Siegfried Bracke

Reasons to be fearful – part two

14 september 2009

‘Ik daag elke Justitieminister uit om één voorbeeld te geven van waar het hem gelukt is om zijn beleidskeuze door te drukken’. Dat stond vorige week in Humo, en laat dat nu net zijn wat ik nog wou schrijven. Het zijn woorden uit de mond van Marc Verwilghen, minister van Justitie tussen 99 en 2003. Geeft ruiterlijk toe dat hij er niet veel van gebakken heeft, maar vindt troost in het feit dat hij niet de enige mislukkeling is.

Alweer een hallucinant interview, alweer om triest en bang van te worden. Want geef toe: de verhalen over mevrouw De Tandt en haar schuldeiser Vergaelen, als dat allemaal klopt, is dat afschuwelijk. Want dat komt er eigenlijk op neer dat De Tandt haar schulden afbetaalde via (voor Vergaelen gunstige) vonnissen. Dat is niets meer of minder dan georganiseerde criminaliteit, met als voornaamste wapens bef en toga. En naarmate de tijd verdergaat worden de verhalen niet fraaier: die meneer Vergaelen had in ‘het systeem’ nog meer handlangers…

De Grote Hervorming

Om maar te zeggen dat er goede redenen zijn om een en ander ten gronde aan te pakken. Ik krijg het overigens zeer op mijn heupen als ik telkens moet horen dat er ook veel goede en eerlijke magistraten zijn. Het zou er nog aan mankeren, zeggen ze in Gent. Op zich is die altijd maar weerkerende opmerking irrelevant. 99 % van de mensen die met een vliegtuig reizen zijn ook ok; maar dat is geen legitieme reden om de veiligheidscontroles op te heffen.

Een Grote Hervorming is dus geraden, maar helaas vrees ik dat daar weinig van in huis zal komen. Omdat dat al vaak is aangekondigd, maar (cfr Verwilghen) nooit is gelukt. Herinner u Jean-Luc Dehaene die zei dat justitie de sprong moest maken van de 19de naar de 21ste eeuw. Ook minister Geert Bourgeois zegt recent in een kranteninterview dat hij ook dit keer van die hervorming weinig verwacht. En advocaat Marc Uyttendaele ook.

Misschien, heb ik al gedacht, komt dat omdat zo goed als alle ministers van Justitie juristen zijn, en meestal ook (ex-)advocaten. Mensen met een opleiding die ervoor zorgt dat ze begrip tonen voor dingen die andere, zeg maar gewone mensen, niet verstaan. Misschien, heb ik al gedacht, kunnen de problemen van Justitie maar worden opgelost door een politicus die geen jurist is. Kwestie van échte argumenten beter van valse te kunnen onderscheiden.

Nog iets. Ook de Commissies Justitie van Kamer en Senaat zijn voor het overgrote deel bemand met juristen en (praktiserende) advocaten. Dat is op zich heel vreemd. Want een deel van het justitieel apparaat wordt daar verondersteld zichzelf te hervormen. Dat is een vorm van tegelijk rechter en partij zijn. Wat zou u ervan vinden als bvb de Commissie Media van het Vlaams Parlement hoofdzakelijk bemand zou worden door mensen die ook nog eens hun brood verdienen in de media? Of de Commissie Openbare Werken door aannemers?    

Die vermenging is de vergaderingen van de parlementaire Commissies Justitie ook aan te zien. Ellenlange uiteenzettingen over allerlei principes die er steevast op neerkwamen dat het probleem zelf bleef hangen. De rechtsstaat werd daar talloze keren ge/misbruikt als  argument voor het status quo.

Dat doet me denken aan de beginperiode van Louis Tobback als Minister van Binnenlandse Zaken. Ook dat departement was toen min of meer ingedommeld, ondergedompeld ook in zelfgenoegzaamheid. Toen Tobback aan dat ministerie vroeg wat de openingsuren waren, kreeg hij een zogenaamd met redenen omkleed antwoord, wat erop neerkwam dat hij daar geen zaken mee had. Tobback zei toen in de plenaire vergadering van de Kamer dat hij zonder openingsuren niet van plan was de weddes te laten uitbetalen. De openingsuren lagen nog geen 24 uur later op de tafel van de minister… Redenen kunnen kennelijk ook snel en eenvoudig ont-kleed.

Ik wens deze en/of volgende ministers van Justitie minstens evenveel moed en doortastendheid toe als toen Tobback heeft getoond. Maar ik blijf erbij: there are many reasons to be fearful.

Belgium ? Call it a day

09 september 2009

Het is misschien een bewijs van mijn beperkte verstandelijke vermogens, maar er zijn niet zoveel dingen waar ik fundamenteel anders over denk dan pakweg vijf jaar terug. Er zijn er wel waar ik al vijf jaar of langer over twijfel (stemplicht of stemrecht; ik raak daar maar niet uit) maar echt ten gronde van mening veranderen, dat doe je echt niet zo vaak.

Ik herinner me nog goed dat toen een jaar of zeven geleden Karel De Gucht over de ‘verdamping’ van de Belgische staat sprak, ik mij daar niets kon bij voorstellen. En dat ook niet geloofde. Om heel eerlijk te zijn: ik vond dat een wat onnozele gedachte van een partijvoorzitter die ook wat ‘Vlaamse stemmen’ probeerde te halen.

Er moet sindsdien kennelijk veel gebeurd zijn. Ook in mijn hoofd.

Hoewel mijn voornaam anders laat vermoeden, ben ik nooit een flamingant geweest. Ik ken wel heel goed die traditie. Ik kan het Gebed voor het Vaderland zingen. Of – jawel – Torens van Dietsland declameren. Maar de ‘emotionele kant’ van het Vlaming zijn, waarover Bart De Wever in De Keien van de Wetstraat zo boeiend getuigde, dat heb ik niet.

Maar ik heb wel talloze gesprekken gevoerd met politici die me zeiden hoe moeilijk het was (geworden) om samen met de Franstalige Belgen het land te besturen. En dat waren, voor alle duidelijkheid, geen Blokkers of  Volksunie’ers of NVA’ers. Ik heb gemerkt hoe zij daardoor evolueerden naar feitelijk separatisme. Voor het gemak van werken, zonder gedruis of vlaggengezwaai.

Ik heb gemerkt hoe de contacten tussen vrt en rtbf met de jaren schraler zijn geworden. Niet omdat we elkaar niet konden luchten, wel omdat we totaal andere concepten hebben over nieuws en over programma’s. Terwijl we nota bene op het persoonlijke vlak nooit beter konden opschieten. Toen ik begon als journalist zaten er op de rtbf-redactie mensen die zelfs geen ja of neen verstonden. Nu is het aantal goed Nederlands sprekende collega’s niet te tellen.

Ik heb gemerkt hoe bij ons bijvoorbeeld flitspalen aanvaard werden als middel om de verkeersveiligheid te bevorderen. Ik zag ook hoe alle Franstalige partijen, over de ideologische grenzen heen, die palen op vlak van privacy beslist niet evident vonden.

Ik schrok me dood toen prof. Dr. Johan Vande Lanotte uitgerekend op de België-dag op de Boekenbeurs van een paar jaar terug een verrassend eenvoudig scenario zag voor het einde van ons vaderland: het Vlaams Parlement laat aan het Waals Parlement en aan de Franse Gemeenschapsraad weten dat we ermee stoppen. Het scenario van die omstreden rtbf-uitzending is dat. Tja…

En dus is het al bij al niet zo verwonderlijk dat een mens ‘van gedacht verandert’. Scheiden? Verdampen? Oplossen? Glorieus zal het niet zijn, maar gaan we echt lijden? Vroeger dacht ik van wel; nu weet ik dat lang niet meer zeker.

Als ik dan dat artikel in The Economist lees, schrik ik ook niet. To call it a day betekent het bijltje erbij neerlegen, het voor gezien houden. Ik vrees dat het in heel veel hoofden al zover is. Net omdat Franstalige politici dat ook voelen, lopen de regeringsonderhandelingen zo moeilijk. Armand De Decker heeft heel terecht op de rtbf gesproken over een verborgen agenda. Ik vrees dat ze bestaat, en dat ze zelfs niet eens zo verborgen is.

Eén ding houdt de scheiding of splitsing tegen: het Vlaams Belang. Als die partij ermee te maken krijgt – en Vlaamse onafhankelijkheid behoort tot de corebusiness van die partij – dan mag je het vergeten. Niemand wil van deze boeren eieren. Het Vlaams Belang is de levensverzekering voor België. C’est bizarre, mais c’est comme ça. 

De Mediaminister is een lapzwans

07 september 2009

Gepubliceerd in De Morgen van 08 september 2009

 

Ik heb hem zien komen, de Mediaminister. De anonieme blogger waarvan ik in de krant van vrijdag heb mogen lezen dat hij ‘de sector op zijn kop zet’ met spectaculaire verhalen over mislukte en gelukte putschen, over nakende ontslagen en faillissementen.

Ik vrees dat dat meer zegt over de sector dan over de blogger. De sector heeft namelijk de gewoonte zichzelf op zijn kop te (laten) zetten door geruchten en roddels ernstig te nemen. De klassieke double-check wordt dan eventjes vergeten; een lekker verhaal laat je niet verknallen door de feiten.

In die zin heb ik de Mediaminister zien komen: teveel mensen ‘uit de sector’ wezen mij op het bestaan van, en voegden daaraan toe dat de man wel goed geïnformeerd is. Dat laatste hadden ze dan gelezen op de blog zelf: de Mediaminister heeft “veel contacten, veel inkijk in verborgen en andere agenda’s”. Meer moet dat echt niet zijn. En hij gooit daar ook nog een sausje over want hij is “manisch verontwaardigd, over alles wat voorspelbaar fout gaat”. Met deze ingrediënten is ‘de sector’ niet meer te houden: zo ook Brecht Decaestecker in De Morgen (nochtans een ernstige collega’s, en het zou mijnerzijds misplaatst zijn als ik er ‘jonge’ zou aan toevoegen).

Toegegeven: de Mediaminister weet hoe hij bij ‘de sector’ iets verkocht krijgt. Hij kent de gevoeligheden, de welig tierende jaloezernij en biskandasie, zoals ze dat zo mooi in Leuven zeggen. Bovendien doet hij wat kenmerkend is voor zovele andere bloggers: het complot is daar zo goed als altijd de motor van de geschiedenis. Altijd is er wel iemand die vindt dat de traditionele media het échte nieuws achterhouden, omdat ‘wij’ dat niet mogen weten.

Niet dat in de media alles koek en ei is; ik erger me vrijwel dagelijks, ook in eigen huis, en soms kruip ik, zoals nu, zelfs in de pen. Maar die ergernis heeft in de regel meer te maken met slordigheid, luiheid, naïviteit of onnozelheid in een van de vele betekenissen. Met het Groot Complot heeft dat weinig van doen. Jean-Luc Dehaene heeft dat al vaker gezegd over de politiek, maar voor de media geldt hetzelfde: het Groot Complot veronderstelt én intelligentie, én organisatie, én discretie, én efficiëntie. Dat zijn veel voorwaarden tegelijk…

De Mediaminister kent bovendien nog een andere regel die een beetje waarzegger ook kent: doe genoeg voorspellingen, dan is er wel iets dat uitkomt. En voor wat er niet blijkt te kloppen, is er nog altijd… het Groot Complot, en leg je uit wie wat heeft gedaan om wat nochtans was afgesproken en gepland, niet te laten doorgaan. Dat heeft als bijkomend voordeel dat je dan ook nog eens kan schrijven dat “ze” jouw blog hebben gelezen, en vandaar…

Anders is het als je gaat uitleggen wat al voorbij is. Ik heb het genoegen gehad in een van de stukken van de Mediaminister als één van de hoofdpersonages te mogen figureren; het ging over de herschikking van de hoofdredactie van de VRT. De Mediaminister spreekt daar in eerste instantie een andere lapzwans tegen, om vervolgens de ware toedracht te geven. Met de hand op het hart: dit klopt van geen kanten. Zelfs de pure en dus na te trekken feiten – Liesbet Vrieleman heeft nooit bij de radio gewerkt - zijn verkeerd, laat staan de interpretatie ervan. De Mediaminister mag dan al makkelijk zicht hebben op al wat verborgen is, wat bekend is valt hem kennelijk stukken lastiger. Zo weet de Mediaminister niet dat Kris Hoflack heet, met één f, en niet met twee. En zo staat dat vol…

De ware toedracht – voor zover interessant – over die herschikking is voor mijn memoires, maar één ding geef ik nu al; ‘de sector’ moet nog worden gevoed...

Vooreerst dit, en geheel terzijde. Ik ben gewoon dat bij alles wat ik doe of zeg naar de Loge wordt verwezen. Altijd, recent nog als reactie op een stuk dat ik geschreven heb op www.deredactie.be, roept er wel iemand ‘de Loge, de Loge !’. Ik kan daar tegen; eigen schuld, dikke bult, de Loge genereert dat zelf. En ik heb er desondanks geen spijt van dat ik dat vele jaren geleden zelf heb bekendgemaakt. Nog altijd vind ik dat het zo hoort. Maar dit dus terzijde.

De Mediaminister kan vanzelfsprekend op dat punt niet achterblijven. Maar helaas is hij, zoals intussen bekend, bijzonder slecht geïnformeerd. Volgens hem is Kris Hoflack mijn (loge)maat. Ik moet dat tegenspreken: hier komt de Waarheid, alles kan beter, en er zijn goede redenen om ze cursief te drukken.

Hoflackk maakt geen schijn van kans in de Loge. Hoflackk is – ik zal het zeggen zoals het is - een tsjeef. Hij is bevriend met Pieter De Krem en Chris Peeters, ex-minister van Media. Deze laatste heeft beslist dat de greep van de politiek op de omroep veel groter moet zijn. En de omroepbazen weten dat: Dirk Wouters is lid geworden van de NVA. Maar Hoflackk heeft anders gekozen, meer op termijn. Maar hou hem in de gaten. Minister van Media is, volgens wie het zeker kan weten, zijn ultiem doel. Jaja…

Siegfried Bracke

Zoeken

In de kijker

Goed gedaan!

Links

Archief