeld met me eens op dat punt.
Dalrymple-in-de-praktijk: het Zottegems model
23 juni 2011
Ik heb een brief gekregen uit Zottegem. Van een mevrouw met studerende kinderen. Die allen in de zomer een vakantiejob doen. Kinderen uit een eenoudergezin, die dus, zo begrijp ik het, in aanmerking komen om van het Zottegemse stadsbestuur een studentenjob te krijgen. Want oersocialist en burgemeester De Loor gaat de vakantiejobs toewijzen aan kinderen van ouders met lage inkomens. Maar ik val nog liever dood! Het is een zinnetje dat in de brief wel een keer of vijf wordt herhaald.
Die mevrouw heeft gelijk. Ze legt – wat zijn zogeheten gewone mensen toch ongelooflijk slim! - de vinger in de wonde. Ze schrijft namelijk hoe vernederend ze het zou vinden om met haar belastingbrief naar het stadhuis te gaan om de burgemeester of zijn helpers te laten zien hoe arm ik wel ben en hoe ik moet knokken om mijn kinderen een toekomst te geven. Maar ik val nog liever dood!
Ik kan haar helemaal begrijpen, ik voel wat ze voelt, het is een van de redenen waarom ik mij al geruime tijd niet meer thuis kan voelen bij de zogeheten linkerzijde. Ik heb ethische bezwaren.
Niet alleen omdat het een gemeentebestuur niet toekomt te neuzen in belastingbrieven van de bewoners. Niet alleen omdat wie van de zomer bij de Zottegemse groendienst werkt een onzichtbaar uniform krijgt met daarop de A van Arm en Afhankelijk. Wat mij het meeste stoort is het onderliggende maatschappijbeeld. Dat heeft een te hoog Charles Woeste-gehalte. De 19de-eeuwse katholieke politicus uit Aalst (tegenstander van Daens) deelde drank en saucissen uit aan wie hem gepaste eerbied kwam betonen. En net als in de film krijgt ook wie nog niet mag gaan stemmen al een saucisson...
Het komt overeen met wat deNederlands-Britse professor mensenrechten en journalistiek Ian Buruma heeft opgemerkt over Wallonië: er is een merkwaardige gelijkenis tussen de PS en de 19de-eeuwse fabrieksbazen. Beiden voel(d)en zich het best met mensen in een afhankelijkheidspositie. Ze houden de mensen rustig door ze net genoeg te geven. Het is de stagnatie in het kwadraat. Het is de dubbele negatie van dynamiek en zelfbeschikking.
In De Standaard vraagt iemand zich af of we dan alle goede bedoelingen moeten kelderen? De weg naar de hel is -zoals geweten- geplaveid met goede bedoelingen. Zeker het soort goede bedoelingen waar opzichtig mee wordt uitgepakt.
Het komt ook overeen met wat ik een paar jaar terug over burgemeester De Loor in Het Nieuwsblad heb gelezen. De krant had een rapport geschreven over lokale besturen. De Loor kwam daar niet goed uit, en reageerde zoals het een despoot past: was hij dan niet dag en nacht in de weer voor de mensen!? Hoe durfden ze hem een slecht rapport geven?! Een reactie zoals die van de oude BRT op zwaar tegenvallende kijkcijfers: Wat hebben wij u misdaan?
Al moet ik toevoegen: Herman De Loor heeft ook een groot voordeel: hij laat open en bloot in zijn kaarten kijken. Al kan dat ook van doen hebben met enige verblinding of zelfs denkvernauwing. Een gevolg van te lang aan de macht zijn.
Dat soort volk vestigt overigens ook altijd een dynastie. Het eerste doel van elke dynastie is zichzelf te bestendigen. Hier past dat perfect in het plaatje: de gunsten uitdelende koning van Zottegem behoeft een Kroonprins, Kurt De Loor. Die is nu al OCMW-voorzitter en Vlaams volksvertegenwoordiger. Het is, jawel, de man die Vic Van Aelst vergeleken heeft met Ratko Mladic. Een oefening in genuanceerd denken om U tegen te zeggen.
Hoewel… Misschien hebben we die bij de N-VA wat te makkelijk weggelachen. Als ik lees dat de Opvolger (‘Zijn hobby? Zottegem!’) én bij Fortis manager is geweest, én tegelijk rechtgeaard fan is van Fidel Castro, dan moet ik het toegeven: deze man kent iets van foute vrienden.
En die mevrouw uit Zottegem? Zonder dat ze dat weet heeft ze me Dalrymple-in-de-praktijk onderwezen. Dank daarvoor.
recentere berichten - 2 / 12 - oudere berichten