Politiek is een vak
27 mei 2007
Vorige week voor de tweede keer prof. dr. Christine Van Broeckhoven ontmoet. En ik moet het haar toegeven: ze blijft verrassen. Dat is zelfs zodanig waar dat ik een half uur lang professioneel niet meer wist van welk hout pijlen maken.
Gewoon is dat de journalist doet wat hij/zij kan om over een onderwerp zo beslagen mogelijk op het ijs te komen. Maar meestal – laten we wel wezen – weet de geïnterviewde wel tien keer meer over het onderwerp. Daarom zit hij/zij er ook. En van de andere kant is het tegelijk een voordeel dat de journalist er ook weer niet té veel van af weet. De journalist moet tenslotte dichter bij de kijker/luisteraar/lezer staan dan bij de geïnterviewde.
Dit was ongewoon.
De professor weet gewoon van toeten of blazen. Ze zat er bij, verbijsterd, verward, bijna zoals die zwarte taxichauffeur die op de BBC per abuis voor een IT-expert werd opgevoerd. Maar merkwaardig was dat die eigenlijk nog vlot antwoordde, ook al was Engels hoorbaar niet zijn moedertaal, en dat wat ie zei nog min of meer over dat aangekondigde onderwerp ging. Maar Van Broeckhoven was erger.
Antwoorden die beginnen met een stilte van bijna 10 seconden, vervolgens een bijzonder wazige blik, gericht op oneindig, en dan een totaal onverstaanbaar antwoord. Tja… En dan zie je de twee anchors met alsmaar stijgende verbazing kijken in de richting van.. Mijn goede, slimme en mooie collega Cools heeft al van zelf grote ogen, maar ook die hebben hun limieten en die werden in dit geval ruim overschreden.
Als dat de lijsttrekker is voor de sociaal-democratie in de grootste provincie van Vlaanderen - en dat is ze – bovendien over een onderwerp dat recht naar het hart gaat van die partij – en daar ging het over; over de gezondheidszorg - dan is dat ronduit beledigend voor alle burgers met enig geloof in de democratie.
Allicht is dat ook de kern van het probleem van de professor. Van mijn eerste ontmoeting met haar op de set van Terzake, heb ik het beeld overgehouden van iemand met een huizenhoog dédain voor de in haar ogen licht onnozele vaderlandse politiek. Politiek, zei ze, dat doe ik elke dag; ik leid een labo van 80 man. En je zou eens moeten weten hoe dat internationaal in de wereld van de wetenschappers eraan toegaat, dat is pas politiek. Tja…
De sp.a heeft haar proberen slijten als specialist vergrijzing. Ze weet immers alles – ik vind dat op het net – over de rol van progranuline bij het ontstaan van dementie. En nog veel, veel meer. Moet ik dan aannemen dat die die meneer Leyman van Volvo dé verkeersspecialist is? En Kaplan Murat dan maar justitiespecialist? En Tony Mary – waarom niet? Die is toch ook vaak op tv gekomen - weldra mediaminister?
Blijkt bovendien dat Van Broeckhoven haar baan in de Kamer ziet als een soort bijberoep, want, zei ze, de wetenschap zal bij mij altijd eerst komen. Tja… Misschien moet Van Broeckhoven in het belang van de wetenschap én van het land wel gewoon wetenschapper blijven?
Als de politiek dan toch nood heeft aan nieuwe mensen die bij voorkeur van de staatszaken niets afweten, geef mij dan maar Margriet Hermans. Vanwege veelvuldige optredens in de Kaasboerin in Postel is de kans op één verstaanbaar idee over de toekomst van onze gezondheidszorg tamelijk reëel.…
Of Rudy Verhoeven misschien, de scoutsleider. In dezelfde uitzending als Van Broeckhoven kon ik ook die niet verstaan, maar in elk geval viel niet mis te begrijpen dat hij geen heil ziet in een aparte Vlaamse gezondheidszorg. Anders dan zijn eigen cd&v dus, en vandaar – om vriendelijk te blijven, Verhoeven is nog jong – zijn probleem. Volleerd als alle politieke routiniers schuift hij dan de schuld in de schoenen van de presentatoren.
Ik verwacht in dat verband nog iets van de jonge Schiltz. Als nieuwbakken VLD’er vond hij een idee van Verhofstadt ook maar niets.
Wat moet de modale betrokken kiezer hier allemaal van denken?
Politiek is belangrijk, je mag er niet slordig mee omspringen. Ook niet in de keuze van het politiek personeel. En nieuwkomers die de moed hebben om… moeten heel goed begeleid worden. Als er mensen zijn die voor de toplui inhoud én bijhorende zinnetjes bedenken om te gebruiken in debatten, dan moeten die er ook zijn voor anderen die worden uitgezonden om partijkleuren en –ideeën uit te dragen.
Ik krijg vaak het gevoel dat al – ik herhaal: al – onze partijenzich aan dat soort slordigheid bezondigen. Ik denk vaak dat de verwijten over het creëren door de media van een soortement ochlocratie (zoek maar op, lieve lezer…) door de politiek zelf ter harte moeten worden genomen. Een wetenschapper, een scoutsleider, een bv, een ceo, een bekende voetballer… Mij niet gelaten, maar mag het dan ook iets meer zijn? Of doet het er niet toe? Omdat in de politiek toch niemand iets te zeggen heeft, een man of drie per partij uitgezonderd?
Ik denk dat het echt anders kan. En het zou alvast het (niet helemaal ten onrechte) beschadigde beeld van de politiek ten goede komen.
Politiek is namelijk een vak, zoals slager of bakker. Je moet daarvoor naar school gaan.
Rapporten
22 mei 2007
Ik heb me altijd gelukkig geprezen dat ik maar voor de televisie werkte. Of voor de radio, in de tijd. Want nog altijd, als ik de krant lees, dan vind ik die hoeveelheid tekst die mijn collega’s produceren zeer bewonderenswaardig. Ik denk altijd dat ik dat nooit zou kunnen.
Bovendien heeft journalist zijn bij een openbare omroep het voordeel dat een uitgesproken mening niet hoeft. Je kan je beperken tot de feiten, tot verslag brengen over, tot vragen stellen aan of over.
Neem nu die rapporten over de regering en over de ministers; je moet dat toch maar geschreven krijgen.
Want wat ik van de regering vind, dat zou ik, als het moet nog wel op papier krijgen. Maar al die individuele ministers, ik zou het godbetert niet weten Ik beken dat er ministers zijn waarover ik echt niet één zin kan schrijven. Ja, ik weet dat ze minister zijn, en ik zou hen zelfs herkennen als ik ze op straat tegenkom, maar wat ze hebben gedaan tot nut van het algemeen, ik zou dat echt niet weten. Is Armand De Decker de slechtste minister van Ontwikkelingshulp ooit? Heeft Marc Verwilghen er op Economie echt niets van gebakken? Zijn Renaat Landuyt en Bruno Tobback zo middelmatig als hun rapporten? Is Rudy Demotte echt zo super als ze schrijven? Hoe kan ik dat weten?
Ja natuurlijk, het behoort in een democratie tot de taak van al die excellenties mij dat op geregelde momenten te laten weten, maar misschien – denk ik – heb ik niet goed opgelet…
En is wat gezegd en geschreven wordt allemaal wel juist, rechtvaardig en recht? Is het niet puur perceptie? De CEO die mails schrijft om kwart over zes ’s ochtends, om toch maar te laten zien dat hij van ’s morgens vroeg al bezig is, dat ken ik zo onderhand…
En – het is maar een vraag – hoe zou het rapport van de krant eruitzien, of – erger nog – hoe zou het rapport van de journalisten eruit zien, opgesteld door een minister, door de regering?
Even juist? Even fout?
En nog iets… Wie leest al die rapporten? Het kabinet van de minister in kwestie doet dat; zonder twijfel. Maar al die andere mensen? De zogenaamd gewone mensen?
Die rapporten doen me heel vaak denken aan de mails en documenten van duur betaalde consultants. Daar staat in wat iedereen zegt, zelden of nooit een aha-gedachte.
Dat doet denken aan een verhaal dat ik ooit las van I.B. Singer. In een Russisch dorp komt een generaal op bezoek die wordt rondgeleid door de rabbijn. De generaal ziet ergens in een muur talloze kogelgaten met in krijt een cirkeltje er rond. ‘Deze man kan echt wel schieten,’ zegt de generaal. Antwoordt de rabbijn: ‘Hij kan vooral cirkeltjes tekenen rond kogelgaten, generaal.”
Inhoud en vorm.
14 mei 2007
Ik krijg stenen kl… van dat gemeuter en gemekker over dat twee uur lange Franse debat. Het lijkt me de perfecte illustratie van nooit sant in eigen land, van het gras dat aan de andere kant van de heuvels altijd groener is, van Calimerogevoel ook.
Vanzelfsprekend hoort debat bij verkiezingen als water bij de zee. En dat debat moet gaan over wat er toe doet: werk, pensioen, gezondheid, belasting, justitie, milieu,…
Maar, dierbare landgenoten, in Frankrijk hebben ze dat beperkt tot twee uur; in Vlaanderen zal dat vele uren meer zijn. Tja… Ik ben er dit keer niet zelf over begonnen, maar wie kaatst mag de bal verwachten.
Alleen op Canvas is er vanaf volgende week tien avonden lang alles samen meer dan vijf uur politiek debat te zien. Tussen politieke kopstukken die er toe doen, over thema’s die er ook voor u toe doen.
Als ik daar nog de radio-debatten bijtel, en ook nog Het Groot Debat op Eén, dan kom ik aan een aantal uren waarvan onze zuiderburen alleen maar kunnen dromen. En dan zwijg ik nog van talloze andere programma’s die ook over verkiezingen gaan, mét inhoud.
En er is nog. Ik mag hopen dat Phara de Aguirre, Ivan De Vadder en alle anderen het anders gaan doen dan de twee Franse collega’s bij Sarko en Ségolène. Die zaten er bij, omdat bij een debat minstens één moderator hoort. Een andere rol heb ik ze eigenlijk niet zien spelen. Ik mag hopen dat ze daarvoor vorstelijk zijn betaald, en bij ons zal het op dat punt stukken minder zijn, maar we gaan de dames en heren politici wel niet zo maar hun ding laten doen. We gaan vragen stellen, we gaan ons geheugen en ons beeldarchief hun werk laten doen, we gaan ze confronteren met mensen die ook wel kaas hebben gegeten van werk, pensioen, belasting, enz..
Waarmee maar gezegd wil zijn dat ik soms de indruk krijg dat er nogal veel mensen zijn die louter voor de vorm zeggen dat ze voor de inhoud kiezen.
Overigens… Ook op dat punt is niets wat het lijkt. Debatten zijn belangrijk – zeer zeker – maar onderschat toch ook maar de andere zogenaamd luchtige programma’s niet. Die zijn vaak zeer relevant. Omdat daarin blijkt wat voor soort mensen onze politici zijn. En ik wil dat als betrokken burger wel weten.
Want ik kies via het stemhokje niet alleen voor de richting die het beleid mijns inziens moet uitgaan. Ik kies ook voor mensen die uit mijn naam het land mogen besturen. En dat laatste is meer dan het partijprogramma uitvoeren. Besturen is ook reageren op onbekende, onvoorziene omstandigheden. Managen zeg maar, leiding geven. En nu komt het…
Via op het eerste gezicht tamelijk onschuldige, ja zelfs onnozele programma’s en spelletjes kan je er zicht op krijgen of mensen daarvoor geschikt zijn of niet.
Er zijn trouwens bedrijven die voor veel geld allerlei spelletjes opzetten om na te gaan of mensen voor verantwoordelijke en/of leidinggevende functies geschikt zijn of niet. Een dag lang moeten die dan allerlei situaties spelen en vaak lachwekkende spelletjes doen. Na afloop staat wel vast of je geschikt bent om verantwoordelijkheid op te nemen Een assesment heet dat. Een beetje bedrijf dat zichzelf ernstig neemt, vindt assesments voor het human resources-beleid een absolute must.
Waarom zou dat voor de leidinggevenden van het land anders zijn? En is het geen goede zaak dat iedereen die spelletjes ook kan zien?
Of om het met een boutade te zeggen: was George Bush bij Debbie en Nancy geweest, dan waren er in Irak misschien niet zulke stommiteiten gebeurd. Want, à propos en geheel terzijde, Bush heeft het in zijn debatten niet slecht gedaan…