Wijsheid op straat
25 april 2010
Geschreven als wisselcolumn voor Dag Allemaal.
Als je een bekend gezicht bent dat mensen verbinden met politiek, dan word je bij crisis in de Wetstraat al eens meer aangesproken dan anders. En voor alle duidelijkheid: daar is ook geen enkel probleem mee. Mensen mogen zelfs storen; dat hoort bij mijn beroep.
Soms leiden die gesprekken trouwens tot interessante inzichten. Wat mij doet denken aan de wijze woorden van mijn grootvader die zei dat ik altijd naar iedereen moest luisteren, want, zei hij, zelfs van de domste is er toch iets te leren, en hoogst waarschijnlijk ga je die heel domme mens nooit tegenkomen. Hij had gelijk.
Interessant vond ik de jonge vrouw die mij vroeg of de politici op momenten dat ze niet onderhandelen, niet in de regering, in het parlement of in hun partij bezig zijn, of niet op televisie zitten, wat voor leven ze dan leiden. Toen ik haar zei dat wat ze beschreef gewoon hun werk is, zoals zoveel andere mensen ook werken, zei ze dat ze dat niet geloofde. Ze zei dat ze zich niet kon voorstellen dat die mannen (het viel op; ze sprak uitsluitend over mannen) konden thuiskomen en dat ze dan gewoon deden zoals alle andere mensen. Ik denk, zei ze, dat ze ook thuis politieker blijven, nooit praten met hun vrouw, maar ook daar onderhandelen. En zelfs daar als het moet, de vrede kopen. Ik weet zeker, zei ze, dat ze ook nooit vrijen. Op dat laatste punt heb ik niets meer geantwoord. Omdat ik het ook niet weet, en het bovendien liefst zo wil houden.
Maar het leert me wel dat gewone mensen – en zoals iedereen weet bestaan er geen andere mensen – politici beschouwen als een soort aliens, wezens van een andere planeet. En dat zou eigenlijk niet mogen. Want de meeste van die politici worden betaald als volks-vertegenwoordigers, maar het volk blijkt dus zijn vertegenwoordigers niet te kunnen volgen.
Versta dat laatste zeker niet als niet begrijpen waarover het gaat; mensen begrijpen maar al te goed wat er aan de hand is. En als ze dat al niet onder woorden kunnen brengen, dan voelen ze wel waar het écht om draait. Maar waar ze met verstomming staan naar te kijken is het bochtenwerk, de kromme redeneringen ook. En dat heeft dus voor gevolg dat sommigen zich afvragen of de politiek een zaak des mensen is.
À propos. Het omgekeerde zie je ook: politici met maar een beetje rechtlijnigheid en een beetje heldere taal, een beetje geheugen ook, worden zeer geapprecieerd. Maar dat is dus ook de verdienste van de vele minder rechtlijnigen.
Op straat heb ik trouwens ook nog iets anders geleerd. Zware woorden maken geen indruk. Ons imago in het buitenland, hel en verdoemenis als…, chaos en ellende als… Mensen lachen daar zelfs mee. Wie gelooft die mensen nog, wordt gezegd. En dat is erg.
Want ooit zal er eens een écht probleem zijn. Maar niemand zal dat op dat moment nog geloven.
Terwijl ik dit zit te schrijven heb ik weer iets geleerd. Dank zij Dag Allemaal dus. De kloof met de burger, zoals dat twintig jaar terug werd genoemd, die kloof is terug. Vrees ik.
Siegfried Bracke
Roken met stijl
19 april 2010
Geschreven als wisselcolumn voor Dag Allemaal.
Ik ben met roken pas goed begonnen op de universiteit. Om een heel domme reden, al zijn er in deze natuurlijk geen slimme redenen. Maar omdat er toen (begin jaren 70) in het pauzelokaal zoveel rook hing, kreeg je tranende ogen. En jawel, als je zelf rookte, had je daar geen last van. Hoe dom kan je zijn…
Maar rond mijn dertigste ben ik ermee gestopt: ik wou kinderen, en wou niet dat die opgroeiden in de rook. Het kostte mij al met al weinig moeite; ik was kennelijk extreem gemotiveerd. Het was toen dat ik merkte dat de wereld veranderd was. Want de vaders uit mijn tijd, die vonden het geen punt om zelfs in de auto te roken, met de kinderen erbij.
Zoals er ook werd gerookt in ongeveer alle televisiedebatten.
Tussen mijn 45ste en mijn 50ste (ik onthou geen jaartallen) ben ik om godweet welke reden herbegonnen. En daar had ik meteen dik spijt van. Want stoppen bleek niet meer zo makkelijk. Bovendien was er rond die tijd op de vrt een eerste rookverbod: je mocht niet meer roken op kantoor, maar wel op de gang. Ik heb daar heel aangename gesprekken gevoerd met mede-rokers, maar ik heb er ook behoorlijk wat tijd verspeeld…
Bovendien was roken toen in mijn eigen huiskamer óók verboden. Vanwege sociale druk, zoals dat heet. Ik herinner me de beschuldigende blikken van mijn kinderen als ik buiten had staan roken. Ze hadden gelijk.
Kort na mijn 50ste ben ik weer gestopt, (en vooralsnog definitief); op karakter, omdat ik er echt van af wou, en omdat ik wist dat mijn geliefde dat zeer zou appreciëren. Wat me toen opviel was hoe bevrijdend dat was: ik moest nooit meer ’s avonds laat rondrijden op zoek naar een (meestal niet echt aantrekkelijke) nachtwinkel, op zoek naar sigaretten. Nooit gebeurde het nog dat ik in vergaderingen het cruciale moment van de beslissing miste, omdat ik net nog een trekje moest doen. Ik ben dus intussen een (verdraagzame) niet-roker.
Maar ik vind wel dat we er met zijn allen zijn op vooruitgegaan. Ik kan me niet meer voorstellen dat eten-met-rook tot voor kort de regel was. En ik begrijp absoluut niets van de labekakkerige houding van veel politici als het gaat over een rookverbod in cafés. Als zelfs in Turkije of Italië de overheid het heeft aangedurfd om in de hele horeca roken te verbieden, dan moet dat hier beslist ook kunnen. Alle maars en enerzijds-en-anderzijds zijn onnozel.
Ik heb ooit eens op de trein gezeten met een politicus die heel bewust het rookverbod overtrad; uit protest, zei hij, ‘omdat ze de kleine man nu ook nog zijn sigaretje afpakken’. Ik ben onder het uitspreken van het woord dommekloot ergens anders gaan zitten.
Maar ik weet niet of ik mijn vooruitgangsgeloof zal kunnen volhouden. 62 % van de Belgen vindt roken eerder een kwestie van levensstijl dan van gezondheid, blijkt uit recent onderzoek. En vorig jaar is het aantal rokers weer gestegen, en niet eens een klein beetje. In 2007 rookten 27 % van de mensen; in 2009 was dat 32 %.
En weet u wat? Eén van de kinderen die mij ooit schuldgevoelens bezorgde met Papa, je hebt weer gerookt!, die rookt zelf. Niet elke dag. Alleen bij feestjes. Kwestie van stijl zeker?
Verspilling
19 april 2010
Er is een kliklijn over verspilling. Eigenlijk is het een site. Al wie weet heeft van middelen of mensen die door de overheid niet efficiënt worden ingezet, kan daar terecht. Het is een initiatief van Guido De Padt, de ex-minister van Binnenlandse Zaken die nu regeringscommissaris is voor, wat genoemd wordt, ‘een efficiënte overheid’.
En De Padt ziet dat breed: het kan gaan of om ambtenaren die niet werken (in sommige gevallen omdat ze doodgewoon ook geen werk hébben), of om een gebouw dat niet wordt gebruikt, of overheidsdiensten die niet op tijd betalen en dus verwijlinteresten moeten betalen, of zelfs ambtenaren die hun werk perfect thuis kunnen doen, maar toch naar kantoor moeten komen. Kortom, elk gebrek aan zuinig en goed bestuur, waar dan ook, door wie dan ook, het kan gesignaleerd worden aan De Padt, die dat dan zal aankaarten bij de bevoegde diensten.
De Padt zal trouwens zelf ook op zoek gaan. Zijn mensen gaan bij die overheidsdiensten mystery shoppen, zoals Testaankoop. Anoniem, zogezegd als gewone burgers. Onnodig te zeggen dat nog voor De Padt goed en wel begonnen is, er nu al protest is van de diensten zelf, en uiteraard van de overheidsvakbonden. Als die ook maar de kans zien om corporatistische belangen te laten voorgaan op het algemeen belang, dan laten ze dat zelden liggen.
Ik beken: ik heb een boon voor De Padt. Hij was een goede burgemeester, een uitstekend parlementslid, een prima minister van Binnenlandse Zaken, maar helaas zit hij bij de VLD, en woont hij allicht te dicht bij de families De Croo, De Gucht, Verhofstadt en De Clercq. De dappere man uit Geraardsbergen is bijgevolg op een zijspoor gezet. Toch laat hij de moed niet zakken. Getuige zijn anti-verspillingsinitiatief.
Ik hoop alleen dat hij weet waaraan hij begint. België is (qua kostprijs van de overheid) het duurste land van Europa. En wie de ogen en oren openhoudt, en een beetje geheugen heeft, kan daar ook niet over kijken. Hou u nu even vast. Ik citeer maar uit het hoofd…
- In het Belgisch leger is er 1 officier voor 3 soldaten; dat is stukken erger dan de vrt.
- Brussel telt 958 politieke mandatarissen voor 1 miljoen inwoners.
- De federale overheid weet niet eens hoeveel ambtenaren ze eigenlijk heeft; het blijkt uit het zogeheten Blunderboek van het Rekenhof.
- 20 jaar terug waren er bij de belasting 20.000 ambtenaren, nu 30.000. En je kan bezwaarlijk zeggen dat de werking intussen veel verbeterd is.
- We blijken ook veel meer politie-agenten te hebben dan de meeste andere Europese landen. En we hebben te weinig ‘blauw op straat’…
- Brussel is – wat ze daar ook mogen zeggen – gigantisch overgefinancierd. Wie mij niet gelooft, vraag het eens aan Louis Tobback. Hij heeft mooie cijfers.
- We zijn koplopers in het niet toepassen van Europese wetgeving. We zijn daarvoor al bijna 90 keer veroordeeld. Alleen Griekenland, Spanje en Italië doen het op dat punt nóg slechter.
- Geen enkel Europees land produceert minder windenergie dan België, en ook dat is in feite verspilling, want, het is bekend, de wind is gratis.
Om dus maar te zeggen dat De Padt nog veel werk heeft. Als hij niet oplet, komt hij tot de conclusie dat de toestand zo hopeloos is dat er geen beginnen aan is. Wordt De Padt nog een van de doodgravers van België. Si on le laisse faire natuurlijk.
Ik ben het overigens niet eens met NVA’er Ben Weyts. Die heeft aan De Padt al meteen een eerste besparingsvoorstel gedaan: de afschaffing van de regeringscommissaris voor de efficiëntie van de overheid. Dat is flauw. Geef De Padt een kans; laisse le faire. Zoals hierboven beschreven; het kan de NVA zelfs nog goed uitkomen.
Ik heb alvast vertrouwen. Maar omdat controle altijd beter is dan vertrouwen, stel ik voor dat volgend jaar om deze tijd De Padt door een echt onafhankelijke instantie laat berekenen wat zijn commissariaat all in heeft gekost, en wat het intussen heeft opgeleverd. Leve De Padt!
Siegfried Bracke
Verjaardag
11 april 2010
Geschreven als wisselcolumn voor Dag Allemaal.
Hij is dus 50, onze kroonprins. 50, dat is de leeftijd waarop mensen al eens achterop kijken. Naar hoe snel het leven gaat, naar wat ze ervan gebakken hebben, naar wat er nog te doen staat. Bij hem is dat anders. Hij moet er nog aan beginnen. Al meer dan dertig jaar is hij zich aan het voorbereiden. Dat is zijn werk. Ik kan me echt niet voorstellen hoe je, met zo’n enorm gebrek aan productiviteit fulltime bezig kan zijn, maar dat ligt aan mij. Feit is: 30 jaar voorbereiding is lang genoeg om helemaal klaar te zijn voor het Grote Werk.
Toch is er twijfel, of hij het wel kan. Een beetje schrik ook. Voor een prins die een keer koning, denkt dat hij zijn gedacht moet zeggen, en dat anderen beter gehoorzamen. En vandaar het idee om, voor het te laat is, nog snel de monarchie te verbouwen naar Scandinavisch, protocolair model.
In al die stukken die bij die vijftigste verjaardag zijn verschenen - meestal gesprekken met mensen die de prins kennen - lees je hetzelfde. Samengevat: hij kan het wel, maar niet als er (met camera’s of journalisten) op zijn vingers wordt gekeken. Dat is zeer merkwaardig.
Om te beginnen geeft men daarmee toe dat het normaal is dat wij denken dat hij het niet kan. Want hoe kunnen wij hem anders kennen dan via bladen of tv? Hoe kennen wij per slot van rekening Yves Leterme, Karel De Gucht, Bart De Wever, Caroline Gennez of (zelfs) Siegfried Bracke?
Maar er is nog. Waar is men dan 30 jaar lang mee bezig geweest, vraagt een mens zich af. Heeft hij dan niet geleerd met media om te gaan? Dat is een essentieel deel van zijn job. En wat doe je trouwens met iemand die er na veel eerdere pogingen op het examen niets van bakt, maar waarvan men zegt dat hij het tóch heel goed kent, dat hij verstandig is, maar dat hij op het examen te zenuwachtig is? Tja…Ik mag hopen dat dat soort studenten nooit slaagt. Men heeft overigens al eens geprobeerd om andere medewerkers voor de prins te kiezen. Want die entourage, werd gezegd, dat kon beter. Daar valt intussen niet veel van te merken. Ze zijn er bij die 50ste verjaardag alvast niet in geslaagd een paar goede antwoorden te bedenken op voorspelbare vragen. Als Annelies Rutten vraagt welk cadeau hij in het hoofd heeft, komt hij niet verder dan ‘Ik weet het niet.’ Overigens in hetzelfde interview waarin hij ons laat weten dat hij zeer graag zwemt, maar in India in een hotel verblijft zonder zwembad. Maar dat hij dat niet erg vindt… Hoe wereldvreemd kan je zijn.
Willem-Alexander en Maxima geven ook soms interviews. Daar staan ook geen wereldschokkende dingen in, maar ze klinken wel normaal, af en toe zelfs leuk. Het zijn twee gewone jonge mensen met kinderen, die hun verhaal doen. Maar een verhaal, dat behoeft een taal. En dat is het nu net.
Ik ken flink wat mensen die perfect tweetalig zijn; vaak kinderen van ouders van verschillende nationaliteit. Zoals Filip. Toch zit het op dat punt bij onze vijftigjarige nog altijd niet snor. En een staatshoofd die de taal van de meerderheid van de bevolking niet echt spreekt, dat klopt niet, ik geloof die niet.
Siegfried Bracke
Over limieten
05 april 2010
Hoe blind kan je zijn? Het is de gedachte die mij overvalt als ik lees wat zelfs vrienden schrijven en zeggen over de heisa met Benno Barnard en de jongens van Sharia4Belgium. Natuurlijk! Als dit incident alleen stond, dan is het effectief nauwelijks het melden waard. Maar je moet klei in de ogen hebben om de context niet te zien, en om niet minstens een beetje ongerust te worden. En natuurlijk! De overgrote meerderheid van onze landgenoten-moslims hebben met die sharia-toestand niets van doen. Maar van de andere kant klopt het wel dat ze dat niet al te luid durven/willen zeggen. Zelfs als hen dat door een Selahatin Koçak bijvoorbeeld wordt gevraagd.
En dat verwondert mij ook niet, want als ik met moslims praat, dan valt me op hoe ze bijna allemaal aangestoken zijn door het idee dat ze vooral een goede moslim moeten zijn. Er is een competitie aan de gang in om ter strafst recht in de leer te zijn. En vandaar dat al die meisjes met relatief groot gemak tot de hoofddoek kunnen worden gebracht.
Aan de andere kant, onze kant, is er een soort Vichy-mentaliteit: zo erg is het allemaal niet, het zal wel meevallen. Of erger: feministen die vinden dat het boerka-verbod niet kan. Dat (zie Etienne Vermeersch vorige week in Bracke op Vrijdag) tientallen staten zeggen dat de sharia voorrang heeft op de mensenrechten, wordt voor het gemak over het hoofd gezien. Dat die staten (zie de allereerste aflevering van In Godsnaam) hier ook actief zijn, ach ja… Dat ook hier, zeggen topmensen van de politie, mensen aanslagen voorbereiden (die we gelukkig alsnog te snel af zijn geweest), ach ja…
Ik kan al dat minimalisme, al dat negationisme van geen kanten begrijpen. Of toch… Het is hetzelfde soort politieke correctheid die een Nederlandse wetenschapper heeft ondervonden. Op de site van de Nederlandse Wereldomroep is daar een merkwaardig stuk over te vinden. De man wou berekenen wat immigratie heeft gekost/opgebracht? Alleen al de vraag stellen leverde hem scheldpartijen op over fascisme, nazisme en extreem-rechtse sympathieën.
Tegelijk stelde hij vast dat alle economische data over migratie doelbewust niet werden verzameld. Men wilde extreem-rechts – de Centrumpartij van Janmaat – niet in de kaart spelen. En dus GEEN data, geen onderzoek, geen waarheid. Misschien kon daaruit wel blijken dat immigratie vanuit economisch standpunt bijzonder interessant en zelfs geraden was/is, maar uit vrees dat het omgekeerde zou kunnen blijken, wou men dat niet weten… Dat is heel erg.
Dat is even erg als de conclusie van Benno Barnard zelf. In De Gazet van Antwerpen zegt hij, zichzelf omschrijvend als oude linkse jongen: “Ik heb twintig jaar lang Filip Dewinter uitgemaakt voor fascist. Ik was fout. De fascisten zitten bij de moslims. Dewinter had dus altijd al gelijk.”
Barnard is kennelijk vergeten dat, net als voor de jongens van Sharia4Belgium, ook voor Dewinter de principes van het Eigen Volk Eerst voorgaan op de mensenrechten. Hij zei het ooit letterlijk in De Zevende Dag.
Op dat moment heeft hij zich buiten de democratie geplaatst. En een democratie heeft limieten: onwrikbare principes, waarover zelfs geen discussie kan worden gevoerd. De scheiding van religie en de staat is er een van.
Siegfried Bracke