Siegfried Bracke

Het platonisch correctief

31 december 2009

Verschenen in De Standaard

 

Kan je politici vertrouwen als ze niet eens zichzelf vertrouwen? Het is wat ik mij afvraag als ik lees dat minister Bourgeois wil dat in de raad van bestuur van de vrt naast de ‘politiek aangewezen leden’ ook ‘onafhankelijken’ gaan zetelen. ‘Bestuurders met oog voor deugdelijk bestuur en voor het belang van de vennootschap,’ zoals de minister het zegt. Klinkt goed, en allicht daarom is de Vlaamse regering gevolgd, maar ik vrees dat dit een idee is 1) om een probleem op te lossen dat er niet is en 2) met perverse gevolgen die verder gaan dan de omroep, die hier overigens maar figureert als dankbaar voorbeeld voor de algemene stelling.

In de nieuwe raad van bestuur van de vrt zetelen dus voortaan 15 leden, waarvan 3 on-afhankelijken en 12… minder-onafhankelijken, zeg maar gewoon 12 af-hankelijken. We krijgen dus twee soorten leden: de enen ‘met oog voor deugdelijk bestuur en het belang van de vennootschap’, en de anderen met oog op… Ja, waarop eigenlijk? Onnodig overigens te zeggen wie in deze de besten zijn, maar het is erger dan dat: de goeden zijn in de minderheid, en nóg erger, de slechten moeten de goeden aanwijzen. Moet ik daar een tekening bijmaken?

Herinnert u zich dat hilarische debat tussen Rik Daems en Johan Vande Lanotte, jaren geleden in De Zevende Dag. Het thema ben ik kwijt, maar de twee verschillen grondig van mening, tot Vande Lanotte in het heetst van de strijd voorstelt de zaak te laten uitzoeken door twee onafhankelijke experts, ‘ene van u, en ene van ons’…

De tekening voor de omroep wordt dan als volgt: de Vlaamse meerderheidspartijen kiezen gewoon elk ‘hun’ onafhankelijke, en omdat die drie partijen ook een meerderheid hebben binnen de 12 ‘afhankelijke’ leden van de raad worden alleen HUN onafhankelijke bestuurders aangewezen. En dus niet de onafhankelijken van de oppositie.

Een karikatuur? Wedden dat op de een of andere blog uitgelegd wordt waarom net die drie werden uitverkoren, en geen anderen; en waarom waardevolle en écht onafhankelijke kandidaat-bestuurders geen kans kregen? De blog wordt daarna vermeld door de andere media, en in geen tijd zijn de on-afhankelijken gewone af-hankelijken, en passen ze perfect in de geest van de grijnsjournalistiek. Maar dit keer dus op een schoteltje aangeboden door de politiek, tegen de politiek.

Overigens, als die onafhankelijken dan toch zo interessant zijn voor een belangrijk ding als de omroep, dan stel ik voor dat ook te doen voor het land, de regio’s, de steden en gemeenten. Allemaal zwaar gepolitiseerd! En waarom voortaan ook geen onafhankelijke ministers? Mensen ‘met oog voor deugdelijk bestuur en het belang van…’ het land en de mensen? En doe dan maar hetzelfde in het parlement: is er iets tegen dat de regering mede gecontroleerd wordt door onafhankelijke parlementsleden in plaats van ‘getrouwen’ die toch maar stemmen zoals hen door ‘hogerhand’ wordt gezegd?

En we noemen dat dan het platonisch correctief; dat klinkt goed, en het is nog ongeveer juist ook. Plato vond het bestuur van de staat zo belangrijk dat het alleen kon worden toevertrouwd aan experts.

Of hoe een aantrekkelijk idee de grondslag van het democratisch systeem onderuithaalt. En hoe dat de geloofwaardigheid van de politiek verder ondermijnt. Terwijl een probleem wordt opgelost dat er niet eens is.

Ik kan er niet over uitweiden, en ik vind het doodjammer dat te moeten zeggen, maar bij de vrt zijn ongeveer alle kwalen die er waren vóór Bert De Graeve terug. Piet Van Roe was met Nieuwjaar pijnlijk duidelijk. Maar op één punt gaat de gelijkenis met vroeger niet op. Mediaminister Eric Van Rompuy heeft in 1996 de politiek in de omroep buitengezet, en op dat punt is er in tussentijd niets veranderd. Zelfs Cas Goossens zei in Phara dat de politieke inmenging verdwenen is, en dat was vroeger wel totaal anders. De politieke bemoeienis was totaal. Tot in het onzinnige toe.

Vandaag valt de politisering van de omroep niet meer aan te tonen.

Tenzij men vindt dat verkozenen of hun vertegenwoordigers zich niet uit te spreken hebben over de omroep, zelfs als ze met eigen ogen zien dat het fout loopt. Tenzij men vindt dat openbaar betekent dat zoveel mogelijk (belasting)geld moet worden geleverd, en dat het dan stopt. 

Jozef Deleu heeft er in Terzake op gewezen dat de raad van bestuur in alle belangrijke kwesties unanieme standpunten heeft ingenomen. Dat wijst niet op politisering, want dat impliceert sowieso meningsverschil. Deleu zei ook dat de raad van bestuur vragen heeft gesteld en problemen heeft gesignaleerd, maar dat daarop onvoldoende is geantwoord. De verhalen over de zogeheten ingreep van Guy Peeters en Annelies Van Cauwelaert klinken lekker, maar wat de voorzitter en ondervoorzitter van de raad van bestuur hebben gedaan heeft meer van doen met ‘deugdelijk bestuur’ (dat er dus niet was, zie ook Van Roe), dan met politiek.

Simpel gezegd: Peeters en Van Cauwelaert hebben een halt toegeroepen aan toestanden waarvan ze dachten dat die verkeerd gingen aflopen, en de Vlaamse regering is gevolgd. Mutatis mutandis kan je zeggen dat de leden van de raden van bestuur van de banken dat beter ook hadden gedaan toen ze totaal waanzinnige financiële producten zagen passeren; veel ellende was ons bespaard.

Terzijde. Als er iets ten kwade moet worden gezegd over deze raad van bestuur dan is het dat hij ook wel eens té geduldig en lankmoedig is geweest. Denk aan de onverkwikkelijke show met Tony Mary. Al wist die heel goed waarmee hij zijn raad kon afdreigen: door ‘politisering!’ te roepen. Vreemd hoe zelfs iemand die omschreven wordt als ‘politiek beest’ dan terugdeinst. Zover is het dus gekomen…

Waarmee maar gezegd wil zijn dat de aparte aanwijzing van onafhankelijke bestuurders niet veel meer is dan een schijnmanoeuvre. Onafhankelijkheid zit in het hoofd, in denken en doen, niet in statuten of profielbeschrijvingen. Onafhankelijke bestuurders van de omroep? Ze zijn/waren er al. Goed bestuur, ook democratisch gelegitimeerd: het kan, het moet blijven kunnen.

Siegfried Bracke

Journalist     

In memoriam Tuur Van Wallendael – 2

07 december 2009

Woorden uitgesproken op de afscheidsplechtigheid in de Antwerpse zaal Roma, op 5 december 2009

Vrienden van Tuur Van Wallendael,

Ik sta hier in bevolen dienst. De dienst namelijk van mijn en uw kameraad Van Wallendael, die mij van de zomer, en ook nog eens vlak voor zijn afscheid heeft gevraagd hier te spreken. Hij zei dat ik moest spreken, en dat ik ook iets mocht zeggen, én hij heeft zelfs voor mijn speech de teneur aangegeven.

Natuurlijk, zei hij, dat zal geen feest zijn, maar, zei hij, je mag één ding zeker niet vergeten: mijn leven, dat was beslist NIET één en al treurnis.

Anders gezegd, als ik hierna iets zeg dat ook maar een beetje grappig is, dan verzoek ik u uit naam van Tuur Van Wallendael te lachen. Of om hem te citeren: ‘Ne revue moetter nie van moake, mor liefst wel iets giestigs’

Tuur Van Wallendael zelf is trouwens de geestigste mens die ik in mijn leven ben tegengekomen. Geestig in zeer vele betekenissen en lagen.

Anders gezegd: Tuur Van Wallendael is meester in alle genres tegelijk: in tsotte, in tvroede en in tamoureuse, maar meestal de drie tegelijk.

Ik leg u dat uit in één anecdote. Tuur heeft mij – het is echt waar – Tuur heeft mij ooit onderhouden over de godsbewijzen van Thomas van Aquino. Maar op het moment dat hij daarmee bezig was liep er door de gang een juffrouw die best gezien mocht worden. Ík zag dat, Tuur natuurlijk ook, de uiteenzetting over de godsbewijzen viel stil, maar toen de juffrouw voorbij was, was de glasheldere conclusie van Tuur: nóg een godsbewijs!

Dat was overigens niet de enige keer dat Tuur over God heeft gesproken. Ik herinner mij een moment op de redactie dat we aan het kijken waren naar de finale van Wimbledon. Wedstrijd die werd gewonnen door een Amerikaan van Aziatische origine die in het interview na de wedstrijd uitgebreid God bedankte voor de overwinning. Waarop Tuur in een vlaag van kinderlijke verwondering zei dat hij zich wél kon voorstellen dat iemand in God geloofde, maar niét dat je kon geloven dat God ook de finale van Wimbledon regelde.

Verwondering en verbeelding, dat is Tuur Van Wallendael.

Net zoals hij mij meerdere keren heeft uitgelegd dat áls het hiernamaals bestond, dat ook daar van alles verboden zou zijn.

Ik heb eerder al gezegd hoeveel ik van Tuur heb geleerd zonder dat hij mij ooit les heeft gegeven. Hoe hij in mijn ogen de meester van de samenvatting is, hoe hij mij als Gentenaar ook de liefde voor het goed gesproken Antwerps heeft bijgebracht. Maar ik heb toen een fout gemaakt die ik vandaag moet rechtzetten. Ik heb toen gezegd dat Tuurs kennis van het Gents beperkt was tot zijn eeuwige ‘Moatsej !’ als begroeting.

Tuur heeft er mij nadien op gewezen dat hij met name bij ’t Zal wel Gaen fatsoenlijk Gents had geleerd. En hij heeft dat stante pede bewezen als volgt: ‘In ‘Cadiz, in ‘Cadiz, doar en de vrawe leute. Ze schuren ulderen trap, mee t sap van ulder… Nie geluuve, nie geluuve!’

Ik heb Tuur dat vele keren horen reciteren, en telkens werd hij daar zeer vrolijk van. In die zin breng ik ook hulde aan de meest dubbele mens die ik in mijn leven ben tegengekomen.

Dubbel omwille van de platste grollen en grappen, dat is Tuur Van Wallendael. Maar tegelijk waren de meest excellente uitingen van de menselijke geest óók zijn ding. Ik ben in mijn leven soms mensen tegengekomen die spraken over The New York  Review of Books. Ik ben er maar één tegengekomen die dat ook las: Tuur Van Wallendael.

Dezelfde man die van de ene kant de samenleving omschreef als een verzameling ‘ienvoudige vetzakke gelak as waa’. Van de andere kant met vrolijke gedrevenheid kon vertellen over dat ene soort geel op een schilderij van Vermeer.

Dezelfde man met wie ik naar een veel te moeilijke en veel te lange twintigste eeuwse opera mocht luisteren, maar die een kenner heel hard deed schrikken door te zeggen ‘Joa, ne meezinger was het nie !’

Dezelfde man met wie ik uitgebreid over en weer heb gemaild over één zinnetje in een gedicht van Wallace Stevens, waar een klad vogels in de lucht wordt beschreven. Bij Stevens zijn dat duiven, en dat vond Tuur een zeer ongepaste keuze. Naar zijn inschatting moesten dat andere vogels zijn… Krachtiger, groter ook.

Merkwaardig was dat toen ik terugmailde en zei dat er nu eenmaal stond wat er stond, dat hij blééf doorzeuren over die duiven.

Ik heb achteraf maar begrepen waarom: dat ene zinnetje waar die duiven inkomen, heeft hij mij nog later verteld, daar zat ook zijn levensdevies in. Daar staat: ‘downwards to darkness, on extended wings.’

Ook dát is Tuur. Downwards to darkness, naar beneden, naar het donker – het is de gang van alle leven – MAAR on extended wings.  Met uitgestrekte vleugels, want dat vliegt langer; je kan, als de luchtstroming goed zit, kan je er zelfs mee omhoog! Ook al weet je dat je finaal neerkomt in de darkness.

Dat doet me denken aan een voorval van de laatste maanden. Het was na de interviews van Tuur over zijn einde. Op straat kwamen we iemand tegen die hem herkende, en zei dat hij dat interview had gelezen. Als ik u een raad mag geven, zei de man, profiteer van elk moment dat u nog gegeven wordt. Tuur dankte de man, maar toen hij weg was, zei hij: ‘Die menier ies vriendelijk, maar elaas, zu leefek al 70 joar!

En nog iets. Ik wil niet melig doen maar ik vertel u graag dat ik van Tuur ook heb geleerd wat trouw zijn betekent. Ik herinner mij namelijk een congres van de SP in volle Agustacrisis. Een aantal mensen waren opgepakt, en zaten in Lantin. Lastig congres uiteraard, waarbij menig spreker de indruk gaf dat hij over Agusta het eerste woord nog moest vernemen…

Tot Tuur Van Wallendael aan het woord kwam. Het eerste wat die zei was dat hij had vernomen dat een paar vrienden van hem achter de tralies zaten. En, zei Tuur, wat ik niet ga doen, is nu doen alsof ik die nooit gekend heb. En als ze worden losgelaten, zei Tuur, zullen zij nog altijd mijn vrienden blijven, zélfs als zou blijken dat ze domme of zelfs foute dingen hebben gedaan… Ook dat is, ten voeten uit zelfs, Tuur Van Wallendael.

De man die mij bij het afscheid zei dat hij het toch goed vond dat wij elkaar hebben gekend.

God weet hoe waar en juist ik dat vind. Ik zal dat blijven weten, nu ook on extended wings.

Zoeken

In de kijker

Goed gedaan!

Links

Archief